Isaac (klaagt over gebrek aan klandizie): „Niet dat ze niet willen, maar ze zijn bang voor Zabulon.”
Zabulon (vanuit zijn huis boven Isaac): „Wat zeg je over mij, ouwe tovenaar?”
Isaac: „Ik pis op je baard en die van je vader. Waar bemoei je je mee, Zabulon?”
Zabulon: „Wat zit je weer te bekokstoven, ouwe viezerik”
Isaac: „Het ging niet over jou. Ik had het over mijn klanten die niet meer komen.”
Zabulon: „Je bedriegt ze met je valse amuletten.”
Isaac: „Het ging niet over jou, Zabulon. Ik zei niks!”
Zabulon: „Ouwe pooier, bandiet!”
Isaac: „Zie je hoe hij tegen mij doet?Pas maar op, Dan is hier en hoort alles!”
Zabulon: „Je bent een goj.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.