den haag – De handleiding op basis waarvan gehandicapteninstellingen bepalen of ze cliënten weg kunnen sturen, wordt herzien. Aanleiding vormen berichten over instellingen die lastige gehandicapten de deur zouden wijzen. Ook vertegenwoordigers van gehandicapten mogen mee gaan praten over de richtlijn, waarin staat in welke gevallen een zorgrelatie kan worden opgezegd.
In de handleiding staat dat opzegging alleen om gewichtige redenen en onder bijzondere omstandigheden kan gebeuren. Er staan ook voorbeelden in waarbij een gehandicapte wordt weggestuurd omdat de familie zich misdraagt of omdat de indicatie verandert. Staatssecretaris Bussemaker (volksgezondheid) benadrukte gisteren tegen verontruste Kamerleden dat een lage indicatie nooit een reden mag zijn om mensen uit te sluiten.
Sinds dit jaar is het geld dat instellingen krijgen voor het verzorgen van gehandicapten afhankelijk van de hoeveelheid zorg die iemand nodig heeft. Heeft iemand een lichte indicatie, dan krijgt een instelling minder geld. De Kamer is daarom bang dat instellingen cliënten gaan selecteren. Leveren ze veel op, dan mogen ze blijven. Zo niet, dan moeten ze hun heil elders zoeken.
Cliëntenraden en gehandicaptenorganisaties zijn bezig met een inventarisatie van de gevolgen van de andere betaling. In mei sturen ze een rapportage aan Bussemaker.
Volgens PvdA-Kamerlid Van Dijken moet het probleem niet worden overdreven. „De afgelopen drie jaar zijn elf zorgcontracten eenzijdig opgezegd. Als uit de monitoring van de cliëntenraden blijkt dat instellingen mensen weigeren, klimmen we in de hoogste boom. Maar we moeten niet overdrijven.”
Aanleiding voor het Kamerdebat was berichtgeving over het opzeggen van een zorgcontract van een verstandelijk en visueel gehandicapte door een blindeninstituut.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.