*

 

Publiek bezit tegen wil en dank

Maaike Bos − 20/02/09, 00:00

Slachtoffers en nabestaanden hebben een dubbel gevoel over de media. Aandacht is een risico, geen aandacht onverdraaglijk.

Jack Keijzer is over zijn vervelende media-ervaringen heen. Hij heeft door de publieke aandacht een podium gevonden.

Zijn 16-jarige zoon Pascal werd op Koninginnedag 2007 in Hoogkarspel vermoord vanwege een levering versneden drugs. Dankzij mooie documentaires en andere media-aandacht nodigen scholen hem nu uit voorlichting te geven over leven met drugs en dealers. En bij Paul de Leeuw kreeg hij voor een herdenkingstocht een lint van 350 meter met de namen van 170 vermoorde kinderen. Hoe zou Keijzer het vinden als er niemand naar de dood van Pascal zou kraaien? „Dat zou niet goed zijn voor mij. Ik zou gaan denken dat zijn dood waarschijnlijk echt zinloos is.”

De aandacht van kranten, radio en tv voor schokkende gebeurtenissen heeft ook negatieve kanten. Slachtoffers en nabestaanden blijken regelmatig last te hebben van de manier waarop media hen benaderen om persoonlijke details. Vanmiddag presenteert Slachtofferhulp Nederland de bevindingen van een onderzoek op het symposium ’Slachtoffers, publiek bezit tegen wil en dank?’

De burgemeester van het Vlaamse Dendermonde vergeleek journalisten na het crèchedrama met gieren. Ze hadden bij de begrafenis van twee baby's zelfs terrassen gehuurd met uitzicht op het kerkhof. „Vreselijk”, fulmineert directeur Jaap Smit van Slachtofferhulp Nederland. Media beseffen niet genoeg dat ze schade aanrichten. „Het is een belemmering voor het verwerken van het verdriet.”

Jack Keijzer las in de krant dat ’de vriendin’ van zijn zoon Pascal bij de moord had moeten toekijken. Boos: „Hij hád helemaal geen vriendin.” Een regionale televisieploeg zond straatinterviews over Pascal uit en koos daarbij uitgerekend voor de –lachende–- woorden van een 13-jarig, ook drugsgebruikend jochie: „Ach, Pascal is toch een junk. De wereld zal hem niet missen.”

En dan was er nog De Telegraaf die hem ’citeerde’ toen hij ’de hulpverlening de schuld gaf aan de dood van Pascal’. Niet waar, zegt Keijzer: „Ik heb geen verslaggever gesproken. En hulpverlening heeft gefaald, maar krijgt van mij niet de schuld. Dat citaat heeft me daar lastige gesprekken opgeleverd.”

Keijzer stapte naar de Raad voor de Journalistiek en kreeg een schikking. De regionale tv-journalist heeft zijn oprechte excuus aangeboden.

Slordige of onware berichtgeving is erg, publiek bezit zijn net zo, zegt psycholoog Peter van der Velden van het Instituut voor Psychotrauma. Hij onderzocht de media-effecten op de reddingswerkers bij de Hercules-vliegramp in Eindhoven in 1996. Zij zouden te laat zijn gekomen en niet genoeg hebben gedaan. Van der Velden: „Vier jaar later hadden zij nog evenveel last van de ramp als van de negatieve berichtgeving erover. Daar sliepen ze slecht van. Ze werden deels publiekelijk veroordeeld.”

Journalisten willen emotie. Ze tikken op het raam, lopen achterom de tuin in, vertelt hij. „Slachtoffers hebben angstaanjagende dingen meegemaakt. Dit gedrag tast hun gevoel van veiligheid verder aan en geeft stress.”

Toch is erkenning van wat er is gebeurd belangrijk. Sommigen zijn blij hun verhaal kwijt te kunnen, zegt Van der Velden. „De media kunnen dat ondersteunen, mits ze maar luisteren en zorgvuldig zijn.”

mailIcon print |