*

 

A.F.Th. gegrepen door Nijmeegse historie

Onno Havermans − 20/02/09, 00:00

’De Ochtendgave’ gaat het nieuwe boek van A.F.Th. van der Heijden heten, dat liefst nog dit najaar in de winkel moet liggen. Hij schrijft de historische roman in opdracht van de gemeente Nijmegen, die hem een honorarium van 30.000 euro betaalt. Uitgeverij Querido stort daarvan een deel terug als het boek een bestseller wordt. De uitgave van ’De oprotpremie’, over de moordzaak-Sévèke in het Nijmeegse kraakmilieu, loopt daardoor een jaar vertraging op.

De schrijver en burgemeester Thom de Graaf tekenden gisteren het contract in de Trêveszaal in het Nijmeegse stadhuis, waar 330 jaar geleden de Vrede van Nijmegen werd gesloten. Op aandringen van de in geschiedenis geïnteresseerde burgemeester herdenkt Nijmegen voor het eerst uitvoerig de naar de stad genoemde vrede: een reeks verdragen tussen de Europese grootmachten, die voortvloeide uit het einde van de oorlog tussen Frankrijk en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In de twee jaar die de onderhandelingen duurden, zat Nijmegen vol Spanjaarden, Zweden, Fransen, Duitsers, Portugezen, Hollanders en Britse waarnemers, die het nodige hebben nagelaten.

Daarover gaat het verhaal dat A.F.Th. vanaf april in een buitenhuis in Lugano gaat schrijven. „Een ochtendgave, of morgengave zoals de Dikke van Dale zegt, is wat een bruidegom de ochtend na de bruidsnacht zijn vrouw schenkt. Seks meestal, maar ook geld dat hij zijn bruid toevertrouwt. Mijn verhaal begint bij het huwelijk van de Nijmeegse rechtenstudent Kasper Zonmans in het rampjaar 1672. Als de troepen van Lodewijk XIV de volgende ochtend de stad binnentrekken, verdwijnt zijn bruid. De Franse bezetter stelde destijds vluchtgeld in, dat achterblijvers moesten betalen voor elke dag dat hun familie zich schuilhield of op de vlucht was. Ook Zonmans moet betalen en hij gaat op zoek, maar het zal zes jaar duren voor de vrede aanbreekt en hij te weten komt wat er met zijn bruid is gebeurd.”

Van der Heijden kreeg het Nijmeegse verzoek afgelopen zomer. „Aanvankelijk dacht ik aan een hedendaagse parallel-vertelling over de krakersoorlog in de jaren zeventig, die naadloos in De Tandeloze Tijd zou passen.” In die romancyclus put de schrijver uitvoerig uit zijn herinneringen aan „het gelaarsd marxisme” tijdens zijn studententijd in Nijmegen. „Uit drempelvrees ben ik nooit aan een historische roman begonnen; ik buig diep het hoofd voor geschiedkundige kunstenaars als Hella Haase en Thomas Rosenboom. Maar toen ik me in de Nijmeegse geschiedenis verdiepte, besloot ik te schrijven over het gekonkel in de 17e eeuw.”

Deze week geen klein verslag. Wim Boevink is met vakantie.

mailIcon print |