*

 

Acte van Verlaetinghe

Mr. Hieke Snijders-Borst Den Haag − 15/01/09, 00:00

Historicus Henk Slechte (Podium, dinsdag) heeft het bij het verkeerde eind, als hij stelt dat in de Acte van Verlaetinghe (van de Nederlanden van koning Philips II van Spanje in 1581) staat dat de vorst er is voor de onderdanen en niet andersom.

Wat er staat is veel boeiender. God heeft de vorst over zijn onderdanen gesteld om met onbeperkte macht over hen te heersen en zij moeten hem gehoorzamen. Dit is een buiging naar de conventies van die tijd. Maar als de vorst faalt in het behartigen van de belangen van zijn onderdanen bij de uitoefening van zijn door God gegeven macht, wordt het duidelijk dat de vorst niet door God boven hen kan zijn gesteld. Dan is het de onderdanen toegestaan hem ongehoorzaam te zijn en hem te verlaten.

In deze redenering treffen twee nieuwe gedachtes. 1. De onderdanen menen zich te mogen opwerpen als beoordelaars (rechters) van de vorst. 2. Na een toetsing van diens gedrag komen zij tot `verlaetinghe`. In het hedendaagse recht heet dit `marginale toetsing` en Nederland kan zich internationaal op de borst kloppen het eerste voorbeeld hiervan te hebben gegeven. Niettemin weten de onderdanen de indruk te wekken dat zij de beslissing aan God hebben gelaten.

mailIcon print |