*

 

Atsma pleit voor nieuwe mediacode

Lex Oomkes − 19/03/09, 00:00

CDA-Kamerlid Joop Atsma vindt dat het kabinet van de publieke omroep – gefinancierd door de overheid – mag eisen dat deze de Raad voor de Journalistiek erkent als tuchtrechter voor de media.

1

U gaat vandaag uw standpunt voorleggen aan minister Plasterk van mediabeleid. Zijn er omroeporganisaties die de raad niet erkennen dan?

„Niet de omroeporganisaties zelf, maar kennelijk wordt het aan de afzonderlijke redacties van programma’s overgelaten of ze de raad erkennen en uitspraken respecteren. Ik heb de Tros-directie erop aangesproken dat consumentenprogramma ’Radar’ de uitspraak van de raad niet erkent. Maar de directie weigert in te grijpen onder verwijzing naar de journalistieke vrijheid.”

2

De uitspraak ging over een uitzending over mogelijke misstanden bij een slachterij van Friesland Beef. ’Radar’ zou in die reportage onzorgvuldig hebben gehandeld.

„Ja. En ’Radar’ weigert gehoor aan de uitspraak te geven en in de eigen uitzending de berichtgeving te rectificeren. Wat mij betreft is dat onbegrijpelijk. Temeer daar andere programma’s en andere redacties van de Tros de uitspraken van de raad wel respecteren.”

3

Maar zit er niet wat in, in die onafhankelijkheid? Het is toch aan de journalist zelf of in ieder geval aan de journalistieke leiding van een medium of deze de raad als tuchtrechter aanvaardt of niet?

„Nou, wat de publieke omroep betreft vind ik dat deze die vrijheid niet zou mogen hebben. Wie betaalt, bepaalt, is op zich niet het uitgangspunt. Ook de omroepen hebben een journalistieke vrijheid. Maar niet op dit punt, zou ik zeggen. De politiek en de minister hebben aangegeven de rol van de Raad voor de Journalistiek uit te willen breiden. Het CDA zou het liefste verder gaan. Wij willen een mediacode, waar media zich, op vrijwillige basis, aan houden. Maar daarvoor krijgen we nog te weinig steun. De raad is dan wel het minste. Kranten kunnen we niet dwingen, maar omroepen worden betaald met belastinggeld. Ik vind dat we op grond daarvan wel kunnen voorschrijven dat de raad wordt erkend in Hilversum.”

4

Wat verwacht u daar dan van?

„De Kamer en het kabinet zijn het erover eens dat als de raad door de media echt wordt erkend als de instantie die waakt over de zuiverheid van de journalistieke praktijk, dat de gang naar de gewone rechter door zich gedupeerd voelende burgers en organisaties minder wordt. Dat is in het belang van die burger, de rechterlijke macht en van de media zelf.”

5

U bent er niet bang voor nu vanuit Hilversum ervan beticht te worden dat u zich met zaken bemoeit die u totaal niet aangaan?

„Waarom zou ik? Met deze oproep bemoei ik me toch nog niet met de inhoud van programma’s?”

mailIcon print |