den haag – Persoonsgegevens moeten altijd worden opgeslagen als dat nodig is voor de veiligheid van mensen. Juridisch gevlooi mag in dat geval geen barrière zijn. Anderzijds moet het verzamelen van persoonsinformatie wel tot een minimum beperkt worden.
Dat staat in het advies over een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens, dat oud-burgemeester van Utrecht Annie Brouwer-Korf gisteren heeft gepresenteerd. Ze vindt dat privacybescherming en het verzamelen van gegevens voor de veiligheid vaak ten onrechte worden gezien als twee natuurlijke vijanden. Die tegenstelling moet uit de weg geruimd worden. „Dan kunnen veiligheid en privacy elkaar versterken”, zei ze.
Brouwer-Korf stelt dat Nederland minder verkrampt moet omgaan met de discussie over privacy en veiligheid. Een commissie onder haar leiding heeft een stappenplan opgesteld voor een meer normale aanpak. Daarin staat bijvoorbeeld dat organisaties eerst moeten vaststellen welke gegevens ze nodig hebben, voordat ze die gaan inwinnen.
Ook wil Brouwer-Korf dat Nederlanders duidelijk te horen krijgen wat er met hun persoonsgegevens gebeurt. „Welke informatie wordt verzameld, wat gebeurt ermee en hoe lang worden gegevens bewaard?”
Minister Hirsch Ballin van justitie wees erop dat instanties die te verkrampt omgaan met de bescherming van persoonsgegevens kunnen vervallen in „gevaarlijke passiviteit”. Als organisaties in de jeugdzorg bijvoorbeeld aanwijzingen van kindermishandeling onderling niet uitwisselen „kan dat hoogst onvoorzichtig zijn”.
Minister Ter Horst van binnenlandse zaken is blij dat de commissie een concreet en eenduidig advies heeft uitgebracht. „In de dagelijkse praktijk is behoefte aan concrete handvatten en niet aan filosofische vergezichten.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.