*

 

Jongere kan ei beter kwijt bij leeftijdsgenoot

Somajeh Ghaeminia − 23/01/09, 00:00

Jongeren blijken goed in staat leeftijdsgenoten met sociaalemotionele problemen te helpen. In het project SHare In Trust krijgen ze training van professionele coaches.

Wendy (18) kreeg vorig jaar hersenvliesontsteking. Hoewel ze genoeg mensen om zich heen had om steun bij te zoeken, voelde zij zich de maanden na haar ziekte onbegrepen en eenzaam.

„De wereld draaide door en ik kon nergens heen”, vertelt de vwo-scholiere. Ze zocht hulp op internet – „ik wilde mijn ei kwijt” – en kwam via de kindertelefoon bij de website van SHare In Trust (SHIT) terecht. Nu werkt ze er zelf als vrijwilliger, opgeleid door professionele coaches om leeftijdsgenoten via de chat te helpen met hun moeilijkheden.

Het Utrechtse project, bedacht door twee scholieren, lijkt op de chathulp van de kindertelefoon. Maar bij SHIT zijn het niet volwassenen, maar jongeren tussen de vijftien en achttien jaar die anoniem leeftijdsgenoten met sociaal-emotionele problemen helpen. „Seksueel misbruik, geweld, ernstige familieproblemen of zelfverminking, het is schokkend met hoeveel grote problemen jongeren rondlopen”, zegt Wendy, die door haar vrijwilligerswerk anoniem moet blijven.

Eens in de twee weken zit ze een avond achter de computer. Samen met een collega-vrijwilliger en een begeleider van Bureau Jeugdzorg.

Leeftijdsgenoten begrijpen elkaar vaak beter, zegt Nathalie But van Bureau Jeugdzorg. „Dat is leuk om te zien en het werkt ook beter. Ook het taalgebruik van onze vrijwilligers sluit veel beter aan bij die van de hulpzoekende jongere. Ze hoeven minder uit te leggen.”

Regelmatig worden jongeren doorverwezen naar huisarts, jeugdzorg of andere hulpverleners, vertelt initiatiefneemster Joëlle Smout. Maar de jongere moet wel gemotiveerd zijn, legt ze uit. „De vrijwilligers vragen wat iemand zelf al heeft gedaan aan het probleem en hoe hij denkt het op te kunnen lossen. Zo heb je snel door wie oprecht aan het chatten is en wie niet.”

De 18-jarige Joëlle, dochter van gescheiden ouders en nu zelf moeder, bedacht dit project samen met een klasgenoot. „We geloven enorm in dit idee. Er is gewoon geen andere centrale plek waar jongeren met problemen anoniem naar toe kunnen”, zegt de gymnasiaste trots.

De ellende die de vrijwilligers via de chat op zich af zien komen, kunnen ze niet meteen voor hun leeftijdsgenoten oplossen. Maar een luisterend digitaal oor bieden is vaak al genoeg, blijkt uit onderzoek van het SCO-Kohnstamm Instituut naar het SHIT-project.

Onderzoeker Ruben Fukkink ondervroeg de jonge chatters en de vrijwilligers naar hun ervaringen met SHIT, dat gekoppeld is aan de kindertelefoon van Bureau Jeugdzorg Utrecht en ruim een jaar draait.

Er zijn genoeg websites waar jongeren met elkaar kunnen kletsen, zegt hij. „Maar dit is het enige project waarin pubers in de rol van hulpverlener kruipen.”

Dat werkt kennelijk goed. Fukkink: „Jongeren voelen zich beter na een chatsessie, ze vinden hun problemen minder ernstig en ze ervaren minder stress.” Ook de vrijwilligers, die zelf de nodige levenservaring hebben, blijken er veel aan te hebben. „Ze groeien er door en vinden het fijn anderen te helpen. Maar het is essentieel dat ze goed getraind en begeleid worden. ”

De problemen waar de chatters mee komen zijn fors, weet Fukkink. „Mijn advies is dan ook om jongeren met echt ernstige problemen door te verwijzen naar Bureau Jeugdzorg. Sommigen hebben meer nodig dan een luisterend oor en advies.”

mailIcon print |