De week bij haar zoon in San Francisco was heerlijk – „Ik geniet me suf, vooral van mijn kleindochter” – maar weer aan het werk gaan, vindt ze net zo fijn. Als ze haar vragen voor nog een termijn in Brussel, schuift ze graag weer aan. Tenzij ze haar het departement landbouw en visserij aanbieden. „Dan zeg ik, met alle respect voor de vis: nee.”
Het stond net die ochtend in de krant: werkend Nederland zocht op de eerste dag na de Kerstvakantie massaal op internet naar mooie vakantiebestemmingen en betaalbare reizen.
Neelie Kroes kan zich daar niets bij voorstellen. „Wat moet je saai werk hebben, als dat je eerste bezigheid is wanneer je na een aantal vrije dagen weer op kantoor komt.” Zelf vindt ze het altijd heerlijk weer aan de slag te gaan. Zij heeft dan ook bepaald geen saai werk; de laatste tijd al helemaal niet. De kredietcrisis maakt het toch al drukke bestaan van de eurocommissaris, belast met financiële zaken, nog hectischer.
„Doordeweeks woon ik in Brussel. Ik sta elke ochtend om kwart over zes, half zeven op, lees wat stukken, word even over acht opgehaald of loop naar kantoor, en blijf daar tot negen uur, half tien ’s avonds. In Brussel hebben ze heel lange lunchpauzes. Die gebruik ik niet. Ik eet mijn broodje of drink mijn yoghurt op kantoor, lees, vergader en lees opnieuw tot ik van kantoor wegga. Als ik thuiskom, ben ik echt uitgeteld, dan neem ik een glas wijn, lees de krant en taai af. Om een uur of elf, half twaalf lig ik in bed, kijk nog even televisie en ga slapen. Dat zijn dus pittige werkdagen.”
Dat mag je wel zeggen. Dat doen de meeste 67-jarigen u niet na.
„Nou ja, ik voel me fitter dan ooit en er is veel werk, dus waarom niet? Het werk was al fascinerend, maar het is onder de huidige omstandigheden nog een slag fascinerender geworden. Het woord ’fascinerend’ heeft iets gezelligs, maar er is natuurlijk niks gezelligs aan de kredietcrisis en de recessie. Zoiets maak je maar één keer in je leven mee.
Mijn portefeuille is de interessantste en de belangrijkste op dit moment en het is heel bijzonder om in de keuken mee te maken wat er gebeurt en hoe we het gaan oplossen. Stel je voor dat alle Europese landen op eigen houtje de problemen te lijf gingen – dat zou oorlog worden, een voetbalwedstrijd zonder spelregels, waarin de een de ander zou tackelen en onderuit halen, om er zelf zo goed mogelijk uit te komen. Europa is nog nooit zo belangrijk geweest als vandaag de dag.”
En daar wilt u dus graag bij zijn en bijblijven, ook in een volgende termijn ?
„Dit jaar zijn er Europese verkiezingen en in het najaar wordt de nieuwe Europese Commissie gevormd. Ik denk dat we worden gevraagd tot januari 2010 aan te blijven om een soepele overgang mogelijk te maken. Tot die tijd ga ik er voor de volle 100 procent tegenaan. U weet zelf dat je nooit moet zinspelen op een mogelijk vertrek; dan ben je uitgespeeld.”
U bent tegen die tijd 68. Wilt u dan nog een nieuwe termijn van vijf jaar?
„Als mij dat gevraagd wordt, heel graag. Ik ben nog goed gezond, zoals ik al zei: fitter dan ooit, en mijn werk is nog lang niet klaar.”
U bent dan 73, als u stopt.
„Nou...en ? Gelukkig geldt in de Europese Commissie geen leeftijdslimiet. Frits Bolkestein was 71 toen hij stopte en mijn Franse collega, vicevoorzitter Jacques Barrot, wordt volgende maand 72. Verspilling van talent, dat is het, die voorgeschreven pensioenleeftijd van 65 jaar, die we trouwens niet lang meer kunnen volhouden. Kijk naar de bevolkingsopbouw in Europa. Ooit zag die eruit als een keurige piramide met een brede basis van werkenden en een smalle top van gepensioneerden. Dat is nu volledig omgekeerd. De brede basis wordt straks gevormd door de ouderen, en de smalle top door de jongeren. De pensioenleeftijd moet dus omhoog, wat mij betreft geleidelijk naar zeventig jaar. Maar niet zo geleidelijk als ik wel eens heb gelezen: één maand per twee jaar of zoiets. Nee, dat moet echt snel gebeuren. Dat kan ook best, want die 65 jaar is ooit vastgesteld in een tijd dat het merendeel van de mensen nog zware lichamelijke arbeid verrichtte. Zoals mijn grootvader, die melkboer was en met een handkar met grote koperen vaten erop door de straten liep. In de winter met dikke sokken om zijn schoenen tegen het uitglijden. Ik herinner me niet dat die man ooit met pensioen is gegaan.
Net zomin als mijn vader, die een transportbedrijf had. Hij is 86 jaar geworden en heeft zich tot zijn tachtigste met z’n bedrijf bemoeid. Mijn broer had het overgenomen, dus die zuchtte wel eens onder die blijvende aanwezigheid van vader. Maar ja, zo gaat dat met iemand die hart voor de zaak heeft. Bovendien geloof ik er heilig in dat werken je wakker en op de been houdt. Ik snap niets van mensen die op hun veertigste al uitrekenen hoe lang ze nog moeten.”
Hoe liggen uw kansen op een nieuwe termijn als Eurocommissaris ?
„Dat is een politieke beslissing. Ten eerste moet er onderhandeld worden door de deelnemende landen welke portefeuille ieder krijgt. Vergis je niet: mijn portefeuille is uitermate geliefd. Welk land die graag wil hebben? Je kunt beter vragen: welk land wil hem níet? Als er een andere portefeuille voor Nederland uit de bus zou komen en men zou mij bijvoorbeeld landbouw en visserij aanbieden, zeg ik, met alle respect voor de vis: nee.”
Voorzitter Barroso schijnt graag met u door te willen, maar dan zijn er natuurlijk de politieke partijen in eigen land: vooral CDA en PvdA. PvdA-Kamerlid Pierre Heijnen zei tegen me dat hij zijn partij zou aanraden geen eigen PvdA-kandidaat naar voren te schuiven, als dat betekent dat Nederland, met u, de portefeuille mededinging kan behouden. Landsbelang boven partijbelang, zei hij.
„Petje af voor de PvdA.”
Geldt dat ook voor het CDA?
„Denk ik niet. Die wil revanche nemen nu het CDA geen burgemeester meer heeft in een van de vier grote steden. De benoeming van Aboutaleb in Rotterdam – de derde PvdA’er in een grote stad – zit hen nog steeds dwars. Ik hoorde dat het CDA minister Maria van der Hoeven of Jaap de Hoop Scheffer naar voren wil schuiven voor Europa. We zullen zien. Ik wacht het in alle rust af. Nederland moet sowieso zijn uiterste best doen om deze belangrijke portefeuille te houden. Wie zijn best moet doen? Vooral Balkenende en Wouter Bos, lijkt me.”
Na uw vertrek uit Brussel – wanneer dat dan ook wordt – moet u een nieuw leven opbouwen. Wordt dat niet lastiger naarmate u ouder wordt ?
„Waarschijnlijk wel. Daarom zal ik in mijn toekomstige woonplaats Londen of New York maar een appartement zoeken met een goed plekje voor een rollator, zodat ik makkelijk naar buiten kan komen. Naar een cafeetje op de hoek, waar ik m’n kopje koffie kan drinken en een krantje lezen. Eenzaam? Dat kun je overal zijn, net zo goed in Amsterdam, in Wassenaar als in New York. Dat ligt vooral aan jezelf.
In Brussel blijf ik zeker niet wonen. Daar kom ik op elke straathoek iemand van het Europarlement tegen en dat is dan een levensfase die ik afgesloten heb. Mijn huis in Wassenaar staat in de verkoop, maar ja, de kredietcrisis, hè? Een jaar geleden is het helemaal leeg gestolen. Heel professioneel. Ondanks dubbele beglazing en alarm. In het kwartier tussen het afgaan van het alarm en de aankomst van de bewaking was het huis al leeggehaald. Net als meer huizen in die omgeving. Volgens de burgemeester het werk van een Oost-Europese bende, maar dat vind ik nogal flauw om te zeggen als je niemand hebt opgepakt.
Ik zit de weekeinden nog daar. Het is een prachtige plek, maar te groot voor mij alleen. Ik zeg altijd maar: de tijd lost elk probleem op, ook dit.”
Waarom wilt u per se naar Londen of New York?
Dat vind ik allebei fascinerende steden. Ik ben een stadsmens. In de stad is alles aanwezig wat ik wil. Ik heb er vrienden, er is cultuur, er zijn leuke restaurants, goede gezondheidzorg. Kortom: alles wat een pensionado begeert.
Nee, hoor, mijn vertrek uit Nederland heeft niets te maken met mijn bekendheid. Die is gauw genoeg verdwenen als je eenmaal uit de publiciteit bent. Ik heb mijn hele leven al naar het buitenland gewild, alleen doe ik het in een andere volgorde dan de meeste mensen. Die beginnen na hun studie met een periode in het buitenland en komen later terug naar Nederland.
Als ik iets anders zou doen in een nieuw leven, zou het dát zijn: ik zou veel eerder naar het buitenland gaan. Mijn zoon Yvo heeft het gedaan zoals ik het had willen doen: na zijn diensttijd vertrok hij naar de Verenigde Staten. Hij heeft hier bestuurskunde gestudeerd en is daarna, tegen z’n zin, bij de marine gegaan. Hij was van de een-na-laatste lichting dienstplichtigen. Hij had mij nog gevraagd: kun je niet regelen dat ik vrijstelling krijg? Dat lukte in die tijd vrijwel iedereen; de dienstplicht was een aflopende zaak. Maar Bram (Peper, de toenmalige echtgenoot van Neelie Kroes, CD) zei: ’Laat die jongen vooral in dienst gaan, dat is goed voor hem. Als enig kind uit een beschermd milieu mag hij best iets weerbaarder worden.’
En daar had Bram groot gelijk in. Het feit dat hij marineofficier is geweest, heeft Yvo in de VS meer geholpen dan zijn doctorandustitel bestuurskunde. Daar liggen ze echt niet wakker van.”
Uw zoon, schoondochter en kleindochter wonen in San Francisco. Waarom gaat u daar niet heen?
„Nee, zeg, dat moeten we niet hebben, ik als regelnicht in hun directe omgeving. Daarvoor ken ik mezelf te goed. Dan ga ik van alles voor ze bedisselen: zal ik dit even doen, zal ik dat even regelen? Nee, dat wordt foute boel.
Ik ben pas een weekje bij ze geweest, hartstikke leuk. Ik geniet me suf, vooral van die kleine meid, die nu dertien maanden is en als een dronken zeeman door het huis waggelt. Een zeer communicatief meisje dat op diverse toonhoogten geluiden afgeeft en het prachtig vindt als je terugpiept, -gilt of -bromt. Een heel extravert meisje, die Finn, een klein doordouwertje. Mijn schoondochter Missy is een topmakelaar die de universiteit van Princeton heeft gedaan, een paar jaar Engels heeft gegeven op kleine schooltjes in het oerwoud van Thailand en daarna in San Francisco mijn Yvo tegen het lijf liep. Waarom Yvo naar de VS is gegaan? Ik denk vooral om weg te zijn uit Nederland, ook weg onder de vleugels van zijn bekende moeder.”
U hebt wel eens gezegd dat u altijd blij geweest bent een meisje te zijn. Waarom?
„Dat heeft me een vechtersmentaliteit bijgebracht. Vrouwen moeten nog altijd heel hard hun best doen om hun ambities waar te maken. Daarom ben ik tegenwoordig voorstander van positieve discriminatie en quotaregelingen: het aannemen van verplichte aantallen vrouwen. Inderdaad, ik ben op dat punt een late bekeerling, maar dat zijn de felste, zoals je weet. Als we in het huidige tempo doorgaan, kunnen we over zo’n driehonderd jaar een evenwichtige man/vrouwverhouding tegemoetzien op de arbeidsmarkt. Beetje erg lang, toch?
Pas werd ik geïnterviewd voor een Britse tv-zender. Ze vroegen hoe ik het vond om door Barroso vooral benoemd te zijn als vrouw. ’Helemaal niet erg, zo was het inderdaad’,was mijn antwoord. ’Wat zegt u dat openlijk’, zeiden die tv-mensen. ’Ja, waarom niet ? Het is de waarheid: Barroso wilde minimaal zeven of acht vrouwelijke commissarissen en daar heb ik van geprofiteerd.’ Kijk, als je er eenmaal zit, is het wel aan jou om te bewijzen dat je er terecht zit. Je moet je dan wel degelijk waarmaken.
Ik wil nog even zeggen dat het werken met vrouwen een groot voordeel heeft: ze hebben minder grote ego’s, zijn teamworkers, to the point en vergaderen snel: ze hoeven niet, zoals de meeste mannen, overal hun zegje over te doen, zelfs als een ander hun standpunt al verwoord heeft. Dat scheelt veel tijd en energie.’’
Hoe vindt u het om ouder te worden, al ver over de helft van uw leven te zijn?
„Ik vind het nog steeds fijn om jarig te zijn. Ik vind het wel iets ontlastends hebben; hoe noem je het, iets ontspannends. Een aantal dingen hoeft niet meer zo nodig, je hebt veel ervaring opgedaan en hopelijk een beetje wijsheid.
Ik sta nooit echt stil bij mijn leeftijd. 65, 66, 67, 68, het zijn getallen voor me, meer niet. Ik ben elke keer weer benieuwd wat een nieuwe levensfase me zal opleveren. Ik vind elk jaar leuker dan het jaar daarvoor, echt waar.
Sedert mijn scheiding van Bram ben ik alleen. Niet dat ik nooit meer een nieuwe liefde zou willen krijgen, maar daar heb ik nu helemaal geen tijd en ruimte voor. Kijk naar mijn werkdagen en je ziet dat ik maar beter niet verliefd kan worden. Dan zou ik beide half doen: mijn werk en mijn relatie, en dat zou voor beide slecht zijn.
Overigens hang ik de stelling aan dat mensen méér en langer onderzoek doen naar een nieuwe auto dan naar een nieuwe partner en een huwelijk. Dat is vaak: verliefd worden en dan te snel trouwen. Nog even terug naar het begrip ’oud’: wanneer ben je dat precies?”
Moet u mij niet vragen, maar toen u vorig jaar in een leuk jurkje in de Volkskrant stond, ontspon zich een hele discussie: of dat jurkje niet te jeugdig was en waar het te koop was.
„Ik trek aan wat ik wil. Ik denk nooit: dit kan niet meer. Nee, zeg, als ik me ergens lekker in voel, trek ik het aan. Ik vind niet gauw iets te jeugdig. Een minirok, daar zul je me niet meer in zien. Maar verder?
Natuurlijk moet het altijd over de inhoud gaan, niet over de vorm. Die vorm moet niet zo afleiden dat ik of anderen daardoor niet bij de les blijven, maar ik voel me beter als ik goed gekleed ga. Ik vind dat een teken van respect jegens jezelf en je omgeving. En altijd een leuke, bijpassende broche erbij: goed voor m’n humeur.”
Wat zou u uiteindelijk doen besluiten te stoppen met uw werk?
„Dat ik geestelijk niet meer functioneer zoals het moet. Ik hoop dat anderen daar alert op zijn en mij dan waarschuwen. En verder: laat mij maar, bam, dood neervallen. Het liefst in mijn stoel, achter mijn bureau. Ik kan me geen mooier eind voorstellen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.