*

 

Hongarije laat correctheid varen

Runa Hellinga − 17/02/09, 00:00

Na een moord gepleegd door zigeuners, discussieert Hongarije over criminaliteit onder Roma, over racisme en politieke correctheid.

Een week geleden werd in een kroeg in het Hongaarse Veszprém de Roemeense handbalspeler Marian Cozma doodgestoken. Twee teamgenoten belandden in het ziekenhuis. De moord wekte veel beroering. De handballers hadden het opgenomen voor een serveerster, die mishandeld werd door bendeleden. Zigeuners, zo benadrukte de Hongaarse pers.

Olie op het vuur: zo’n 70 procent van de Hongaren erkent weinig op te hebben met de half miljoen Roma in hun land. Het racisme is zichtbaarder sinds de oprichting van de extreem-rechtse partij Jobbik in 2003, en de daaraan gekoppelde Hongaarse Garde in 2007, die regelmatig door zigeunerwijken marcheert tegen de ’enorme toename van de zigeunermisdaad’.

Veel Hongaren zijn ervan overtuigd dat de ’zigeunermisdaad’ hand over hand toeneemt. Ook Fidesz, de grootste oppositiepartij, hekelde na Cozma’s dood de ’stijgende criminaliteit van zigeuners’ en eist meer politie en hogere straffen. Opmerkelijk want, anders dan gewone Hongaren, maken de gevestigde parlementaire partijen zich nauwelijks schuldig aan racisme.

Bovendien: de statistieken spreken andere taal. Hongarije houdt de etnische achtergrond van criminelen niet bij, maar de misdaad daalt. Sinds 1999 ging het aantal aangiftes omlaag met een half miljoen naar 400.000, het aantal moorden zakte van 514 naar 157 (2007).

Wel is in arme provincies, waar ook de meeste arme Roma wonen, lokaal soms veel kleine criminaliteit, van inbraken tot leeggeplukte frambozenvelden. Zelfs al is de financiële schade gering, als je een jaar hebt gewied en geschoffeld, is het zuur als iemand je oogst pikt. „Als je dat negeert, speel je extreem-rechts in de kaart”, zegt Péter Krekó van het politieke onderzoeksinstituut Political Capital.

Een week voor Cozma’s dood werd Albert Pásztor, politiecommissaris van de Noord-Hongaarse industriestad Miskolc, ontslagen omdat hij stelde dat zigeuners het overgrote deel van de misdaden in Miskolc pleegden. Noem het beestje bij de naam, zei hij, om tot een oplossing te komen. Het ontslag leidde tot nationaal protest en werd prompt teruggedraaid.

Pásztor kreeg bijval uit onverwachte hoek: een regionale Romaleider. „Ik sta pal naast Pásztor”, zei Attila Lakatos, overigens tot woede van andere Romaleiders. „Wat had hij anders moeten zeggen als van de 200 mensen die hij insluit, 200 zigeuner zijn?”

Politieke correctheid maakt reële problemen onbespreekbaar, vindt ook onderzoeker Krekó. Zo hebben links en rechts honderden miljoenen gegeven aan steunprojecten voor de Roma. „Maar nooit werd besproken of al dat geld goed terechtkwam, of bleef hangen bij mensen die zich opwierpen als Roma-vertegenwoordigers.”

Onbespreekbaar was ook dat Romakinderen niet alleen slecht leerden door een gebrekkig onderwijsstelsel. Krekó: „Sommige ouders vinden school onzin, omdat je er in ’het echte leven’ niets aan hebt.” Hij bepleit herinvoering van een oude regeling: wie bijstand wil, moet bewijzen dat zijn kinderen naar school gaan. Krekó vreest radicalisering aan beide zijden. Veel Roma vrezen de Hongaarse Garde en willen verdedigingsgroepen oprichten, zoals ook in Bulgarije is gebeurd. Daar leidde dat tot meer, niet tot minder geweld tussen extreem-rechts en Roma.

mailIcon print |