Tijdens het proces rond de barbecuemoorden in Amsterdam is een video vertoond over de ziekte van Huntington. De rechtbank keek er
Raymond V. (41) zou rond 31 maart 1993 twee Joegoslaven van 19 en 21 jaar hebben gedood. Hun verkoolde lichamen werden 1 april van dat jaar gevonden in een uitgebrande auto in Ouderkerk aan de Amstel.
V. is in verband met de liquidaties in het najaar van 2007 aangehouden. Hij legde een bekentenis af en vertelde de politie dat hij de zogenoemde ’barbecuemoorden’ alleen had gepleegd. Later trok hij zijn bekentenis in.
In het strafdossier bevinden zich inmiddels de namen van nóg twee verdachten, Jesse R. en Mohammed R. Zij staan eveneens terecht in het grote liquidatieproces in de rechtbankbunker in Amsterdam.
Al bij zijn aanhouding leed V. aan de ziekte van Huntington, een erfelijke aandoening die delen van de hersenen aantast. Behandeling is er niet, het enige dat de patiënt kan worden geboden, is ondersteuning. De ziekte leidt tot volledige aftakeling. Het gewicht neemt fors af en men raakt de controle over de spieren kwijt. Slikken gaat geleidelijk aan zo moeizaam dat op den duur alleen sondevoeding mogelijk is.
V. verblijft nu al langere tijd in het penitentiair ziekenhuis van justitie. Zijn berechting in het liquidatieproces is door zijn ziekte niet langer vanzelfsprekend. Zijn advocaat Daniel Fontein zei gisteren voor de rechtbank: „De toestand van mijn cliënt verslechtert iedere dag. Hij is detentieongeschikt en uit testen blijkt dat hij ’ernstig gestoord’ is. Hij is zijn langetermijngeheugen kwijt, cognitieve functies werken niet”.
Met toestemming van rechtbankpresident Lauwaars liet de raadsman een 25 minuten durende video zien over mensen die aan de ziekte van Huntington lijden. Uit de beelden, gemaakt in een verpleeghuis op de Veluwe, moet blijken dat mensen met deze ziekte niet (meer) in staat zijn een strafrechtelijke procedure te doorlopen en dat een voorarrest als dat van V. strijdig is met de internationale verdragen van de rechten van de mens.
V. moet naar zijn familie, die ervaring heeft met de ziekte die hem heeft getroffen, betoogde advocaat Fontein. Hij hoort niet in een penitentiair ziekenhuis, waar hij de extra zorg ontbeert die hij nodig heeft.
Deskundigen noemen de kans klein dat V. nog vijf tot tien jaar leeft. Een lopend onderzoek naar zijn toestand zal vermoedelijk niet eerder dan over enkele maanden zijn afgerond. De kans is groot dat hij binnen afzienbare tijd ook de aanklacht tegen hem niet meer begrijpt.
Om deze redenen wil Fontein dat zijn cliënt naar huis mag. De rechtbank beslist hierover vermoedelijk vandaag.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.