*

 

'Oordelen over eigen onderwerp slecht'

Perdiep Ramesar − 30/01/09, 00:00

amsterdam – Raadsleden die zitting hebben in gemeentelijke bezwaarschriftcommissies moeten niet meer oordelen over zaken uit hun eigen portefeuille. Als ze merken dat ze in de problemen komen, moeten ze ruggespraak houden en als hun positie echt onhoudbaar wordt, moeten ze uit de commissie treden.

Dat zegt voorzitter Peter Otten van de Nederlandse Vereniging van Raadsleden die de belangen van tien procent van de 9000 Nederlandse raadsleden behartigt.

„Het is onverstandig te oordelen over eigen onderwerpen. Het risico bestaat dat een raadslid dan een uitspraak moet doen over een besluit waar hij zelf al een duidelijk standpunt over heeft, waarvan hij sterk voor- of tegenstander is. Dat kan politici in problemen brengen als het gaat om een objectieve, onafhankelijke beoordeling van een bezwaarschrift”, zegt Otten.

In de meeste Nederlandse gemeenten zitten raadsleden in de lokale beroep- en bezwaarschriftencommissie. Zo’n commissie behandelt beroepen of bezwaren van burgers tegen een besluit van het stadsbestuur.

Uit onderzoek van Trouw bleek gisteren dat de gemeentelijke bezwaarschriftcommissies vaak niet onafhankelijk zijn. In veel commissies zitten leden die direct aan de gemeente zijn verbonden. Naast ambtenaren en raadsleden gaat het ook om burgemeesters en wethouders.

De Algemene Wet Bestuursrecht en de Gemeentewet zijn hier open in en laten het aan de gemeenten over om te bepalen hoe ze zo’n commissie samenstellen. Het gevaar is echter dat er belangenverstrengeling ontstaat.

Volgens hoogleraar gemeenterecht Hans Engels van de Rijksuniversiteit Groningen en Universiteit Leiden moet een raadslid helemaal geen zitting hebben in zo’n bezwaarschriftencommissie. Een raadslid committeert zich dan aan een orgaan dat besluiten van het stadsbestuur beoordeelt, terwijl hij ondertussen diezelfde bestuurders moet controleren. Hij of zij kan dan volgens de hoogleraar in een lastige spagaat terechtkomen.

Dat raadsleden in zo’n commissie zitten is volgens de bestuursrechtgeleerde ontstaan tijdens het ’oude monistische stelsel’. Toen wilden de raadsleden in alle raden en commissies zitten om overal greep op te houden. Sinds de invoering van het dualisme in 2002 zijn veel van zulke dwarsverbanden ontmanteld, maar de lidmaatschappen in bezwaarschriftcommissies bleven over.

mailIcon print |