*

 

Vertrouwen dat DNB kan veranderen is op drijfzand gebaseerd

Door: redactie − 30/06/10, 00:00

De DSB-bank van Dirk Scheringa had nooit een bankvergunning verleend mogen worden. De conclusie van de commissie-Scheltema is verbijsterend en een schrijnende mededeling voor al die gedupeerden van DSB-bank, die ooit maar misschien ook wel nooit genoegdoening zullen krijgen.

Scheringa was een koopman, geen bankier, concludeert oud-staatssecretaris Scheltema. Alles was gericht op snel geld verdienen, terwijl het belang van de klant, ooit een centrale waarde bij bankieren, werd veronachtzaamd.

Dat de Nederlandsche Bank die bankvergunning wel verleende en hoopte, zoals Scheltema constateerde, dat op die manier DSB in het gareel te krijgen was, zegt alles over de wijze waarop de centrale bank toezicht houdt op de sector.

Deze invulling van de toezichtstaak kwam ook al prominent naar voor bij de overname van ABN Amro en bij het IJslandse Icesave. Hoewel het om verschillende zaken gaat, is sprake van een rode draad. De Nederlandsche Bank werkt nog vanuit de cultuur dat bankiers onder elkaar gevoelig zijn voor redelijke argumenten en dat optreden op grond van bevoegdheden de stok achter de deur is, die nooit tevoorschijn hoeft te komen.

Uit het rapport van Scheltema komt opnieuw een beeld naar voren van bankiers onder elkaar. Die kunnen uiteraard onderling forse kritiek hebben, maar doorbijten is kennelijk het moeilijkste dat er is.

De centrale bank reageerde deemoedig op het rapport en beloofde beterschap. Minister Jan Kees de Jager zei ervan overtuigd te zijn dat de bank dat ook zal lukken.

Het is echter onduidelijk waar De Jager die verwachting op baseert. Kennelijk is de wet- en regelgeving op grond waarvan de centrale bank toezicht houdt afdoende; Scheltema adviseert geen fundamenteel andere regels. Alleen dient er meer aandacht te zijn voor de competentie van bankbestuurders en de cultuur binnen een bank.

De Nederlandsche Bank moet dus zijn interne procedures veranderen. Die erkenning is niet vernomen van president Wellink en zijn directie. Dat biedt geen vertrouwen.

Het is ten principale ongewenst als een minister een president van een centrale bank ontslaat. Het schept een precedent dat een gevaar oplevert voor de gewenste onafhankelijkheid. Wellink zou De Jager niet in die positie moeten brengen. De bankpresident zou er verstandig aan doen zelf goed na te denken over zijn toekomst.

mailIcon print |