*

 

'Nederland in 2020 terug in top'

Jelle Brandsma − 30/06/10, 00:00

amsterdam – Nederland moet terug naar de top van innovatieve landen, zegt Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad. De afgelopen jaren is Nederland afgegleden naar plek 10 op de ranglijst van het World Economic Forum. „In 2020 moeten wij weer bij de top 5 horen.” Rinnooy Kan wil zowel onderwijs als bedrijfsleven op een hoger plan tillen.

Om deze doelstelling te bereiken is Rinnooy Kan voorzitter geworden van de nieuwe Kennis en Innovatie Agenda (KIA). Die presenteert vandaag nieuwe plannen. Bijna dertig organisaties uit het onderwijs, kennisinstellingen en bedrijven hebben opgeschreven wat zij de komende tien jaar willen aanpakken. Van de overheid vraagt de KIA extra geld voor innovatie, een bedrag oplopend tot 5 miljard structureel per jaar in 2020.

Behalve Rinnooy Kan zitten in het bestuur van de KIA Philips-bestuursvoorzitter Gerard Kleisterlee, Robbert Dijkgraaf, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en Kees Tetteroo, voormalig voorzitter van het ROC in Eindhoven. De KIA was al onderdeel van het Innovatieplatform dat het kabinet in 2003 in het leven riep en dat eerder dit jaar stopte.

Waarom zou het KIA wel slagen terwijl tijdens het werk van het Innovatieplatform Nederland internationaal verder achterop raakte? Rinnooy Kan: „Met het Innovatieplatform is niet bereikt wat we wilden. Maar de inspanningen hebben er wel toe geleid dat er over de volle breedte veel begrip is ontstaan voor de noodzaak om de kennis en innovatie te bevorderen. Kijk naar de verkiezingsprogramma’s waarin staat dat er op kennis niet bezuinigd mag worden en waarin zelfs voor additionele investeringen wordt gepleit. Het is nu van belang om de lobby voort te zetten en nogmaals ons verhaal heel sterk te vertellen.”

Volgens Rinnooy Kan ligt de nadruk nu op concrete plannen: „Het Innovatieplatform richtte de blik op de periode tot 2016. Wij willen het lange termijnperspectief voor ogen houden. Wij steken dieper, tot aan 2020, en willen resultaten. De deelnemers aan de agenda geven nu expliciet aan dat zij een eigen bijdrage willen leveren en zijn daar ook op af te rekenen. Eerder deden zij dat ook maar dat is niet zo zichtbaar geweest. Wij vragen niet alleen iets aan de overheid maar wij bieden ook hele meetbare ambities.”

Het actieplan dat samen met dertig organisaties is opgesteld, varieert van extra wetenschappelijke onderzoekers, via meer ruimte en hulp voor startende ondernemers tot programma’s voor excellente studenten (zie kader). Die doelen moeten al in 2015 gehaald zijn.

„Een mooi voorbeeld vind ik dat de PO-raad, brancheorganisatie van het primair onderwijs, zegt dat het aantal leerlingen dat met een reken- of leesachterstand naar het voortgezet onderwijs gaat met de helft wordt gereduceerd. Dat is elk jaar exact te meten”, zegt Rinnooy Kan.

De KIA-voorzitter meent dat de brede opzet van het actieplan de kans op succes vergroot: „Met de partijen die meedoen aan de agenda hebben wij gesproken over een aantal concrete doelstellingen en prioriteiten. Het is een unieke brede coalitie. Iedereen heeft de bereidheid daaraan te werken en wij hopen dat zij dat blijven doen.”

Meer geld verdienen is niet de enige drijfveer achter het initiatief. Uit het rapport dat het bestuur opstelde: „Het ontplooien en benutten van al het aanwezige talent bepaalt of Nederland de kansen benut die de wereldwijde kennissamenleving biedt. Willen wij een vooraanstaand land blijven, een land waar de beste bedrijven en mensen neerstrijken om hun dromen te verwezenlijken, dan moeten we investeren. Het gaat daarbij niet alleen om toekomstig verdienvermogen. Het willen benutten van talent is ook een belangrijke menselijke drijfveer: mensen worden gelukkig van de uitdaging en de mooie resultaten.”

Rinnooy Kan is zich ervan bewust dat vragen om extra geld haaks staat op de zware bezuinigingen die een nieuw kabinet gaat doorvoeren. „Het is een lastig moment. Toch willen wij dit nu oppakken. Omringende landen investeren ook extra in kennis en innovatie: de Scandinavische landen, Frankrijk, Duitsland.”

„Wij willen graag dat de formateur van een nieuw kabinet onze agenda onder ogen krijgt en verwerkt in een nieuw regeerakkoord. Wij hopen dat het daar niet bij blijft. Van jaar tot jaar willen wij graag met het kabinet en de Tweede Kamer in gesprek. Wat heeft de overheid gedaan en wat is bij ons de stand van zaken? Een bondgenootschap is essentieel.”

„Wij kunnen niet zonder de politiek, maar willen ook zelf een bijdrage leveren zodat wij straks wat kennis en technologie betreft weer tot de top behoren. De investeringen die wij daar nu voor doen betalen zichzelf terug in de vorm van een hogere economische groei. Het is een kwestie van eigenbelang.”

mailIcon print |