amsterdam – „De Nederlandsche Bank hóópte dat er wat zou gebeuren, maar heeft uiteindelijk te lang gewacht.” Michiel Scheltema, voorzitter van de commissie die de toedracht van de ondergang van DSB Bank onderzocht, is niet mild in zijn kritiek op de bancaire toezichthouder. Hij sluit daarmee aan in een rij van recente onderzoeken die eenzelfde afwachtende houding van DNB in het financiële toezicht concluderen.
Allereerst stellen Scheltema en zijn commissieleden dat DNB in 2005 nooit een bankvergunning had mogen verlenen aan DSB. De structuur van DSB, waarbij Dirk Scheringa zowel enig eigenaar als voorzitter van het bestuur van de bank is, past niet bij een bank. Bovendien mist Scheringa de benodigde deskundigheid op financieel terrein, zodat DNB hem nooit op die positie had mogen aanvaarden, aldus de commissie.
Er hadden veel striktere voorwaarden gesteld moeten worden aan het opbouwen van een adequaat risicobeheer bij DSB, in plaats van te hopen dat met het afgeven van een bankvergunning DSB wel in de pas met de regels zou gaan lopen. Gevolg was dat er bij DSB te veel de nadruk kwam te liggen op de commerciële kant van de bank, en te weinig oog was voor het risico. Scheltema: „Risico’s horen bij de commercie, maar als bankman vind je teveel risico juist griezelig.”
Toen eenmaal de vergunning afgegeven was, was DNB goed op de hoogte van wat zich bij de bank in Wognum afspeelde, concludeert de commissie. Maar als het aankwam op het nemen van maatregelen, liet de toezichthouder ’te weinig haar tanden zien’. „De gangbare, informele manier van toezicht houden werkte niet bij DSB”, zegt commissielid Edgar Du Perron daarover. Zogeheten ’norm-overdragende gesprekken’, waarin DNB achter gesloten deuren of per brief aandringt op veranderingen, haalden weinig uit. „DSB kon of wilde die signalen niet opnemen”, zegt Kees Koedijk van de commissie, „of ze begrepen elkaar gewoon niet.” Mogelijkheden om wel in te grijpen, zoals bij de overstap van toenmalig financieel directeur Gerrit Zalm naar ABN Amro, liet DNB volgens de commissie stelselmatig liggen.
De commissie wilde gisteren geen algemene uitspraken doen over het functioneren van DNB, aangezien zij slechts één zaak heeft onderzocht. Maar de schets van een afwachtende, informeel opererende toezichthouder past in het beeld dat eerder al opdook uit het onderzoek naar het faillissement van Icesave. Commissielid Du Perron was ook bij dat onderzoek betrokken, en wijst op de bijzondere kenmerken van de zaak DSB en Icesave: de rol van Dirk Scheringa, en het feit dat DNB door de IJslandse autoriteiten op afstand werd gehouden. Maar ook de commissie De Wit, die zowel het faillissement van Icesave als de overname van ABN Amro onderzocht, concludeerde dat DNB eerder had kunnen ingrijpen bij Icesave. De overname van ABN Amro had zelfs voorkomen kunnen worden, ondanks de verklaring van DNB-president Wellink voor de commissie dat hij dat gedaan zou hebben als hij maar ’het kleinste gaatje’ voor gezien had.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.