In de zorgsector zijn ethische en morele dilemma’s aan de orde van de dag. Een ideale oplossing is er zelden. Vandaag dilemma 4: Hoe behandel je iemand die vindt dat ze alles beter weet?
Mevrouw Tuinstra (87 jaar) heeft een stevig karakter. Een dame die niet op haar mondje is gevallen en die haar leven lang gewend is geweest de regie over haar eigen leven te voeren.
Mevrouw heeft ernstige wonden aan beide benen. Al meer dan een jaar is ze niet buiten geweest. Pas sinds een week heeft ze een rolstoel. De apotheekhulp die haar verbandmateriaal brengt, heeft haar aangeboden met haar naar buiten te gaan. Door het slechte weer is het er nog niet van gekomen. Mevrouw woont alleen. Haar man is al 34 jaar geleden overleden. Kinderen heeft ze niet.
Mevrouw slaapt in de huiskamer. Ze kan namelijk haar slaapkamer boven niet bereiken. Ze komt de trap niet op. Slapen doet ze in de stoel. Nou, slapen, dat komt er nauwelijks van, zoveel pijn heeft ze. Haar nieuwe huishoudelijke hulp vraagt dan ook aan wijkverpleegkundige Ineke Schouten waarom ze geen hoog-laagbed heeft. Mevrouw Tuinstra is haar bij het antwoorden voor: „Dat wil ik niet. Dat doet me te veel denken aan m’n man.” Wel heeft ze een bedbank besteld, maar die was ongeschikt voor haar.
Wanneer ze de vraag krijgt hoe ze aan die beenwonden is gekomen, antwoordt ze gevat: „Dat is de vraag niet. De vraag is: hoe kom ik er weer van af?”
Tja. „M’n hersenen werken nog goed”, zegt ze. „We lachen wat af. Ik ben geen type om chagrijnig te zijn.” Maar boos kan ze wel worden. Mevrouw is als de dood dat achter haar rug om dingen over haar worden bedisseld. Schouten: „Daarom maken we heel precieze afspraken met haar. Bijvoorbeeld wie van de thuiszorg wanneer bij haar over de vloer komt. Maar ze is een beetje doof. Soms herinnert ze het zich niet dat het zo is afgesproken. Ze heeft het niet goed gehoord of ze is het weer vergeten. Komt er dan iemand, dan wordt ze kwaad. Dan heeft ze het gevoel dat er buiten haar om iets is geregeld.”
Mevrouw Tuinstra, een voormalige danslerares, is druk en heerszuchtig. „Ik neem dat maar voor lief”, zegt Schouten. Ze wil haar absoluut niet betuttelen. Als mevrouw per se geen hoog-laagbed wil, oké. Slaapt ze liever in een stoel in de kamer, ook goed. Maar dat betekent niet dat Schouten over zich laat lopen. Als het aankomt op de wondverzorging – haar specialisme – laat ze zich niets vertellen en doet ze precies wat ze nodig vindt, ook al bevalt mevrouw dat allerminst. Ze is immers volgens de ethiek van haar vak verplicht goede zorg te verlenen. Voor minder doet ze het niet.
Schouten: „Voor haar wonden gebruik ik plakzwachtels. Dat is de beste manier om het vocht aan haar benen te onttrekken. Maar het is zeer tegen haar zin. Dat wil ze niet. Dan moet je bijna ruzie met haar maken. Ze weet nu eenmaal alles beter. Maar ik ga met haar niet in discussie. In zo’n situatie streel ik haar ego, bijvoorbeeld door over haar vroegere danslessen te beginnen. Dan raakt ze weer in een goed humeur en krijg ik veel voor elkaar. Bij deze mevrouw moet je niet te snel willen.”
Om redenen van privacy zijn de namen in dit artikel gefingeerd. Deze serie dilemma’s in de zorg kwam tot stand in samenwerking met Vilans, kenniscentrum langdurende zorg.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.