We zagen tegen het eind van Nederland-Slowakije Robin van Persie met zichtbare tegenzin het veld ruimen voor Eljero Elia. Gediplomeerde liplezers hebben zelfs vastgesteld dat hij Van Marwijk verzocht om in plaats van hem Wesley Sneijder heen te zenden. Het was een klein smetje op de gewonnen wedstrijd, maar niettemin, ook smetjes tellen. Robin van Persie, dat zie je al aan zijn oogopslag en de manier waarop hij zich voortbeweegt, is een haantje. Die maakt het liefst alle goals zelf en houdt er niet van om af te spelen als ie zelf ook nog een kansje heeft. Zelfs naar Arjen Robben speelt hij niet graag af, al komt er allicht een doelpunt van. Misschien is zijn zelfzucht geen charmante eigenschap maar het maakt hem wel tot mens. Al die voetballers die na afloop altijd, als op bevel van hogerhand, roepen dat het een teamprestatie is geweest, samenspel, ik geloof er geen bal van. Je zou Van Persie een egocentricus kunnen noemen. Hij gunt zichzelf meer dan hij de ander gunt. Ik herken het maar al te goed. Toen ik en mijn zusjes vroeger van mijn moeder besjes kregen, een of twee keer per jaar, op een schoteltje met wat hoopjes suiker erbij, stond ik erop dat de besjes eerst geteld werden alvorens er gegeten werd. Mijn zusjes zouden er eens per ongeluk meer krijgen dan ik. Het risico dat ze er misschien minder hadden dan ik nam ik op de koop toe, zo groot was mijn angst om achtergesteld te worden. Het ontbrak er nog maar aan, realiseer ik me nu, dat ik ook nog weging van de toebedeelde suikerhoopjes eiste. Egocentrisme, of egoïsme, is geloof ik een ongeconditioneerde reflex, ze maakt geen deel uit van een verstandig krijgsplan, daarvoor is het effect vaak te contraproductief. Van Persie wenste het veld niet te ruimen omdat hij wilde schitteren, maar met zo’n wegwerpgebaar en zo’n verongelijkt gezicht bewerkstelligt hij het tegendeel, hij verspeelt de sympathie van het publiek dat hij hoopt te behagen. Niettemin lijkt zijn houding me in diepste zin die van een overlever: ik wil krachtig zijn, onmisbaar ogen! De wereld is er groot mee geworden. Hele volksstammen zijn uitgemoord omdat we ze het licht in de ogen niet gunden, als ze iets beter konden of het geluk hadden in gunstiger omstandigheden te verkeren. De geschiedenis begint ermee, Kaïn en Abel, en in onze spelonken dachten we ook niet al te gunstig over de bewoners van de volgende spelonk. Zelfs in beschaafdere tijden hield de zelfzucht, soms op de meest kinderachtige wijze aan. Tot niet zo heel lang geleden zorgden bijvoorbeeld dorpen die in het rijke bezit van een kerktoren met een klok waren ervoor dat het naburige dorp niet ook van die klok kon profiteren; ze plaatsten aan de kant van de buren geen uurwerk. De buren moesten zelf maar een klok kopen als ze wilden weten hoe laat het was. Het doet me ook een beetje denken aan de man die een krant leest, ik met name, en die niet wil dat een ander over zijn schouder meeleest. Wat kan er eigenlijk op tegen zijn, de woorden zijn van iedereen. En toch wil ik die krant voor mij alleen. Raadselachtig.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.