*

 

Ambitieus plan handbalsters vraagt om ruimte en middelen

Fred Troost − 06/04/10, 00:00

almere – Dat de handbalvrouwen hun Litouwse collega’s betrekkelijk eenvoudig zouden overspelen (34-20), was verwacht na de al evenzeer overtuigende 31-22 winst in Kaunas, eerder in de week. Voor de spanning hoefde dan ook niemand naar Almere af te reizen.

Interessanter was het te kijken naar wat zich in het Nederlands team afspeelde: de inpassing van jonge speelsters, de ontwikkeling naar een hiërarchie, de instructieve rol van coach Henk Groener en zijn assistent Peter Portengen. Het was een lerende wedstrijd, met perspectief, zeker, maar ook met een gapende onzekerheid, zowel op korte als langere duur.

Eerst maar de korte termijn. In een poule van vier moet Oranje ten minste tweede worden om in december naar het EK in Denemarken en Noorwegen te worden uitgezonden. De dubbelslag tegen Litouwen was een verplicht nummer; Kroatië en Macedonië vormen zwaardere opgaven. Over twee maanden weten we meer.

De hoop via het Baltische opstapje naar het zo gewenste hogere niveau door te drukken bleef vooralsnog in het stadium van wenselijkheid hangen. Nederland organiseert eind 2012 het EK. Het is dankzij de automatische plaatsing als gastland dé gelegenheid voor het team nu eens wél bij een groot toernooi te zijn. Op weg naar Europese en wereldkampioenschappen strandde de ploeg de laatste jaren steevast in de voorronde.

Het WK van 2005 in Sint-Petersburg was een uitzondering. Juist daar werd ervaren hoe belangrijk zo’n toernooi is voor de intense beleving van topsport – bij spelers, staf én publiek –, voor een kwaliteitsimpuls en voor aanzien gepaard gaand aan status en financiële (NOC-NSF) middelen.

De wens van Groener is nu eens door te pakken en de definitieve stap naar de top te maken. Hij heeft uitgesproken dat het samenbrengen van de speelsters in één groep daartoe noodzaak is. Nu ziet hij zijn volgelingen te sporadisch, de laatste keer was vijf maanden geleden. Zo genereer je geen teamgeest.

„Vanaf september 2011 wil ik een programma draaien waarin we vaker bij elkaar zijn. Als we qua prestatie structureel op Europees topniveau willen komen, valt daaraan niet te ontkomen. Dat betekent dat ik alle speelsters in Nederland bij elkaar wil hebben. Ik realiseer me dat dat consequenties heeft voor de contracten en ik heb ze gevraagd daar rekening mee te houden. Ik hoop dat ze eerst met ons komen praten voor ze ergens anders tekenen.”

Hoe vroom kan een wens zijn? Jonge meiden die nu nog op de Handbalacademie opgeleid worden, zijn voor zo’n plan wellicht te porren. Maar de oudere speelsters, al jaren actief in Duitsland, Spanje en Denemarken, voor wie handbal hun werk is, zullen een fikse compensatie eisen. Dat is een probleem: geld heeft de armlastige handbalbond niet, grote sponsors zijn er evenmin.

Inmiddels is wel duidelijk dat de Handbalacademie haar vruchten begint af te werpen. Op zeker moment stonden twee zeventien- en twee negentienjarigen naast twee routiniers in het veld. Continu waren Groener en Portengen bezig met aanwijzingen geven aan de jonge vliegende wissels die even naar de bank kwamen. In het veld namen Diane Lamein en Maura Visser die instruerende taak op zich.

„Handbal is internationaal een volwassen sport, maar in Nederland nog lang niet. Daarom moeten we onze opleiding serieus nemen en de talenten een kans geven”, verklaarde Groener.

Van de veertien speelsters die hij zondag in het veld bracht, spelen er acht in het buitenland en zes in Nederland. Significant is de leeftijdskloof: de ’buitenlanders’ zijn gemiddeld 26,5 jaar, de in Nederland spelende vrouwen, meisjes nog, 18,3 jaar.

In een groepje buiten de competitie trainen heeft al vaker vruchten afgeworpen – zie volleyballers en waterpolosters, ja zelfs terugkeer naar de memorabele van ’Meiden met een Missie’ kwam ter sprake –, maar alleen trainen en geen competitie spelen is wel een erg groot offer, bijna achterhaald. Naast een geldstroom zal er dus ook een programma met competitieve, uitdagende wedstrijden gecreëerd moeten worden. Ruimte en middelen zijn kernbegrippen, maar concreet vooralsnog afwezig.

Geen wonder dat de oudere generatie zich terughoudend opstelde. „Een goed initiatief”, prees aanvoerster Diane Lamein (30), die in Duitsland speelt. „Ik wacht af waarmee ze komen.”

„Ik heb het prima naar mijn zin in Spanje”, zei keepster Marieke van der Wal (ook 30). En daarmee ligt Groeners plan voorlopig op de balans van hoop en vrees.

mailIcon print |