*

 

'Niet ik, maar hij reed 160'

Adri Vermaat − 06/04/10, 00:00

Tussen onschuld en schuld zit vaak een kleine stap. De rechter ziet dat wekelijks.

De breedgeschouderde man die voor de kantonrechter zit, reed op de A15 in de Botlek 54 kilometer te hard.

Op de publieke tribune luisteren tientallen mensen mee, die later op de dag – voor uiteenlopende overtredingen – voor deze rechter moeten verschijnen. Verdachte leest op de tribune zijn krantje. Maar zodra de rechter zijn dossier van een dikke stapel pakt en luid zijn naam roept, snelt hij in zijn runderlederen jack naar voren.

Een door justitie aangeboden transactie van 440 euro weigerde de man te betalen. Op de vraag van de rechter naar het ’waarom’ antwoordt hij beslist: „Ik bestrijd het gewoon, het klopt niet. Ik reed geen 160. Ik reed 130. Dat scheelt dertig kilometer en een hoop centen.”

De rechter stelt dat de man niet wordt verweten dat hij 160 kilometer reed. „Volgens de ijktabel reed u 159 kilometer. Na de gebruikelijke correctie werd dat 154 kilometer en daarvoor staat u hier terecht. Waar u reed was honderd kilometer toegestaan.”

De verdachte ontploft bijna. „Ik bestrijd dit. Die man die me bekeurde was iemand van de Koninklijke Marechaussee. Niet ik, maar hij reed in zijn dienstauto 160 kilometer. Daardoor haalde hij mij in. Hij reed achter me aan, dat viel me op, maar ik dacht: ’Hij geeft geen bekeuringen, hij houdt me niet staande’. Ook toen ik zwaailichten zag en zijn sirene hoorde, had ik niks door. Ik dacht: ’Dat is niet voor mij’. Ik dacht alleen: ’Wat een idioot’! Tot ik de Botlektunnel uitkwam en hij mij afsneed en langs de kant zette.”

Daar gebeurde nog iets vreemds, vertelt de verdachte.

„Ik zit achter het stuur, vrij kalm, met de radio zachtjes aan. Die marechaussee staat naast mijn portier en bukt zodat hij via het geopende bestuurdersraampje met mij kan praten. Dan duikt die kerel ineens over mij heen om zo de sleutel uit het slotcontact te trekken. Hij was totaal overspannen. Slot van het liedje was dat ik mee moest naar een van de havenposten en dat ik elf dagen mijn rijbewijs kwijt was.”

De rechter vraagt de verdachte naar zijn beroep. „Ik wás werkvoorbereider, tot 1 maart. Toen ben ik ontslagen, met dank aan de Poolse gastarbeiders die voor mij in de plaats kwamen.”

De officier van justitie zegt dat hij een verhaal voor de man heeft waar deze niet ’vrolijker van wordt’. De suggestie van de verdachte dat de marechaussee 160 kilometer reed en niet hij, wijst de officier van de hand. „Als ik zou twijfelen, zou ik de verbalisant als getuige hier halen. Maar ik twijfel niet. Zeggenschap en bewijskracht liggen bij het gezag. Een eis van 440 euro voor zo’n forse overtreding is de enige juiste sanctie.”

De foeterende verdachte zegt: „Die imbeciel volgde me.” De rechter legt hem 440 euro boete op.

mailIcon print |