*

 

Het proces

Sylvain Ephimenco − 06/04/10, 00:00

Ik had me voorgenomen dit jaar geen woord van de pauselijke paasmis en de urbi et orbi-boodschap te missen. In de lucht hing iets buitengewoons. Iets wat in jaren niet meer was voorgekomen. Zou de rechtmatige opvolger van Petrus, de man die als de discipel van Jezus wordt beschouwd en wereldwijd de Christelijke Kerk der Katholieken leidt, ja, zou de plaatsvervanger van Christus op aarde de zonden van zijn heilige instituut publiekelijk opbiechten? En nog belangrijker: zou hij recht doen aan alle slachtoffers die door zijn priesters waren misbruikt? Ik dacht aan de film van Mel Gibson, die ik voor de gelegenheid in de vroege ochtenduren in de dvd-speler had gepropt. Die vleeshaken in de huid van de gefolterde, de beschimpingen, de spijkers in de handpalmen, daarmee vergeleken was de pauselijke kruisgang van vandaag een peulenschil. Ik ging nog even de hond uitlaten maar moest door regen en wind de wandeling afbreken. Het mocht geen vrolijke Pasen worden. Toen ik de televisie aanzette, werd ik door een zee van paraplu’s begroet. Daar, op het Sint-Pietersplein in Rome, liet God een gordijn van tranen neerdalen. Maar door dat gordijn kon je nog heel duidelijk de oude gebroken man op zijn stoel zien. Benedictus XVI leek even op zijn voorganger. Niet op de offensieve Poolse paus in zijn beginjaren. Hij was meer de Karol Józef Wojtyla in zijn laatste dagen. Al afwezig, toeschouwer van zichzelf. Toen wist ik het al. Om je zonden op te biechten, moet je je groot maken. Om compassie met slachtoffers te tonen, moet je in je ogen het leed van de gehele mensheid kunnen opnemen. De blik van Joseph Alois Ratzinger was leeg, zijn hart gebarricadeerd. Ik kon de vergelijking met een aangeklaagde in zijn verdachtenbank niet uit mijn hoofd zetten. De paasmis als een soort proces dat zijn naam niet verdraagt. Toen gebeurde iets ongewoons. In een normaal proces verschijnt de advocaat in de eindfase om zijn pleidooi te houden. Maar nu al verscheen de deken van de kardinalen om alle speculaties de kop in te drukken. Iedereen stond achter de onschuldige, zei kardinaal Angelo Sodano, van de bisschoppen tot aan de 400.000 priesters. De kerk moest zich niets van de chiacchiericcio aantrekken.

Het werkwoord chiacchierare betekent zoveel. Kletsen, roddelen, babbelen. Daar konden de slachtoffers van seksueel misbruik het mee doen. De kerk is geen chat-instituut en de paasmis geen internetforum waar iedereen zijn mening mag geven. Rome is onfeilbaar. En als het toch niet zo blijkt te zijn, kan Rome de rest van de complotterende wereld altijd van machinatie beschuldigen. Urbi tegen orbi. Ratzinger stond moeizaam op en omhelsde pleitbezorger en consigliere Sodano. Het werk was gedaan. Hij hoefde niets meer over De Kwestie te zeggen. Geklets. De paus keek naar het publiek. Hij zag alleen een zee van door tranen bedekte paraplu’s. Joseph Alois Ratzinger ging weer zitten en besloot, zoals afgesproken met zijn verdediging, zich verder op zijn zwijgrecht te beroepen.

mailIcon print |