*

 

Aanslagen frustreren politieke proces in Irak

Judit Neurink − 06/04/10, 00:00

Irak heeft een gewelddadig Paasweekeinde achter de rug. Bij aanslagen in Bagdad kwamen zondag zeker 41 mensen om en een afrekeningsactie in een soennitisch dorp kostte zaterdag aan 25 mensen het leven.

Het geweld komt in een periode van grote politieke onzekerheid in Irak, waarin premier Al-Maliki via de rechter probeert alsnog zijn baan te behouden. Hij eist hertelling van de stemmen van de verkiezingen van 7 maart. Dat terwijl de officiële winnaar daarvan, Iyad Allawi, voorlopig geen kans lijkt te krijgen een nieuwe regering te vormen.

Mogelijk houdt het geweld verband met de pogingen van de zittende sjiitische regering om Allawi (vooral gesteund door soennieten) zijn overwinning te ontnemen door vier leden van diens blok te diskwalificeren. Volgens een speciale commissie zouden ze banden hebben met Saddams Baathpartij en daarom geen parlementslid kunnen worden. Een verlies van de vier zetels ontneemt Allawi mogelijk zijn uiterst kleine meerderheid van twee zetels op het blok van Al-Maliki.

Intussen is er ook een machtstrijd gaande onder sjiieten, tussen Maliki en de radicale geestelijke Moktada al-Sadr. Maliki heeft Sadr waarschijnlijk nodig om een coalitie te vormen, maar die lijkt daar weinig in te zien. De jonge geestelijke heeft al verklaard dat hij hoe dan ook met Allawi wil regeren. Om die keuze te legitimeren, liet hij de afgelopen dagen een referendum houden onder zijn volgelingen, over wie de nieuwe Iraakse premier moet worden.

Terwijl de sjiieten elkaar politiek bestrijden, wijzen waarnemers soennitische rebellen en Al-Kaida aan als de daders achter het geweld van dit Paasweekeinde. In het soennitische dorp Soefiya schoten in Iraaks legeruniform gestoken bendeleden mannen en vrouwen dood. Soefiya was ooit in handen van de islamitische rebellen, maar keerde zich van ze af – net als veel Iraakse soennieten die met de Amerikanen gingen samenwerken om de islamitische radicalen te bestrijden. Mede daardoor keerde de rust in Irak de afgelopen twee jaar langzaam terug. De wraakactie koste aan 25 mensen het leven.

Zondag werd de Iraakse hoofdstad opgeschrikt door een aantal bomaanslagen. Auto’s vol explosieven ontploften in de buurt van ambassades; de Egyptische, Duitse, Syrische en Iraanse raakten beschadigd. Ook het partijbureau van de omstreden politicus Ahmed Chalabi liep schade op. Er vielen zeker 41 doden en ruim 100 gewonden.

Bewoners in Bagdad zien een link met de politieke ruzies tussen de sjiieten, maar waarnemers menen dat de aanslagen daarvoor te veel lijken op aanslagen vorig jaar, die zijn opgeëist door een aan Al-Kaida gelieerde groepering, de Islamitische Staat Irak.

De aanslagen werden gezien als een bewijs dat Al-Kaida ondanks het harde optreden van Al-Maliki niet geheel verslagen is in Irak.

mailIcon print |