*

 

Theoloog Koet: Dromen maken mensen wakker

Monic Slingerland − 11/03/10, 00:00

In veel oude teksten spelen dromen een rol. Voor theoloog Bart Koet zijn ze een bron van kennis. Een collega van hem onderzoekt de dromen van de taliban.

Pas een dag of wat werkte Bart Koet in de Bijlmerbajes. Als justitiepastor kreeg hij een man voor zich die een zwaar misdrijf begaan had. Wat dat was, doet er nu niet toe.

„Hij was mijn tweede cliënt”, zegt Koet. „Hij kwam bij me, een vrome man met een verdrietig verhaal, en begon een droom te vertellen. In dat droomverhaal kwam een slang voorbij en een boek.”

Herkenbare beelden voor Bart Koet, met zijn christelijke theologische achtergrond.

Koet houdt morgen zijn oratie als bijzonder hoogleraar vroegchristelijke letterkunde. Hij is verbonden aan het Centrum voor Patristisch Onderzoek, een samenwerkingsverband tussen de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Faculteit Katholieke Theologie in Tilburg.

Hoe kan een serieuze wetenschapper zich wijden aan zoiets vaags als dromen? Koet: „Alle wetenschap is altijd interpretatie. Als een oncoloog bij een patiënt onderzoek doet, moet hij de resultaten van het laboratorium altijd interpreteren. Vanaf dat punt begint de wetenschap. Ik interpreteer teksten en dromen, dat is eigenlijk eenzelfde terrein, eenzelfde semantisch veld, zoals dat heet. In veel oude teksten kom je dromen tegen, of dat nu de Dode Zeerollen zijn, gevonden in Qumran, of de teksten van kerkvaders als Augustinus en Hiëronymus, of middeleeuwse teksten. Als je die droomteksten overslaat, mis je een stukje van de pointe. Dromen spelen een sleutelrol in de ’Belijdenissen’ van Augustinus.”

Twee dromen staan centraal in Koets recente onderzoek. De eerste is de droom van Monica, de moeder van Augustinus. De droom is overgeleverd doordat Augustinus deze heeft beschreven in het derde boek van zijn Belijdenissen. Monica, die haar zoon het huis had uitgezet, droomt dat een schone jongeling naar haar toe komt met de troostende woorden dat haar zoon op dezelfde plank zal staan als waarop zij staat.

Bart Koet: „Als ze die droom aan Augustinus vertelt, probeert die de zaak eerst nog naar zichzelf te vertalen. Maar zij zegt dan dat hij dat verkeerd ziet. Aan het eind is hij bij haar op haar plank komen staan. Die droom is rond het jaar 374 opgeschreven.”

De tweede droom is uit dezelfde tijd, en van Hiëronymus, de man die als een van de zeer weinigen in zijn tijd het bijbelse Hebreeuws beheerste. Hiëronymus woonde in Betlehem en vertaalde de Bijbel uit de grondtaal in het Latijn. Van hem is een droom bekend die zijn leven zou veranderen.

Koet: „Na zijn droom wijdt Hiëronymus zich aan de Schrift. Hij citeert die in zijn dromen veel vaker dan ervoor. Die verbinding met de Bijbel maakt deze dromen voor mij als theoloog interessant.”

Staat de wetenschap tegenwoordig meer open voor onderzoek naar minder concrete materie als dromen? Koet: „Filosofen gebruiken altijd al metaforische taal. Pindarus, een filosoof uit de vijfde eeuw voor Christus, noemde de mens ’de schaduw van een droom’. Dus zo nieuw is het niet. Er bestaat zelfs een World association of studies of dreams. Ik ben daar als theoloog wel een uitzondering, al mag ik voorzitter van de programmacommissie zijn voor een groot congres, in Nederland. Een ander lid van die organisatie, Iain Edgar, een Britse antropoloog, zal op het symposium, voorafgaand aan mijn oratie, vertellen over zijn onderzoek naar de rol van dromen bij de taliban. Dat onderzoek was mede in opdracht van de Engelse regering. Maar het is wel waar, dat ik vroeger vaker de opmerking kreeg, of dat nou nodig was, die dromen bestuderen.”

De ene droom is de andere niet. Koet vertelt dat Monica, de moeder van Augustinus, onderscheid maakte tussen ware en valse dromen. Ware dromen geven volgens haar een heldere kijk op de werkelijkheid. De andere dromen zijn het gevolg van teveel eten, bijvoorbeeld. Koet: „Dromen maken mensen wakker.”

Koet werkte in totaal vijftien jaar als justitiepastor. Sinds het verhaal van zijn tweede cliënt werkte hij met dromen. Bij het pastorale werk in de Bijlmerbajes bleek het droomverhaal beter dan wat ook te werken. Koet: „De droom was het terrein waarop je met mensen in gesprek kon komen, Als tijdens een groepsontmoeting iemand een droom vertelde, was het stil. Zo leerde iedereen te luisteren.”

mailIcon print |