Met kritische volgers in de media dwing je de farmaceutische industrie beter te worden. Daar heeft iedereen belang bij.
De ’Radarcultuur’ jaagt de belangrijke farmaceutische industrie weg uit Nederland, betoogt Hidde Boersma (Podium, gisteren). We zouden trotser op deze bedrijfstak moeten zijn. Het is bedroevend dat de auteur niet alleen blijk geeft van slechte dossierkennis, maar ook gemakzuchtig meevaart op de populariteit van een nieuwe ’pownedcultuur’.
Niemand betoogt in Nederland dat de farmaceutische industrie onbelangrijk zou zijn. Niemand ontkent dat levensreddende therapieën door de commercie worden ontwikkeld. Niemand betwist dat innovaties in deze wetenschap van het grootste belang zijn. En niemand denkt dat het ontwikkelen van medicijnen niks kost. Het probleem is dat deze bedrijfstak een natuurlijke tegenkracht mist die de vele miljarden premiegeld kritisch tegen het licht houdt.
De Consumentenbond houdt de telefonie- en elektronicasector scherp. Reizigersorganisatie Rover dwingt het openbaar vervoer tot beter presteren. Natuur- en milieuorganisaties dwingen gezondere normen af voor uitstoot van schadelijke stoffen. Maar in de farmacie ontbreekt het aan een collectieve lobby voor betere, nieuwere, veiligere en meer betaalbare geneesmiddelen.
Onder het vorige EU-voorzitterschap van Nederland werd het document ’Priority medicines for Europe and the world’ geschreven, met als belangrijke conclusie dat het oplossen van de wezenlijke gezondheidsproblemen in de (westerse) wereld niet alleen aan de industrie kon worden overgelaten. Mede op grond daarvan werd een deel van de aardgasbaten gebruikt voor de oprichting van het Topinstituut Pharma, waarin universiteiten, onderzoeksinstellingen en industrie samen aan het werk gingen om verwaarloosde gezondheidsthema’s op te pakken. De werkgroep weesgeneesmiddelen stimuleert al jaren allerlei trajecten om medicijnen voor zeldzame aandoeningen te ontwikkelen. Nog altijd loopt Nederland mee voorop in het innovatief geneesmiddelenonderzoek. Niet voor niets koos de Japanse farmaciereus Astellas nog maar een paar jaar terug Nederland als vestigingsplaats voor zijn Europese researchdivisie.
Maar blinde ja-knikkers en kritiekloze bewonderaars helpen de industrie niet en bewijzen de samenleving al helemaal geen dienst. Een zichzelf respecterende bedrijfstak omarmt zijn critici, trekt lering uit fouten in het verleden, gooit de deuren en ramen open om verantwoording af te leggen voor het geld dat u en ik elke maand weer betalen aan verzekeringspremie.
Zo’n industrie mag trots zijn op prachtige resultaten in bijvoorbeeld de behandeling van reuma en hiv. Maar zo’n industrie mag ook aangesproken worden op dubieuze producten die nauwelijks vernieuwing brengen, die veel te duur in de markt worden gezet, die met enorm marketinggeweld worden aangeprezen voor ’levensbedreigende’ ziekten als vroegtijdige zaadlozing, rusteloze benen en een overactieve blaas.
Eerlijk is eerlijk, de farmaceutische industrie van 2010 is al een heel andere dan die van 2000. Maar laten we elkaar niet voor de gek houden: die veranderingen komen niet spontaan en vrijwillig tot stand. Druk van buiten is en blijft noodzakelijk in een markt die niet als een normale markt opereert. Een markt die wel de ramen steeds beter wast, maar de gordijnen nog liever dicht houdt.
In die markt waar consumenten maar marginaal invloed hebben op hetgeen ontwikkeld, voorgeschreven en afgeleverd wordt, hebben consumentenprogramma’s als Radar en Zembla een rol. Zij zijn in staat om zaken te agenderen die de sector liever onder in de la legt. Daarmee jaag je de industrie niet weg, daarmee dwing je de industrie nog beter te worden. Daar hebben alle partijen op de lange duur het meeste voordeel van.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.