*

 

Sportclubs houden zich staande

Rob Velthuis − 09/03/10, 00:00

De Nederlandse sport wacht nog altijd voor de storm. De crisis wordt steeds sterker merkbaar, maar er vallen geen clubs om.

De financiële positie van steeds meer sportverenigingen komt door de economische recessie steeds verder onder druk. Ondanks toenemende zorgen – alle inkomstenbronnen krimpen – zijn er weinig clubs die met een faillissement worden bedreigd.

Dit blijkt uit het onderzoek ‘Tussen veerkracht en vrees’ dat op verzoek van sportkoepel NOC-NSF werd gemaakt door het W.J.H. Mulier Instituut. Aan het onderzoek werkten 1300 verenigingen mee.

De conclusies sluiten aan bij de ervaringen van NOC-NSF, dat vorig jaar in verband met de recessie het meldpunt Sport en Crisis heeft ingesteld om de clubs bij te staan. Slechts af en toe laat een club daar weten problemen te hebben. „Ze zoeken zelf naar oplossingen, daar willen ze het meldpunt niet voor gebruiken”, zegt Gerard Slot, hoofd strategie en beleid van NOC-NSF.

Hij concludeert dat er geen behoefte is om problemen op het gebied van sponsoring en partners bij het loket te melden. „Een sponsor of relatie waarmee wordt samengewerkt kan altijd terugkomen. Die relatie mag niet worden verstoord.”

Volgens het onderzoeksrapport verwacht 71 procent van de verenigingen voor 2010 veel invloed van de recessie op sponsoring. Ook verwachten verenigingen (meer dan voor 2009) dat de recessie in 2010 zijn sporen nalaat in de inkomsten uit horecabestedingen en de gemeentelijke bijdragen. Ook bij de bezuinigingen van verenigingen werkt de recessie door.

Het aantal verenigingen dat de financiële positie als (zeer) goed ervaart, is gedaald van 73 procent in 2008 naar 64 procent vorig jaar. 22 procent van de clubs heeft in 2009 moeten bezuinigen; 31 procent verwacht dat dit jaar te moeten. Eén derde van de clubs heeft te kampen met afnemende sponsorinkomsten.

Het zijn vooral de grote verenigingen (omvang en budget) en de verenigingen met een kantine die het afgelopen jaar meer bezuinigd hebben dan de andere verenigingen. Zij doen dat vooral op het (niet) aanschaffen van nieuw materiaal en het uitstellen van onderhoud aan accommodaties.

Vergoedingen aan trainers en vrijwilligers staan onder druk. Eind 2009 kenden sportverenigingen 184.000 vacatures voor vrijwilligers en 7.400 vacatures voor betaalde krachten.

Volgens Slot is het in de sport net als in andere sectoren van de maatschappij: „Het is wachten voor de storm. Met de daarbij de lichte hoop dat hij overwaait.” Hij concludeert dat de ledenaantallen deze winter nog niet sterk zijn teruggelopen. „Wat dat betreft is het ook wachten op de klap die maar niet komt.”

Daarbij zijn er grote zorgen over de combinatie van het grote aantal vacatures en het bezuinigen op vergoedingen en salarissen. „De door ons gepropageerde professionalisering stokt in deze periode. Dat mag niet te lang duren.”

Niet alle verenigingen worden in dezelfde mate getroffen. Opvallend is dat een deel van de hockeyverenigingen de komende jaren een stijging van de sponsorinkomsten verwacht; geen enkele hockeyvereniging voorziet een daling van sponsorinkomsten.

Volgens het onderzoek is waakzaamheid geboden op het gebied van subsidies. De lokale overheid, de grootste investeerder in de sport, mag haar bezuinigingen niet op de sport afwentelen. Bijna een kwart van de verenigingen zag de inkomsten uit gemeentelijke subsidies afnemen. Slot: „Hier is bepalend hoe snel er een nieuw kabinet is. En wat dat gaat doen met het gemeentefonds.”

mailIcon print |