*

 

'Marokkaanse pers is met neergang bezig'

Kees Beekmans − 09/03/10, 00:00

Op de Europees-Marokkaanse top vroeg EU-voorzitter Van Rompuy aandacht voor de mensenrechten. Het relaas van de journalist Ali Amar.

Een maand geleden vluchtte journalist Ali Amar uit Marokko, uit angst voor gevangenisstraf. Hij is de schrijver van het in Marokko verboden Le Grand Malentendu (Het Grote Misverstand, 2009) dat het eerste decennium Mohammed VI zeer kritisch beziet. Het is in Frankrijk een kleine bestseller.

Amar is ook oprichter van Marokko’s bekendste onafhankelijke weekblad Le Journal Hebdomadaire (LJH), dat een maand geleden van overheidswege de nek om werd gedraaid. Op de bezittingen en banktegoeden van Amar en mede-oprichter Aboubakr Jamaï werd beslag gelegd. Beiden vluchtten naar Spanje.

Het lijkt een trend te worden. In Spanje zat al een paar jaar Ali Mrabet, die ooit ook voor LJH werkte, in de gevangenis belandde en een publicatieverbod van tien jaar kreeg opgelegd. De ’drie musketiers’ gaven een persconferentie in Granada, in de schaduw van de EU-top. Ik spreek Ali Amar vlak voor die conferentie, per telefoon vanuit Rabat.

LJH is dood, na dertien jaar. Het blad was symbool voor wat de ’Marokkaanse Lente’ wordt genoemd.

„De hoop op verandering hing toen inderdaad in de lucht. Le Journal is opgericht in 1997, twee jaar voor Mohammed VI de troon besteeg. Het was een scharnierpunt in de Marokkaanse geschiedenis. Aan het eind van zijn extreem lange en dictatoriale bewind zag koning Hassan II zich gedwongen de teugels iets te laten vieren en hervormingen in te zetten waarvan zijn erfopvolger later zou profiteren, met name op het gebied van de mensenrechten.”

Was er sprake van een daadwerkelijke persvrijheid?

„LJH sneed onderwerpen aan die vroeger taboe waren. Ook de toon van het blad verschilde radicaal van die van de bestaande kranten en weekbladen. We beschouwden het aantreden van de jonge Mohammed VI in 1999 als steun. Dat bleek al snel een misvatting. Bij de millenniumwisseling hadden de censuur al weer de bovenhand.”

Hoe beoordeelt u de huidige situatie?

„Journalisten hebben nu vooral de neiging zichzelf te censureren. Je hoort vaak dat de pers in Marokko ondanks alles de meest vrije van de Arabische wereld blijft. In werkelijkheid is de onafhankelijke pers aan een neergang bezig. Dat niemand zich er druk om maakt dat mijn boek in Marokko is verboden, vind ik veelzeggend. Alsof censuur opnieuw de norm is. Alsof we onze persvrijheid alleen maar mogen vergelijken met die van Arabische broedervolken die nog slechter af zijn.”

Wat heeft de koning eigenlijk te verliezen bij een vrije pers?

„Men wil voorkomen dat de gebreken van een slecht bestuur aan het licht komen. Terwijl de Marokkaanse kroon volgens mij alleen toekomst heeft in een sfeer van politieke en sociale openheid, kortom, in een democratie. Met de politiek die het Paleis op dit moment voert, dient het noch zijn eigen belangen, noch die van het Marokkaanse volk.”

Het heeft er de schijn van dat de monarchie zich bedreigd voelt door een vrije pers.

„Dat hoeft helemaal niet want ze geniet een grote populariteit onder de mensen. De monarchie-als-instituut heeft ons Marokkanen hoop gegeven, maar het lukt haar niet zich te hervormen, en dat stelt ons teleur.”

mailIcon print |