*

 

'Boek beginnen met vloek stoot een groep mensen af'

Kristel van Teeffelen − 11/03/10, 00:00

amsterdam – De eerste zin van het boekenweekgeschenk ’Duel’, geschreven door Joost Zwagerman, is: ’Godverdomme, die hand, die vuist!’ Mag je een boek beginnen met een scheldwoord? Franca Treur, Maarten ’t Hart en Jan Siebelink, drie schrijvers met een christelijke achtergrond, zouden het zelf nooit doen.

De jonge, reformatorisch opgevoede Treur vindt het begin van Zwagerman jammer. „Persoonlijk raakt het scheldwoord me niet, maar de moderne literatuur krijgt hiermee bij het christelijke publiek weer een slechte naam en daar baal ik van.”

Treur wijst erop dat het boekenweekgeschenk bedoeld is voor een breed publiek. Zwagerman stoot in haar ogen een groep mensen af. „Als je die mensen aan het lezen wilt krijgen, helpt dit daar niet bij.”

Ook ’t Hart vindt de eerste zin ’een beetje raar’. „Het kan alleen als uit de rest van het verhaal dwingend duidelijk wordt dat het begin niet anders kon. Of dat zo is, weet ik pas als ik het boek heb gelezen. Maar op het eerste gezicht lijkt het of Zwagerman hiermee wil provoceren.”

Zwagerman zei in een interview met het Nederlands Dagblad dat zijn eerste zin niet provocerend bedoeld is. In de psychologie van zijn hoofdpersoon kan het begin volgens hem niet anders: „Het is ongeloofwaardig als hij ’oeps’, of ’pollens’, of ’wat gebeurt hier nou’ zou zeggen. Hij móet daar vloeken.”

Siebelink begrijpt dat vloeken in sommige gevallen nodig kan zijn om een personage te typeren. „Maar het is een harde binnenkomer, die de schrijver daarna wel waar moet maken.” Zelf zou hij nooit zo beginnen. „Ik hou niet van het woord en spreek het zelf ook niet uit.”

mailIcon print |