Hoe krijg je de natuur de school in? Door de leerlingen regelmatig mee te nemen naar de boerderij, vinden steeds meer basisscholen. De gymles moet ervoor wijken.
De staart van de koe gaat omhoog. Een dikke straal klettert op de vloer van de stal. „Oeh, ranzig!”, roept Pascalle (9). Haar klasgenootjes – in blauwe overalls en laarzen – knijpen hun neus dicht. Groep 6 van basisschool De Beekvliet uit Velserbroek, net boven Haarlem, is op bezoek bij de gelijknamige boerderij De Beekvliet.
Op zich niets bijzonders: bijna elke school gaat wel eens bij een boerderij langs. Maar voor groep 6 blijft het niet bij deze ene keer. De Beekvliet is namelijk een ’boerderijschool’: de komende 20 weken gaan de leerlingen elke dinsdagochtend op de boerderij aan de slag. Ze krijgen er hun eigen moestuintje, gaan aan bodemonderzoek doen, verzorgen er paarden en voeren de koeien.
Deze morgen maken de kinderen door middel van een speurtocht kennis met de boerderij. Toch moet er ook gewerkt worden. Een dampende mestvaalt wacht om verspreid te worden over de toekomstige moestuintjes. Alle leerlingen krijgen een eigen perceel, waarop ze bloemen en groenten kweken.
De kinderen vallen de mest enthousiast aan met riek en kruiwagen. Anderen harken het over hun perceel. „Dat hier groente uit groeit!”, verbaast de tienjarige Sjoerd zich.
Coördinator Christa Terbeek ziet het goedkeurend aan. Toen ze zich afvroeg hoe de natuur de school binnen te brengen, stuitte ze op het concept van de boerderijschool. Terbeek, zelf altijd al bezig met dieren en het buitenleven, was meteen verkocht. „We hebben al natuurlessen op school. Je hebt prachtige methodes voor het digibord. Maar je moet zelf zien dat de mest aan je vork blijft plakken. Voelen dat een koe een ruwe tong heeft. En weten dat daar je eten vandaan komt. Dat zijn ze een beetje kwijt.”
Zulke dingen leer je niet door één keer naar een boerderij te gaan, denkt boerin Karin Kneppers, wier kinderen zelf op De Beekvliet zitten. „Voordat ze een beetje weten hoe een boerderij werkt, ben je een paar weken verder. Als je echt wat wilt, moeten ze routine opbouwen.”
Dat het project ten koste gaat van lestijd, neemt de school op de koop toe. Terbeek: „Het komt in de plaats van de gymles; hier zijn ze ook de hele ochtend in de weer. Later willen we bijvoorbeeld de omtrek van een weiland gaan berekenen, of de inhoud van een kruiwagen.”
De kleine boertjes lopen nog lang af en aan met kruiwagens vol mest. Maar Sjoerd heeft het na een tijdje wel gezien. „Nou, dan kun je je lol op”, zegt boer Ab. „Als je moet gaan zaaien zit je er met je vingers in.” Sjoerd kijkt verschrikt. „Hebben jullie dan wel handschoenen?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.