Heropvoedingsschool De Sprint – vroeger Glen Mills – moet dicht. De directie vraagt zich af waar de straatjongens nu heen moeten.
Het ministerie van jeugd en gezin heeft besloten dat heropvoedingsschool De Sprint in Wezep per 1 juli moet sluiten. In een nog niet gepubliceerd rapport oordeelt de inspectie jeugdzorg negatief over de school. De behandelmethode zou niet passen binnen de Wet op de Jeugdzorg. Vooral over de rechtspositie van de jongeren maakt de inspectie zich zorgen.
Centraal in het eerste half jaar van de behandeling staat de groepsdruk, als methode om de jongens met ernstige gedragsproblemen te disciplineren. Die nam De Sprint over van voorloper Glen Mills, een heropvoedingsschool die in 1999 naar Amerikaans voorbeeld werd opgericht.
De groepsgerichte aanpak van De Sprint staat op gespannen voet met de individuele rechten van jongeren, erkent directeur Jacqueline Vonk. Zij gelooft echter sterk in de ’groepsdynamische aanpak’ van jongens die op straat voor de dikste ring, de coolste mobiel en het mooiste meisje gaan en op de rand van criminaliteit balanceren. „Deze jongens moeten eerst de meest elementaire zaken leren, zoals ’goeiemorgen’ en ’dankjewel’ zeggen.” Pas daarna kan er aan hun individuele problemen worden gewerkt, zo luidt de filosofie van De Sprint.
Volgens de inspectie valt die werkwijze echter buiten het juridisch kader. In de gesloten jeugdzorg moet er voor elk kind een individuele benadering zijn. De inspectie heeft ook twijfels over de kwaliteit van de zorg.
Directeur Vonk weerspreekt dat die kwaliteit onvoldoende is. In haar visie is de school vooral stukgelopen op ’de bureaucratie van de jeugdzorg’. Sinds vorig jaar is De Sprint een instelling voor gesloten jeugdzorg. Daar hoort een algemene acceptatieplicht bij. „Alleen meisjes mogen we om veiligheidsredenen weigeren.” De jongens die nu binnenkomen, hebben vaak een te lage intelligentie of een zware stoornis. Voor hen is de behandeling niet geschikt.
Bij elkaar duurt een behandeling zo’n twee jaar: na de groepsopvoeding krijgen de jongens gedurende achttien maanden een individuele behandeling, waarbij de ouders nauw betrokken zijn. De jongens doorlopen dat deel van het programma deels thuis. Althans, op papier. Maar in de praktijk krijgt De Sprint de tijd niet om deze ’straatjongens’ te behandelen, zegt Vonk. De kinderrechter plaatst jongeren in de regel voor maximaal zes maanden in een gesloten jeugdzorginstelling.
Een andere hindernis is de bepaling dat De Sprint – die deel uitmaakt van De Hoenderloo Groep – alleen jongens uit Zuid-Holland mag opnemen. Bendeleden uit bijvoorbeeld Amsterdam komen er dus niet terecht. Momenteel zijn slechts 50 van de 120 bedden bezet. Het ministerie concludeert hieruit dat het aanbod van De Sprint ’onvoldoende aansluit bij de behoefte’.
Maar daar is Vonk het niet mee eens. Zij vindt de sluiting ’een tragedie’. „Want het maatschappelijke probleem van overlast gevende jeugdgroepen is enorm groot.” Uit recent politieonderzoek blijkt dat er eind 2009 in Nederland 1760 problematische jeugdgroepen waren, waarvan er 327 als ’overlastgevend’ en 92 als ’crimineel’ bekendstaan.
Volgens Herman Geerdink, voorzitter van de raad van bestuur van de Hoenderloo Groep, worden die jeugdgroepen door politie, school en ouders vaak niet bereikt: „Nu De Sprint sluit, is de grote, maatschappelijke vraag: wat moeten we dan met deze jongens?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.