Minister Bos had de overname en het opknippen van ABN Amro moeten tegenhouden, vindt oud-topman Rijkman Groenink.
De Nederlandse staat had zich dertig miljard euro kunnen besparen als minister Bos geen goedkeuring had gegeven aan de overname van ABN Amro en het uit elkaar trekken van de bank door Fortis, Royal Bank of Scotland en Santander.
Volgens de laatste voorzitter van de raad van bestuur van het zelfstandige ABN Amro, Rijkman Groenink, had de bank in zijn oude vorm de kredietcrisis met gemak kunnen doorstaan. „Vergeet niet, wij hadden in de Verenigde Staten net Lasalle Bank verkocht. We hadden dus in 2007 grote reserves. We waren de financieel gezondste bank van de wereld”, verklaarde Groenink gisteren voor de parlementaire onderzoekscommissie.
Vandaag krijgt de commissie de kans de twee hoofdpersonen betrokken bij die goedkeuring, te horen: president van De Nederlandsche Bank Nout Wellink en minister van financiĆ«n Wouter Bos. Volgens Groenink hebben beiden weliswaar de overname door het consortium nauwgezet onderzocht en ook de argumenten die ABN Amro daartegen inbracht, gewogen. Maar de uiteindelijke afgifte van de zogeheten ’verklaring van geen bezwaar’ vindt hij nog steeds een fout.
Al vroeg in het proces probeerde Groenink te regelen dat DNB informeel aan de leden van het trio zou meedelen dat de overname verboden zou worden. „DNB zei dat dat alleen kon als er overeenstemming zou zijn met het kabinet”, aldus Groenink. Voor de voormalige ABN Amro-topman was het –’met de kennis van toen, daar heb ik de kennis van nu niet voor nodig’– zonneklaar dat het bod ’bizar hoog was’. „Er waren voldoende formele gronden om de goedkeuring te weigeren.”
Arthur Martinez, destijds voorzitter van de raad van commissarissen van ABN Amro, begreep de gevoeligheid bij DNB en FinanciĆ«n wel. In 2005 had ABN Amro de Italiaanse bank Antonveneta overgenomen, na lang dwarsliggen en frustreren door de Italiaanse centrale bankpresident. „Het zou het toppunt van hypocrisie geweest zijn als Nederland nu zelf dwars was gaan liggen.”
DNB liet zich volgens Martinez door het consortium telkens weer overtuigen van het bod, en de beheersing van de risico’s van het opsplitsen van de bank. „Bovendien was het geen blanco cheque van DNB: er zaten zestig pagina’s aan voorwaarden en vervolgstappen in de goedkeuring.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.