*

 

Hoe gaan dit, meneer Brand?

Tim de Wit − 11/02/10, 00:00

Het is vandaag 20 jaar geleden dat Nelson Mandela werd vrijgelaten. Christo Brand (49), zijn voormalig bewaker, blikt terug op Mandela’s gevangenschap en de vriendschap die hij met de latere president opbouwde.

Hij is er trots op. Op pagina 672 van Long Walk to Freedom, de beroemde autobiografie van Nelson Mandela, noemt Mandela hém als een van de mensen die hem tijdens 27 jaar gevangenschap het geloof in de mensheid heeft teruggegeven. Christo Brand. Als 18-jarige was hij als gevangenisbewaker superieur aan de latere president, nu spreekt hij ’Mister Mandela’ uit met gepaste nederigheid.

Daar stond hij dan, als de benjamin onder de gevangenisbewaarders op Robbeneiland. Met de taak om op de B-vleugel ’de gevaarlijkste terroristen van het land’ te bewaken. Hij moest ze haten, de verantwoordelijken voor aanslagen waarbij ook vrienden waren omgekomen. Maar al snel veranderde zijn haat in een gevoel van mededogen. Deze gevaarlijke terroristen toonden zich kalme, begripvolle mensen die de bewakers met respect behandelden. „Ik ging me afvragen waarom ze tegen het systeem aan het vechten waren en kwam er achter dat ze gelijk hadden.”

Brand ontwikkelde een band met Nelson Mandela. Hij smokkelde studiemateriaal, literatuur en door zijn vrouw gebakken brood en taart naar binnen. „Mandela waarschuwde me meerdere malen dat ik op moest passen. Hij maakte zich zorgen over wat ik voor hem deed.”

Hij moet zelf lachen om de ironie: De gevangene die de gevangenbewaarder bezorgt aanspreekt op de risico’s die hij neemt. Dat Brand zijn nek zo uitstak, was niet zonder gevaar. Heulen met terroristen, daar stonden hoge straffen op. En onder collega’s bekend staan als kafferlover was ook niet bepaald een eretitel. Maar hij werd nooit gepakt.

In de jaren tachtig verhuisden de apartheidsleiders Mandela naar het vasteland. Eerst naar een gevangenis in Kaapstad en vervolgens naar de afgelegen Victor Verster-gevangenis in Paarl waar Mandela uiteindelijk na tienduizend dagen gevangenschap zijn eerste stappen in vrijheid zette. Brand reisde hem als bewaker achterna; de gevangenisleiding zag de goede relatie tussen Brand en Mandela als een belangrijke schakel om informatie los te krijgen.

De Victor Verster-gevangenis ligt op een klein uurtje van Kaapstad, in de geur van de uitgestrekte wijnvelden en omringd door hoge bergtoppen. Een echte gevangenis kun je Mandela’s laatste verblijfplaats niet noemen. Mandela bewoonde een villa, met drie slaapkamers en een zwembad in de tuin. „Binnen het huis was Mandela misschien een vrij man, maar hij was nog altijd volledig geïsoleerd van de buitenwereld”, zegt Brand.

In Victor Verster begonnen de geheime onderhandelingen met het apartheidsregime. Op verzoek van Mandela werden verschillende ANC-gevangenen bij hem langs gebracht voor besprekingen. Brand reed ze heen en weer. „Alle kopstukken zaten hier met Mandela aan tafel”, vertelt hij aan de eettafel. „Mandela aan het hoofd en de rest om hem heen.” Ook mocht Mandela zijn zeventigste verjaardag vieren in het huis, samen met zijn vrouw Winnie, de kinderen en de kleinkinderen. „De eerste keer sinds zijn gevangenschap dat hij zijn hele familie bij elkaar zag.”

Hoge blanke regeringsfunctionarissen zochten Mandela op in zijn nieuwe onderkomen, om met hem naar een oplossing te zoeken. Zuid-Afrika stond aan het eind van de jaren tachtig aan de rand van een burgeroorlog. Door economische sancties van de rijke landen, het oplaaiende geweld en de onrust onder de zwarte bevolking, moest er iets gebeuren.

Vlak voor de vrijlating voelde Brand de spanning rondom de gevangenis, het komen en gaan van ministers en zelfs het bezoek dat Mandela bracht aan president De Klerk: er ging iets groots gebeuren. „Ik heb Mandela altijd hoop gegeven. Vanaf het moment dat hij Robbeneiland mocht verlaten, zei ik tegen hem: uw vrijlating is nabij. Ik wilde dat hij geloofde in een wereld buiten de gevangenis. Waarop Mandela zei: Als u hier nou de baas was, was ik al lang vrijgelaten, meneer Brand.”

Precies twintig jaar na de vrijlating is het oude huis volledig opgeknapt. Het heeft lange tijd leeggestaan, maar de westelijke Kaapprovincie heeft besloten het als een museum in te richten. De buitenmuren zijn geverfd in een zacht roze, terwijl binnen alle meubels zijn neergezet zoals Mandela ze twintig jaar geleden heeft achtergelaten. De echte jaren-tachtig-keuken, met grilloven en een toen hypermodern kookeiland. De paarsrode velours banken, de vale schemerlamp, de comfortabele fauteuil voor de open haard.

Brand heeft bij elke ruimte in het huis wel een anekdote. De stoel waar Mandela in zat om in de namiddag van de zon te genieten, het zwembad waar de bewakers hem hebben leren zwemmen – op zijn 70ste – en alle piepkleine gaatjes waar vroeger afluisterapparatuur verborgen zat.

In de grootste slaapkamer aangekomen wijst Brand erop dat Mandela weigerde hier te slapen. Hij koos voor het drie keer zo kleine kamertje van 10 vierkante meter aan de achterkant van het huis. „Een man alleen heeft niet zo’n grote kamer nodig”, had Mandela gezegd.

Het Afrikaans, de taal van de blanke overheersers, was Mandela niet machtig. Hij was opgegroeid met het Xhosa en sprak goed Engels. Hij vroeg Brand om hem Afrikaans te leren. Ze spraken af dat Mandela altijd Afrikaans zou praten tegen Brand, waarop de bewaker hem bij elke fout moest verbeteren. Een leerschool die zijn vruchten afwierp.

Op de dag dat Mandela hand in hand met zijn vrouw Winnie en zijn gebalde vuist in de lucht de gevangenis in Paarl verliet, zat Brand voor de tv, getuige van het moment waarop Zuid-Afrika definitief veranderde. „Het ontroerde me diep toen Mandela bij zijn speech op de dag van zijn vrijlating begon in het Afrikaans. Hij had ook in het Engels kunnen beginnen, of in het Xhosa, maar nee, hij koos de taal van de onderdrukker. Toen wist ik: deze man wordt onze nieuwe leider.”

Vorige week was Christo Brand bij Mandela op bezoek in Johannesburg. Nog altijd begint Mandela in het Afrikaans tegen zijn voormalig bewaker: „Hoe gaan dit, meneer Brand?”, zei de nu 91-jarige oud-president. Brand: „Het is zo’n geluk dat hij nog leeft. Ik was bang dat hij na zijn vrijlating nog zo’n vijf, zes jaar zou leven. Hij was al een oude man toen hij de gevangenis verliet. Maar het zijn er al twintig!”

Brand ziet vooruitgang in de nog altijd jonge democratie. Problemen zijn er, met de hoge werkloosheid en de grote verschillen tussen arm en rijk. Maar de generatie die nu opgroeit, draagt het zware verleden niet met zich mee. „De oude generatie heeft misschien nog veel frustraties, maar die generatie verdwijnt langzaam. Als je nu op een schoolplein kijkt en blanke en zwarte kinderen samen ziet spelen, dan is de droom van Mandela uitgekomen.”

mailIcon print |