*

 

Priester uit Polen ongewenst

Monic Slingerland − 04/02/10, 00:00

Een tekort aan priesters aanvullen met Polen of Afrikanen, daar is de bisschop van Brugge tegen. Ook de nieuwe aartsbisschop van Brussel, Léonard, ziet er niets in. In Nederland geldt het cultuurverschil juist als een voordeel.

Het werkt niet, een Poolse of Afrikaanse priester in een West-Europese kerk, vindt de bisschop van Brugge Roger Vangheluwe. Het tekort aan priesters zal op een andere manier moeten worden opgelost, meent hij. De bisschop van Brugge wijst ieder aanbod af van rk geestelijken uit Afrika die in zijn bisdom als priester willen komen werken. „Die Afrikaanse priesters kunnen in hun thuisland veel nuttiger werk leveren dan bij ons. En wat is de motivatie van die mensen? Onze kerk redden of naar België komen omdat we het hier beter hebben dan daar?”, zegt hij op RKnieuws.net.

Ook de nieuwe aartsbisschop van Mechelen-Brussel, Léonard, heeft grote bedenkingen bij het aanstellen van priesters uit andere culturen. De overgang van het behoorlijk katholieke Polen naar het geseculariseerde België is te groot. De priesters raken ontgoocheld, aldus Léonard.

In Nederland is bisschop Wiertz van Roermond juist wel enthousiast over buitenlandse priesters.

„Die hebben een vitaliteit die wij ontberen, doordat ze uit een land komen waarin de kerk en het katholieke geloof vanzelfsprekend zijn,” zegt woordvoerder Stan Hoen. Levert het verschil in taal of cultuur geen probleem op bij het werken in parochies? „Natuurlijk blijf je altijd een accent horen”, geeft woordvoerder Hoen toe. Vandaar dat bisschop Wiertz een voorkeur heeft voor priesters-in-spe die nog aan hun opleiding moeten beginnen. Inclusief een talencursus, volgen ze dan zeven jaar lang een opleiding aan het seminarie. Daarmee moeten de Colombianen en Filippino’s genoeg ingeburgerd zijn om pastoor in Roermond of Kerkrade te kunnen worden. Bisschop Wiertz van Roermond heeft vooral studenten uit Latijns-Amerika naar het seminarie gehaald, waar zij in de traditie van het als conservatief bekend staande neocatechumenaat een priesteropleiding krijgen.

Voor bisschop Wiertz is het tekort aan priesters niet de enige reden om in Limburgse parochies geestelijken uit het buitenland te benoemen. Nederland is een klein onderdeel van die grote wereldkerk. Dan is het juist goed om priesters van andere werelddelen te hebben, meent bisschop Wiertz. Hij verwijst dan graag naar de heilige Servaas, aan het begin van de vijfde eeuw de eerste bisschop van Maastricht. „Die kwam echt niet uit Kerkrade, maar uit Armenië.”

In het aartsbisdom Utrecht werken zes priesters van buitenlandse komaf, telt woordvoerder Roland Enthoven. Die functioneren goed, al blijft de taal wel een groot aandachtspunt. Aartsbisschop Eijk is geen tegenstander van deze oplossing van het priestertekort, maar vindt wel dat er ook in het eigen gebied flink gewerkt moet worden aan het werven van nieuwe priesters.

In het bisdom Haarlem werken vijftien buitenlandse priesters in een parochie, op tachtig in totaal. „Het is niet altijd rozengeur en manenschijn, maar het werkt wel,” zegt woordvoerder Wim Peeters.

De vorige bisschop, Bomers, kwam zelf uit de missie. Voor hem was het normaal om met een internationaal gezelschap te werken. Bomers zette in Nieuwe Niedorp een seminarie op waar buitenlandse priesters hun opleiding krijgen.

Bisschop Punt vindt het wel nuttig dat de gelovigen te maken krijgen met priesters uit andere culturen. „Het contact met de wereldkerk helpt om sommige problemen, te relativeren”, zegt woordvoerder Peeters. „De geloofsinspiratie is elders vaak uitbundiger aanwezig dan in Nederland. Het kan geen kwaad dat gelovigen een priester meemaken uit een omgeving waarin die geloofsinspiratie vanzelfsprekend is. Al blijft het vreemd voor mensen in West-Friesland om geld te geven voor missiewerk, en dan zelf een jongen die van ver komt hier als pastoor te hebben.” Voorwaarde om priesters uit andere culturen goed te laten fungeren is wel, dat ze met steun hebben aan elkaar. Zo is er een communauteit met Filippijnse priesters, vertelt woordvoerder Peeters. „Je moet wel voor goede opvang zorgen. Ik zou niemand aanraden dit in zijn eentje te doen.” En zo nieuw is het ook weer niet, dat geestelijken van verre komen, vertelt Peeters. Onlangs had hij te maken met de relieken van de martelaren van Gorcum, negentien katholieke geestelijken die in 1572 door de Watergeuzen zijn vermoord. „Ik ging eens na wie dat waren. Een kwam uit Duitsland, een uit Frankrijk, een uit Denemarken, en Engeland.”

mailIcon print |