Hoe ziet de arbeidsmarkt eruit als aankomende studenten klaar zijn met hun opleiding? Niet de universiteit, maar de hogeschool lijkt de kortste weg naar een goede baan.
Steeds meer jongeren letten er bij het kiezen van een studie op of die later een goede baan oplevert, bleek onlangs uit onderzoek. Vijf jaar geleden liet een derde van de eerstejaars de kansen op de arbeidsmarkt zwaar meewegen bij hun studiekeus, van de huidige studenten vindt 55 procent die vooruitzichten belangrijk.
Wat zijn de beste opleidingen voor deze jongeren? Wat is de meest strategische keus als het gaat om kansen op werk? Onderzoek van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht geeft daar een helder en eenduidig antwoord op. Wie aan de universiteit gaat studeren en alleen let op de vooruitzichten op de arbeidsmarkt, kan het best de studie tandheelkunde kiezen. De beste strategische keus voor hbo’ers is verpleegkunde, in het mbo levert een opleiding in de procestechniek de meeste kans op werk.
Over het algemeen ziet de arbeidsmarkt er voor jongeren die nu aan een studie aan universiteit of hogeschool of in het mbo beginnen er niet al te rooskleurig uit. Als de eersten van hen straks klaar zijn, in 2014, is de werkgelegenheid nog niet hersteld van de economische crisis waarmee Nederland nu te maken heeft, verwacht het ROA. Vrijwel over de hele linie zullen er minder banen te vergeven zijn dan nu.
„Wij stellen elke twee jaar prognoses op. Doorgaans zitten we er maar in 10 à 20 procent van die voorspellingen naast”, zegt Frank Cörvers van het ROA. „Maar dit jaar is onze prognose met iets meer onzekerheden omgeven dan anders. Het is lastig te voorspellen hoe snel Nederland zich herstelt van de crisis. Anderzijds is de invloed van die crisis op de werkgelegenheid maar beperkt. De meeste vacatures ontstaan namelijk omdat mensen vervangen moeten worden, en niet door groei van het totale aantal banen.”
Dat laatste gegeven maakt dat niet alleen de zorgsector (die waarschijnlijk zal groeien) maar ook overheid en onderwijs kansen op werk bieden voor nieuwkomers op de arbeidsmarkt, stelt het ROA. In die sectoren gaan de komende jaren veel mensen met pensioen en is er dus ruimte voor nieuwe mensen. Voor wie zeker wil zijn van een baan is behalve hbo-verpleegkunde dus ook bijvoorbeeld een lerarenopleiding een veilige keus.
De terugval in de vraag naar nieuwe mensen pakt per opleidingsniveau anders uit. En opvallend genoeg zijn het niet per se de hoogst opgeleiden die de beste kansen op een goede baan maken. Over het geheel genomen blijft weliswaar de vraag naar hoger opgeleiden groeien. Maar mensen die in 2014 met een universitair diploma op zoek gaan naar een baan, zullen daar maar ten dele van profiteren. Daar zijn er simpelweg te veel van, en daardoor zal het niet elke academicus lukken een baan te vinden op eigen niveau.
Het gevolg is dat niet de universiteit, maar de hogeschool de kortste weg naar een goede baan zal zijn. Afgestudeerden van de universiteit die geen baan op academisch niveau kunnen vinden, zullen waarschijnlijk nogal eens werk aannemen op hbo-niveau. Maar hbo’ers zullen nauwelijks last hebben van deze academische concurrentie: er komen in de nabije toekomst zoveel hbo-banen vrij dat een hogeschooldiploma straks de beste garantie op een goede baan is.
Moet het advies aan strategisch kiezende jongeren dus zijn: mijd de universiteit? Dat ook weer niet, want het maakt wel uit voor welke studierichting gekozen wordt. Niet alleen tandheelkunde, ook andere medische richtingen op universitair niveau leveren goede kansen op werk op. Maar rechten lijkt momenteel geen al te gelukkige keus, net als een economische of technische studie: in die sectoren wordt de sterkst krimpende werkgelegenheid verwacht.
En hoe zit het met mbo’ers? Hun vooruitzichten zijn redelijk goed. Anders dan hoogopgeleiden en ongeschoolden werken zij relatief weinig in beroepen die sterk worden getroffen door de economische crisis en daardoor zijn mbo’ers over het algemeen niet erg kwetsbaar. Net als voor studies aan hogeschool of universiteit geldt: vooral een opleiding in de gezondheidszorg biedt goede kansen op werk.
Ook voor wie na zijn diploma van vwo, havo of vmbo is uitgekeken op alles wat onderwijs is en het liefst meteen aan het werk gaat, zijn er trouwens best kansen. Dankzij een groeiende vraag naar lager opgeleiden in zorg en welzijn, zullen bijvoorbeeld veel vmbo’ers in de toekomst waarschijnlijk best een baan kunnen vinden.
Maar die prognose geldt pas vanaf 2014, en vmbo’ers die nu van school komen, doen er goed aan zich niet rijk te rekenen. Want voorlopig groeit de werkloosheid onder vmbo’ers die niet doorleren nog. Bovendien, waarschuwt Cörvers van het ROA, vinden vmbo’ers misschien nog wel werk als ze jong en dus goedkoop zijn. „Maar als ze zich niet bijscholen, lopen ze als ze ouder worden meer kans op werkloosheid.”
Sowieso moeten de ROA-prognoses met enig verstand bekeken worden, waarschuwt Cörvers. „Als wij voor een bepaalde opleiding matige of slechte kansen op werk voorspellen, betekent dat niet meteen dat afgestudeerden dan ook werkloos zullen worden. Ze zullen alleen meer moeite moeten doen om een baan te vinden, misschien moeten verhuizen of een lager salaris accepteren. En de besten vinden altijd wel een goede baan.”
Een laatste waarschuwing komt uit onderzoek van een paar maanden geleden: kies een studie nooit alléén op grond van de kans op een goede baan plus vet salaris. Studenten voor wie die factoren de doorslag geven bij hun studiekeus, blijken namelijk een flinke kans te lopen dat ze hun studie niet zullen afmaken. Kies dus ook uit inhoudelijke interesse, dan is de kans op studiesucces veel groter.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.