Pakistan is de op vijf na grootste melkproducent en nog is er een melktekort. En dat terwijl er zo’n 22 miljoen koeien zijn. De Nederlander Joachim Westerveld zag een gat in de markt.
Een lichte mistdeken hangt over de stad Sheikapoera in het noordoosten van Pakistan. Smalle stoffige wegen leiden naar een boerderij met koeien op stukken afgebakende grond, onder betonnen afdakjes en in schuren. Op het binnenterrein zitten twintig boeren in een kring. Ze dragen salwar kameez, de Pakistaanse slobberbroek en overhemd. Aan het hoofd staat de Nederlandse ondernemer Joachim Westerveld. „Dus jullie zijn melkveehouders om winst te maken. Klopt dat?”, zegt hij in het Engels. Zijn medewerker, een Pakistaanse veearts, vertaalt. De boeren knikken instemmend. Op de achtergrond klinkt de luidspreker van een moskee. „Laten we het over fokken hebben”, vervolgt Westerveld. „Wat voor kalf wil je?” Eentje die later veel melk geeft, zegt een boer.
Melk is big business in Pakistan. Dat was niet altijd zo, ook al is het van oudsher een melkdrinkend land. Er gaat voor velen geen dag voorbij zonder een paar kopjes tjai of melkthee met suiker. „Dat was allemaal melk die door mensen thuis werd geproduceerd. Ze hadden een of twee buffels. Soms werd die melk doorverkocht, maar er was niet echt een industrie”, zegt Westerveld.
De laatste tien jaar is dat veranderd. „Door de toenemende bevolking, door de toenemende urbanisatie en door de toenemende welvaart bij een deel van de bevolking is het consumptiepatroon veranderd.”
Grote melkverwerkingsbedrijven zoals Nestlé en Engro openden een vestiging. „Door al die ontwikkelingen is de vraag naar melk enorm vergroot en daardoor is er een enorme druk gekomen op de productie. En zijn er dus ondernemers die zien dat je hier geld mee kunt verdienen”.
Dat zijn Pakistaanse boeren, maar ook Westerveld zelf. Hij verkoopt sinds drie jaar inseminaties met sperma afkomstig van Nederlandse, Nieuw-Zeelandse en lokale stieren onder de naam Profarm Pakistan. Het is een samenwerking tussen CRV International, een leverancier en producent van stierensperma en Westerveld’s bedrijf The Blue Link dat zich bezighoudt met ondernemen in ontwikkelingslanden. Het Nederlandse ministerie van economische zaken steunde de opstart financieel.
De nakomelingen van de fokstieren hebben bewezen dat ze bepaalde eigenschappen erven, bijvoorbeeld een hoge melkproductie. Profarm leidt zelf inseminatoren op en staat boeren bij met advies. Westerveld hoopt de veehouders er vandaag van te overtuigen dat ze zijn bedrijf moeten bellen als hun koe tochtig is.
Irfan Ali Noor is een van de boeren die vier jaar geleden nog geen toekomst zagen in de veehouderij. „Ik paste wel kunstmatig inseminatie toe, maar later begreep ik dat ik de verkeerde stier koos”. Nu is hij actief bezig met een toekomst in de veehouderij. Hij heeft meer stallen gebouwd. Zijn aantal koeien is gegroeid van 40 naar 140. Dit keer met het juiste stierensperma denkt hij. Ze lijken in elk geval wel op de Nederlandse zwartbonte koe. Maar de echte test komt in juni, als zijn eerste kalven melkgevende koeien zijn geworden. Daarna hoopt hij winst te maken. Westerveld verwacht dit jaar ook naar de groene cijfers te kruipen. Hij heeft inmiddels een nieuw bedrijf opgezet, dat veevoeder levert.
Als Westerveld klaar is met zijn presentatie, barst een geanimeerde discussie los. Boer Noor treedt op als ervaringsdeskundige. Een boer zegt dat zijn koeien weinig melk geven. Misschien is de koe te oud, zegt Noor. Of misschien moet hij mineralen bijvoeren, adviseert hij. „Hoeveel dagen kan een zwakke man overleven”, grapt hij. De boeren barsten in lachen uit.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.