De Servische Borka Pavicevic ontving deze week een prijs uit handen van prinses Margriet. Haar centrum zet zich al 15 jaar in voor tolerantie.
„Nee, van heimwee naar het oude Joegoslavië heb ik geen last”, zegt Borka Pavicevic (1947) beslist. Haar ’Centrum voor Culturele Ontsmetting’ in Belgrado spant zich door middel van tentoonstellingen en debatavonden in voor etnische verdraagzaamheid – die in de multi-etnische republiek ooit vanzelfsprekend leek.
„Maar het stemt me wel treurig wat er voor Joegoslavië in de plaats is gekomen”, vervolgt ze. „Zijn ze nu tevreden in Kosovo, waar nauwelijks een fabriek, ziekenhuis, laat staan museum fatsoenlijk werkt? Vreselijk vind ik die provincialisering van culturen. En die gaat maar door: straks valt Bosnië uiteen in drie etnisch homogene delen. Vraag aan vissen wat ze liever willen: met z’n allen in een grote zee, of met een paar bij elkaar in een aquarium?”
Uw centrum bestaat nu 15 jaar. Toen u begon was het zeker veel moeilijker werken dan nu?
„Nou nee, de toenmalige president Milosevic was te druk met het verjagen van hele bevolkingsgroepen om zich bezig te houden met die paar kritische intellectuelen in Belgrado. Natuurlijk, we hebben smerige bedreigingen, grof politieoptreden en scheldkanonnades over ons heen gekregen. En die dreiging blijft, want geweld zit nog steeds in de samenleving ingebakken. Maar dat hoort bij ons werk.”
Waar kijkt u met trots op terug?
„Wij hebben al eind jaren ’90 de documentaire ’A cry from the grave’ over Srebrenica vertoond. Wat ook een goede zet was: in 2002, pal nadat de Nederlandse regering was afgetreden wegens het kritische Srebrenica-onderzoek, hebben wij de Nederlandse ambassadeur in ons centrum laten uitleggen wat er gebeurd was. De stemming op de conferentie was dat het voor onze Servische regering hoog tijd was Het Nederlandse voorbeeld te volgen.”
Uw centrum was een van de weinige instanties in Servië die aandrongen op erkenning van ’Srebrenica’. En nu pleit zelfs president Tadic ervoor dat het parlement een motie aanneemt waarin die misdaad wordt veroordeeld.
„Ja, en meteen barsten er enorme discussies los: ook misdaden tegen Serviërs moeten worden veroordeeld, eisen sommigen. En hoe noemen we wat daar gebeurd is: oorlogsmisdaad, genocide?
„In 2005 hielden wij een tentoonstelling over ’tien jaar Srebrenica’. Bij de organisatie waren 27 Servische organisaties betrokken, en toen speelden precies dezelfde emoties en debatten die je nu bij die politici ziet. Eindeloos gesoebat over de tekst van de uitnodiging, en of er een kaarsje op mocht worden gedrukt, want een kaars branden is immers een christelijk en geen islamitisch gebruik. Maar: het woord ’genocide’ kwam op de uitnodiging te staan.
„Dat ze nu in regering en parlement over ’Srebrenica’ praten, is een enorme vooruitgang. Daarmee begint ook de discussie over hoe de verantwoordelijken zichzelf en anderen hebben klaargemaakt om genocide te plegen.”
Hebt u nog spijt van dingen die u achteraf bezien beter had kunnen laten?
„Nee, over niets. Als we meer tijd hadden gehad, hadden we meer kunnen kijken naar het effect van onze bezigheden. Maar als je gaat zitten wachten totdat je denkt dat de tijd rijp voor iets is...”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.