*

 

Laatste prof van de oude stempel, en nog geen 40

Henk Hoijtink − 30/01/10, 00:00

In Enschede wordt morgen een record voor de eeuwigheid gevestigd. Sander Boschker zal voor de 529ste keer in een competitieduel van FC Twente het doel verdedigen. Vaker kwam niemand voor een Nederlandse club uit. Willy van der Kuijlen kwam tot 528 keer, voor PSV. Dat was geen kattenpis en toch, ver in de vorige eeuw, van een andere orde.

De clubtrouw van toen bestaat al lang niet meer, bij voetballers dan. Als het ze even niet zint denken ze al aan een andere club en als ze op hun 23ste nog niet in het buitenland spelen slaat de paniek toe –om niet te zeggen dat de carrière dan al mislukt is.

Sander Boschker, 39 jaar, speelde nooit in het buitenland. Hij stond één seizoen onder contract bij Ajax –dat was raar genoeg. Gelukkig speelde hij geen enkele wedstrijd voor Ajax: het had, achteraf, misstaan op zijn conduitestaat. Als hij ook dat jaar bij FC Twente was gebleven, was hij nu aan zijn zeventiende seizoen in Enschede bezig geweest en had hij nog meer wedstrijden achter zijn naam staan. Maar dat maakt voor het record niet uit. Daar komt ook nu van z’n levensdagen geen mens meer aan.

Dat denkt Sander Boschker zelf ook, en hij weet waarom: hij is van de oude stempel. Dat is op zich al van een rustgevende schoonheid: iemand van nog geen 40 die zichzelf van de oude stempel noemt.

Sander Boschker is een goede keeper, maar ik mag hem vooral graag hóren. Hij is mijn favoriet tijdens lange autoritten, terug van een wedstrijd met de interviewtjes van ’Langs de Lijn’ op de radio. De doelman van de oude stempel zei altijd al wat hij dacht, zonder bijbedoelingen en ver voordat zekere politici daaraan een karikaturale lading gingen geven.

Als FC Twente slecht heeft gespeeld, zegt Boschker dat het ’dramatisch’ is geweest, en de oostelijke tongval maakt het nog vetter. In een tijd waarin voetballers de duim naar elkaar opsteken bij elke pass die minder dan tien meter uit de richting is, wil Boschker nog wel eens zeggen dat sommigen de kantjes er vanaf lopen.

Niks geen modern jargon over de vrije man die niet kon worden gevonden –ze kakelen het de trainer allemaal na, de spelers van tegenwoordig. Sander Boschker is van de generatie die niet in de vrije man gelooft. Als iedereen doet wat hij moet doen, gewoon een mannetje dekken, kan er geen vrije man zijn. Als er eentje verzaakt loopt er iemand vrij en als dat vaker gebeurt lopen ze er de kantjes vanaf en dan zegt hij dat, als volwassen kerel.

Als ik de voorzitter van FC Twente was zou ik het morgen bij een bloemetje laten, meer even niet. Boschker heeft er de ziekte in dat FC Twente het kampioenschap aan het verspelen is, en hoe bijzonder is het nu helemaal, zal hij denken. Wat had hij al die tijd dán moeten doen? Hij kan niet veel anders dan ballen aardig tegenhouden, en het leven in het oosten is goed, mooi rustig ook.

Er komt een standbeeld van Boschker op het stadionplein. Hij verdient een ereplaats in de clubannalen. Maar of dít gepast is waag ik, ook van de oude stempel, dan toch weer te betwijfelen. Het is nogal wat, zo’n beeld, bij leven ook nog eens.

Zet zo’n ding neer voor Wesley Sneijder –om het na zijn rode kaart van vorig weekeinde dan toch even over hem te hebben– en hij zal zichzelf in het voorbijgaan altijd een hand geven, of even een buiging maken.

Maar Sander Boschker, de laatste Nederlandse voetbalprof van de oude stempel? Die gaat er, als hij straks is uitgespeeld, nog een jaar of twintig, dertig héél ongemakkelijk langslopen.

mailIcon print |