Achter menige courant fronsten zich niet lang geleden nog de wenkbrauwen bij het nieuws dat bezitters van mobiele telefoons precies waren te traceren. Met deze schending van de privacy diende uiterst zorgvuldig te worden omgegaan. Maar de moderne mens wil niets liever dan gevonden worden.
Als ik dit schrijf - het is woensdagavond en in de Verenigde Staten presenteert Apple-topman Steve Jobs zijn iPad - kom ik met één tik op de twitter-applicatie in mijn smartphone te weten wie er op dit moment in mijn eigen buurtje zoal aan het twitteren is. Binnen een straal van enkele straten zijn het een persoon of tien, en velen van hen volgen, inderdaad, net als ik de iPad-presentatie. Kennen doe ik ze niet, maar ik sta nu in bijna direct contact met ze omdat ze hun geografische informatie meegeven met hun tweets. Geotagging heet dit koppelen van je locatie aan tweets, foto’s, video’s, RSS-feeds of welk ander digitaal bestand dan ook. Het verschijnsel heeft in korte tijd van ’gps-ontvanger’ een hopeloos ouderwets woord gemaakt. Maar jaren geleden kon je op het schermpje op het dashboard van een Toyota Prius al vinden in de buurt van welke restaurants je je bevond, bijvoorbeeld.
Nu raken de sterk opkomende digitale sociale netwerken langzaam maar zeker doorspekt van geotagging. Via de iPhone-applicatie HeyWAY - ’Hey, where are you!’ - kunnen mijn vrienden me bijvoorbeeld altijd opsporen. Hun vraag doen ze met één tikje, en mijn antwoord, ook met één tikje gedaan, verschijnt op hun scherm in de vorm van een kaartje met mijn locatie. Vervolgens kunnen we elkaar opzoeken, en desgewenst geeft de smartphone de route erbij. Een volgende stap - nog dit jaar op de markt, wed ik - is dat je ook je vijanden kunt traceren als ze in je buurt zijn, en dan met een ontsnappingsroute erbij.
De gebruiksvriendelijkheid van geotagging maakt dat professionele applicaties vaak niet eens meer nodig zijn om het voor specifieke doeleinden te gebruiken. Zo zijn er tal van steden in minder homo-vriendelijke landen waar de gayscene haar leden met geotagging met elkaar in contact brengt. En nog even, en dan kun je in Amsterdam op je telefoon zien welke bioscopen en theaters in de buurt nog kaarten hebben voor de voorstellingen die op dat moment op het punt staan om te beginnen.
Mijn iPhone vraagt me bij elke applicatie met geotagging nog beleefd of hij mijn huidige locatie mag gebruiken. Maar inmiddels ben ik het overzicht over waar en hoe ik zichtbaar ben al lang kwijt. Eerlijk gezegd: Ik maal er niet meer om. Ik profiteer van het voordeel en slik het potentiële nadeel: Als ik ooit op het slechte pad ga, moet het telefoontje de gracht in. Een reden temeer om het te laten.
Om met een iets minder populaire toepassing van geotagging te beginnen, die zit ’m in het kastje van het rekeningrijden, mocht dat er ooit komen. Grappig om even in herinnering te brengen dat de ANWB en de Telegraaf ooit pas echt wakker schrokken van het rekeningrijden toen tot ze doordrong dat de pakkans van hardrijders op de trajecten voor rekeningrijden tot 100 procent zou kunnen stijgen, mocht de overheid plots zin krijgen om de informatie ook daarvoor te gebruiken.
Populair is het al om foto’s en video’s op het moment dat ze worden gemaakt van een geotag te voorzien. Met onder meer Flickr.com en Locr.com is dat heel eenvoudig te doen. Ook met Picasa kun je foto’s koppelen aan de kaart van Google Earth.
Ook in de twitterapplicatie van nu kan de mogelijkheid eigenlijk niet meer ontbreken. Zelf gebruik ik, naar gelang het me uitkomt, Tweetie en Tweetdeck en die hebben het allebei. Overigens ben ik nog spaarzaam met het toestaan van geotagging, maar dat komt vooral omdat ik vaak op dezelfde plek ben.
Het bovengenoemde HeyWAY (Hey, where are you!) is een specifieke applicatie voor de iPhone. Gratis te downloaden, en voor een licht prijsje is er HeyWAY Pro als je er geen reclameboodschappen bij wilt krijgen en nog wat extraatjes wilt hebben.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.