Is het erg om geld van de overheid te lenen om je studie te bekostigen? Nee, vinden deskundigen. Het is eigenlijk normaal. Maar een student moet leren dat een luxe leventje er niet in zit.
Ouders vergeten wel eens dat hun kinderen als ze gaan studeren nog hele jonge mensen zijn, merkt Anja van den Broek, directeur van onderzoeksbureau ResearchNed uit Nijmegen. Financieel moeten de jong-volwassenen vaak nog opgevoed worden, bedoelt ze.
Het is ook niet moeilijk voor studenten om geld te lenen. Als ze een extraatje nodig hebben, kunnen ze dat via internet aanvragen bij DUO, de instelling die namens de overheid studiefinanciering aan studenten verleent, en staat het de volgende maand op hun rekening.
Twee op de drie studenten heeft weliswaar een bijbaan, maar vaak wordt daarbovenop nog extra geleend. Er zijn studenten die zo’n krediet opnemen om een lekkere skivakantie te financieren.
Van den Broek: „Gaat een kind studeren dan moet je toch even met hem of haar om de tafel. Zeg dan: Maak een goede afweging tussen de tijd die je voor ontspanning uittrekt, voor je bijbaan en voor studie. Werk niet te hard: de studie gaat voor. Lenen kan, maar doe het verstandig.”
Natuurlijk zijn er studenten die het prima doen, die leerden al jong met geld om te gaan omdat ze het bijvoorbeeld thuis ook niet breed hadden. Maar de grootste groep, weet zij, is behoorlijk wat luxe gewend. „iPods, computers, twee keer per jaar met vakantie, de kleding die je wilt, de ijskast altijd vol: velen weten echt niet beter. Dan is zo’n studentenbudget opeens een hele terugval. Eten koken voor een euro per persoon, dat is wennen.”
Ouders doen er goed aan hun kinderen erop te wijzen dat ze niet moeten gaan lenen om die luxe van thuis te vervangen, denkt Van den Broek.
Toch, zo blijkt ook uit de cijfers, lenen studenten steeds meer. Ongeveer driekwart heeft een studieschuld en het gemiddelde bedrag stijgt al jaren. In januari 2007 was de gemiddelde studieschuld 10.900 euro, inmiddels is dat 12.500 euro. De hoogste studieschuld is ongeveer een ton.
Reden tot bezorgdheid voor minister van onderwijs Ronald Plasterk. Hij stuurde vorig jaar alle studenten met studiefinanciering een mailtje met een waarschuwing. Leen met wijsheid, staat daarin, ’dit om te voorkomen dat je als student, zonder dat je het in de gaten hebt, een te grote studieschuld opbouwt.’
Nog maar enkele jaren geleden klonken vanuit het ministerie van onderwijs heel andere geluiden. Studenten moesten juist méér lenen. Want het is beter om te lenen en goed te studeren, dan eindeloos tijd kwijt te zijn met weinig zinvolle bijbanen, luidde de redenering.
Studenten zouden zelfs lijden onder ’leenaversie’, was toen het gevoel. Jarenlang spanden bewindslieden van het ministerie zich in om studenten van deze aversie af te helpen. Maar die roep is de laatste jaren door de groeiende studieschuld verstomd.
Onterecht, vindt Hans Vossensteyn van Cheps, onderzoekscentrum voor het hoger onderwijs, verbonden aan de Universiteit Twente. Hij adviseert studenten om wel degelijk te lenen. De gemiddelde schuld wordt pas te hoog als die de 25.000 euro overschrijdt, denkt hij.
Een student moet ongeveer twee jaar na afloop van zijn of haar studie beginnen met afbetalen van de studieschuld. Hij of zij mag er vijftien jaar over doen. „Dat betekent bij een schuld van zo’n 12.000 euro, met rente, dus zo’n 80 euro in de maand, terwijl een gemiddelde student na zijn afstuderen al snel een modaal inkomen heeft. Geen enkel probleem dus.”
En mocht werkloosheid of een laag inkomen wel problemen geven met afbetalen, dan zijn er gunstige regelingen om de afbetaling op te schorten. Het percentage studenten dat de lening niet terugbetaalt is heel klein, weet hij. „Dat bewijst dat die lening dus ook vrij eenvoudig terugbetaald kan worden.”
Ouders moeten niet schromen hun kinderen te adviseren bij te lenen, vindt hij. „Een lening maakt de student ook tot een bewustere consument. In Nederland is veel studie-uitval, veel studenten wisselen van studie, dat is zonde.”
Een jaar vertraging vanwege een bijbaan is al net zo goed jammer. „Het betekent dat je aan het einde van je loopbaan een jaar minder kunt werken en dan zit je op een heel goed inkomen. Bekijk je het in dat perspectief dan is niet lenen gewoon ontzettend dom.”
Anja van den Broek van ResearchNed is het wel met hem eens, al begrijpt ze de minister ook. Van den Broek: Lenen is niet verkeerd, maar doe het wel verstandig: daar komt het simpelweg op neer.
Wie een voltijdstudie begint aan hbo of universiteit, kan studiefinanciering krijgen. Ook mbo’ers maken daar aanspraak op, maar voor hen geldt een minimumleeftijd van 18 jaar.
Een basisbeurs. Die ontvangt iedereen, onafhankelijk van het inkomen van de ouders. Als je op kamers gaat, krijg je meer geld dan als je thuis blijft wonen. (Zie grafiek)
Een aanvullende beurs. Deze is onder meer afhankelijk van het inkomen van je ouders en de vraag of er meer (studerende of schoolgaande) kinderen in het gezin zijn. Is er een jonger broertje of zusje tussen de 12 en 18 jaar, dan ligt de inkomensgrens op circa 34.000 euro. Verdienen je ouders minder dan dat bedrag, dan krijg je een volledige aanvullende beurs.
Ov-chipkaart voor gebruik van openbaar vervoer. Geldig in trein, bus, metro of tram. Je moet kiezen tussen een weekend- of een weekabonnement.
Deze drie bovengenoemde onderdelen van de studiefinanciering vormen samen de zogenoemde prestatiebeurs. Die beurs is er voor studenten aan mbo-niveau 3 en 4, hbo en universiteit. Je ontvangt hem eerst in de vorm van een lening. Haal je binnen tien jaar je diploma dan wordt de prestatiebeurs omgezet in een gift. Zo niet, dan moet je die studieschuld terugbetalen, met rente. Als je niet onder de prestatiebeurs valt (studenten van niveau 1 en 2 van het mbo) zijn basisbeurs, aanvullende beurs en de ov-chipkaart altijd een gift.
Een lening. Als je ouders niet bereid zijn bij te dragen, kan je het geld lenen, maar dat moet dan wel worden terugbetaald na afloop van de studie. Er wordt rente berekend (in 2010 is de rente 2,39 procent).
Collegegeldkrediet. Studenten aan een hbo of universiteit kunnen ook geld lenen om het collegegeld (2009/2010: 1620 euro voor hbo en universiteit) te betalen. De geleende som wordt terugbetaald onder dezelfde voorwaarden als de lening.
Als je gaat studeren aan mbo, niveau 3 en 4, een universiteit of hogeschool krijg je meestal vier jaar prestatiebeurs. Daarna kan je nog drie jaar lenen. Voor langere studies kan je langer een prestatiebeurs ontvangen.
Hoeveel jaren prestatiebeurs je terugkrijgt, is afhankelijk van je diploma. Allereerst moet dat dus in tien jaar behaald zijn. Haal je een diploma voor een vierjarige studie, dan wordt vier jaar prestatiebeurs omgezet in een gift. Is het een driejarige studie, dan maar drie jaar.
Voor de aanvullende beurs kijkt DUO, de Dienst Uitvoering Onderwijs, naar het jaarinkomen (het verzamelinkomen of belastbaar inkomen) van de natuurlijke vader en moeder. Ouders kunnen op www.ocwduo.nl hun ouderbijdrage berekenen. DUO is de nieuwe naam voor de IB-groep –de Informatie Beheer Groep die de studiefinanciering regelt voor het ministerie van onderwijs.
Als je studiefinanciering krijgt, mag je elk kalenderjaar een bedrag bijverdienen zonder dat er op je beurs gekort wordt. In 2010 is dat 13.215,83 euro.
Iedere achttienjarige moet verplicht een ziektekostenverzekering afsluiten. Een basisverzekering kost tussen de 93 en 99 euro per maand. Een aanvullende verzekering tussen de 6 en 75 euro. Maar niet getreurd: via de zorgtoeslag krijg je weer een deel van dit bedrag terug.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.