De meeste studenten gaan eigenlijk heel verantwoordelijk en bewust met geld om. Dat is de geruststellende conclusie van een onderzoek dat het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting de afgelopen week uitbracht. Het Nibud onderzocht het leengedrag van studenten. Niet alleen hun studiebeurs, maar ook andere leningen. „Wat dat betreft zijn ze precies als alle jongeren”, zegt Annemarie Koop van het instituut. „Het merendeel doet het heel goed, maar zo’n 10 à 15 procent vertoont risicovol gedrag. En over die laatste groep, maken we ons zorgen.”
Van alle studenten maakt 43 procent gebruik van een rentedragende lening of collegegeldkrediet dat DUO (voorheen de IB-groep) aanbiedt. Dat is op zich niet erg, vindt Koop. „Het is een investering in je toekomst en de voorwaarden zijn gunstig. Maar je moet je wel realiseren dat je na je studie nog jarenlang bezig bent met afbetalen. Dat overzien veel studenten niet helemaal, blijkt uit ons onderzoek.”
Voor die 15 procent financiële waaghalzen houdt het lenen echter niet op bij DUO. Zij kloppen ook aan bij banken of andere kredietverschaffers, bij familie en vrienden en ze staan fors in het rood. 8 procent van de studenten in het onderzoek staat zelfs constant rood, gemiddeld zo’n 1000 euro per maand. „Ze zeggen bijvoorbeeld dat ze nog 200 euro te besteden hebben, terwijl ze bedoelen dat ze hun maximum nog niet bereikt hebben.” Heel onverstandig, want in het ergste geval betaal je wel 15 procent rente over het geld dat je in het rood staat. „Dan is een lening bij de bank nog voordeliger.” Tegenover deze big spenders staat een voorzichtige groep van 38 procent die niet eens rood kán staan. Of dat zo verstandig is, weet Koop niet. „Soms is het handig, als je vaste lasten worden afgeschreven, dat je even rood kan staan. Maar dat tekort moet je wel zo snel mogelijk weer aanvullen.”
Een creditcard biedt ook mogelijkheden om meer uit te geven dan verantwoord is. Opvallend is dat een beperkt aantal studenten een creditcard heeft: slechts 17 procent, en dan vooral wat oudere studenten. Ze gebruiken de kaart vooral verstandig: voor aankopen op internet en noodgevallen. Maar sommigen, 12 procent, ook voor dagelijkse uitgaven of dure vakanties.
De meeste studenten moeten er niet aan denken om roekeloos geld uit te geven en pas later over de consequenties na te denken. Uit het Nibud-onderzoek blijkt dat jongeren het helemaal geen prettig idee vinden om te lenen. 59 procent had liever minder geleend en 53 procent ervaart het zelfs als last. Hoewel studenten dus voorzichtig zijn, laten ze zich ronduit gebrekkig informeren alvorens ze bij DUO aankloppen voor een lening. Slechts 44 procent weet bij benadering het rentepercentage dat DUO hanteert (2,39 procent in 2010). De anderen schatten het te hoog of te laag in, 25 procent heeft geen idee en 7 procent van de respondenten denkt zelfs dat er helemaal geen rente betaald hoeft te worden.
Opvallend is dat er, naast al het lenen, ook flink gespaard wordt. 72 procent van de respondenten heeft wat geld op de bank, soms gespaard door familieleden, maar meestal kunnen ze zelf iets opzij zetten. Koop kan zich voorstellen dat studenten een buffer willen aanleggen, voor onvoorziene uitgaven, een studie in het buitenland of een stage. „Maar het is natuurlijk een beetje raar om aan de ene kant te lenen, en dat geld weer te sparen. Dan kan je soms beter tijdelijk je leenbedrag verlagen.”
In principe moet studiefinanciering genoeg zijn om van rond te komen, vindt Koop. Een bijbaantje is natuurlijk een goed middel om je studieschuld te beteugelen.
De belangrijkste tip die Koop kan geven voor gezonde financiën is het bijhouden van een kasboekje. Zeker als je voor het eerst verantwoordelijk bent voor je eigen uitgaven. „Het klinkt een beetje oubollig, maar het geeft je een goed inzicht in je uitgaven. Als je het een maand doet weet je wat je gemiddeld overhoudt, nadat alle vaste lasten betaald zijn. Dan kan je betere keuzes maken in de winkel en in de kroeg en kun je zien of je een lening echt nodig hebt.”
De beste manier om je studieschuld niet te laten oplopen is werken. Tweederde van de studenten heeft dan ook een baantje. „Het beste is een baantje dat aansluit op je studie”, vindt Nico Slagter. Hij is senior accountmanager bij de website studentenbaan.nl, die al tien jaar bemiddelt tussen werkgevers en studenten.
„Een rechtenstudent gaat graag aan de slag bij een notariskantoor. Sinds het begin van de crisis zie je wel dat het lastiger wordt om aan dit soort bijbaantjes te komen”, signaleert Slagter. „Toch blijft het aanbod over de hele linie redelijk stabiel. Waarschijnlijk kiezen veel werkgevers in deze tijd juist voor goedkope, tijdelijke arbeidskrachten.”
Nu het economisch tegenzit, kiezen studenten sneller voor werk dat minder relevant is voor hun studie, maar vooral veel geld oplevert. En dat zijn –leuker kan Slagter het ook niet maken– banen in callcenters en streetmarketing. Lachend: „Je moet er wel een speciaal soort persoon voor zijn.”
Een populaire werkplek is en blijft de horeca. „Naast je basissalaris verdien je vaak wat extra dankzij de fooien van klanten."
Slagter heeft nog een goede tip: wordt thuishulp. „Studenten die een beetje sociaal ingesteld zijn, vinden het leuk, want je komt bij mensen thuis die graag een praatje met je maken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.