Nu de crisis het voetbal raakt, worden tegenmaatregelen bedacht: het drukken van loonkosten en, in de eerste divisie, terugkeer van semiprofessionalisme.
De eredivisieclubs komen volgende maand bijeen om zich te beraden over de effecten van de financiële crisis. FC Groningen-directeur Hans Nijland heeft zijn collega’s daartoe per brief opgeroepen. Hij waarschuwde al langer dat de crisis óók het voetbal zou raken. „Daarvoor hoef je geen economie gestudeerd te hebben”, zegt hij.
Met het faillissement van eerste divisieclub Haarlem diende deze week het eerste concrete signaal daarvan zich aan. „Na een jaar waarin het grootste aantal faillissementen is gevallen, kun je niet verwachten dat voetbalclubs daaraan kunnen ontkomen”, stelt KNVB-directeur Henk Kesler klinisch vast.
Vorig seizoen leden de eredivisieclubs gezamenlijk een verlies van 34 miljoen gulden. De helft van de clubs in de eerste divisie verkeert in de problemen. Zo heeft Veendam, met een liquiditeitstekort van 600.000 euro, de grootste moeite om de salarissen uit te betalen. RBC moest een gat van ruim een miljoen euro dichten. De club heeft nog drie tot vier ton nodig om het seizoen uit te kunnen spelen.
In Veendam stelt de gemeente zich nog welwillend op. De plaatselijke profclub trekt gemiddeld meer dan 3500 toeschouwers. „Dan mag je betaald voetbal hier maatschappelijk verantwoord noemen”, zegt Veendam-directeur Jan Korte. „Wij bieden vertier, en er is al zo weinig te doen in Oost-Groningen.” Bij RBC doemt, evenals bij Haarlem en andere kleine clubs, de vraag op of er nog van betaald voetbal kan worden gesproken. Voorzitter Jan Pollemans: „Er hoeft maar één ding fout te gaan en we hangen aan de boom.”
Om de kosten te drukken bepleit Korte, zelf een oud-semiprof, een terugkeer naar het semiprofessionalisme in de eerste divisie. Nu spelen daarin al zo’n honderd amateurs. Volgens stafmedewerker Ad Dieben van de VVCS, de belangenvereniging van profvoetballers, verdienen veel contractspelers in de eerste divisie 1300 tot 1400 euro bruto. Als dat nog minder zou moeten worden, moeten clubs zich de vraag stellen of ze in het betaald voetbal nog wel op hun plaats zijn, stelt hij.
„We kunnen ons met z’n allen wel heel veel verbeelden”, zegt Groningen-directeur Nijland. „Maar dit land is te klein voor 38 en na het wegvallen van Haarlem 37 profclubs. De sponsormarkt, de tv-markt, de belangstelling van toeschouwers – het is voor zo’n aantal te krap. Je moet als club nuchter bezien je bestaansrecht bewijzen. Dat wil zeggen: een gegarandeerde inkomstenstroom, ik praat niet over een begroting, van tweeënhalf miljoen euro en 2500 betalende toeschouwers per wedstrijd. Let wel, betalende. Ik hoor wel eens aantallen noemen, dan kijk ik om me heen en denk ik: dan houd je jezelf als club voor de gek.”
Nijland hoopt volgende maand met de eredivisieclubs te kunnen praten over het drukken van de salariskosten. Het gemiddelde salaris in de eredivisie is door Voetbal International becijferd op 335.000 euro. Er zijn ideeën om te bepalen dat een vastgelegd percentage van de begroting aan loonkosten mag worden besteed.
Maar in de eerste divisie zijn de lonen al dermate geslonken dat daarvan geen winst mag worden verwacht. Nijland: „Ik weet wat er bij clubs als FC Oss en Eindhoven wordt betaald. Dat is al het minimale van het minimale. Maar als wij met elkaar iets kunnen afspreken, straalt dat hoe dan ook mede af op de eerste divisie. We moeten er met z’n allen van doordrongen zijn dat het niet meer helpt om de secretaresse en de telefoniste 30 euro minder te geven.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.