Niet cijferlijst, maar ook communicatieve vaardigheid zegt wie een goede arts is.
Er moet een ander systeem komen om de instroom van medische studenten te reguleren. Al jaren pleit ik hiervoor. Het is de vraag of resultaten op de middelbare school maatgevend moeten zijn om toegelaten te worden tot de studie geneeskunde.
Een heel belangrijke eigenschap is dat dokters ’aardig’ moeten zijn. Dat houdt in dat hij of zij goed met de patiënt moet kunnen communiceren. Daarop moeten nieuwe dokters worden getraind. Al heel lang is bekend dat de dokter zelf als een medicijn kan worden gezien. Dokters die luisteren, kunnen uitleggen, advies kunnen geven, die de patiënt zelf aan het woord laten en niet direct hun oordeel klaar hebben, dat zijn dokters die door de patiënt worden gewaardeerd. En die artsen hebben een genezende uitstraling.
De patiënt voelt zich al heel wat beter als hij begrepen wordt. De dokter is zelf een goed medicijn. Niet artsen die alleen maar technisch handelen en de patiënt als een object zien waaraan gesleuteld moet worden, zijn de goede artsen. Communicatie, praten met de patiënt is in vele gevallen beter dan direct iets doen. Patiënten moeten vertrouwen hebben in de medicus, dat die voor hem of haar het beste zoekt. En dat zoeken doe je dan samen, arts en patiënt.
Dat vergt een arts die gericht is op hulp verlenen vanuit een soort naastenliefde en barmhartigheid. Maar vooral ook vanuit respect. Dat begrip is afgeleid van het woord respicio dat ’omzien naar de ander’ betekent.
Maar dat betekent niet dat dokters het vak niet moeten beheersen: diagnoses moeten kunnen stellen en behandelingen geven of adviseren. De geneeskunde is een zeer uitgebreid vakgebied geworden en er moet veel worden geleerd. Goed, je kunt alles opzoeken, maar ik heb er toch steeds voor gepleit dat men parate kennis heeft. Het hebben van zulke kennis geeft de patiënt ook vertrouwen. Helaas constateer ik wel eens dat die parate kennis bij jonge artsen toch niet optimaal is. Bij die vaardige dokter hoort ook dat hij telkens maar weer rekenschap aflegt van wat hij doet, een soort reflectie op zijn handelen. Maar ook dat hij steeds maar weer bijschoolt om dat handelen ook naar de maatstaf van de wetenschap in te vullen.
Als we deze dokters willen hebben met een attitude van hulp willen verlenen, met een intellectuele bagage om veel parate kennis en vaardigheden te verwerven dan moeten we niet gaan loten onder middelbare scholieren met alleen de cijfers als criterium. Ik ken briljante studenten met hoge cijfers op de middelbare school, maar die ik nooit en te nimmer aan mijn lijf zou willen hebben. Ik heb aanstaande artsen meegemaakt die intelligent waren, maar die zo onbehouwen naar de patiënt overkwamen dat ze absoluut ongeschikt zijn om op het niveau van een patiënt de problematiek met hem door te spreken.
En daarom pleit ik ervoor om de loting te vervangen door een intreetoets. En in die toets moet vooral worden gekeken naar de communicatievaardigheden van de aanstaande dokter. Goed, die kan hij bijscholen. Maar het moet er wel in zitten dat de aankomende arts kan luisteren en communiceren.
Dat betekent in deze tijd van commercialisering van de artsenij ook dat we artsen moeten hebben die de patiënt verstaan en die als enig doel hebben om hulp te verlenen en niet als doel hebben om rijk te worden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.