De straatkinderen zijn weer eens in het nieuws in Turkije, nu omdat er eentje van een viaduct is gegooid. Hij werkte buiten zijn gebied.
De kleuter met de grote, donkergroene ogen staat in de kou pakjes papieren zakdoeken te verkopen. Hoeveel de dingen kosten hangt van de klant af: „Geef maar wat je wil geven”, zegt ze op zachte toon terwijl ze haar best doet om net zo zielig te kijken als een pas getroffen hert. De straatkinderen zijn weer eens in het nieuws in Turkije. Nu omdat eentje van een viaduct is afgegooid.
In de winkel kosten de zakdoekjes vijftig cent. Van de kopers die uit medelijden een pakje bij haar kopen krijgt ze meestal het dubbele: 1 lira. Ze zegt dat ze Meral heet en vraagt bijna na elke zin die ze uitspreekt of ik nog een pakje wil kopen. Ze heeft niet veel tijd om te praten. Er rijdt een bruidswagen langs. Ze moet er snel bij zijn voor een fooi. Zij en een stuk of zes andere straatkinderen springen voor de nog rijdende auto en klampen zich vast aan de ruitenwissers en de deuren.
Het leven van de 5-jarige Bedrettin verschilde niet veel van het leven van Meral. Ook hij verkocht papieren zakdoekjes op straat, bedelde wat met zijn moeder en sprong zo nu en dan voor auto’s om fooitjes los te peuteren van bruidegommen. De kleine jongen onderscheidde zich vorige week van zijn lotgenoten omdat hij onder een viaduct werd gevonden. Hij was op een vreselijke manier toegetakeld en van het viaduct naar beneden gegooid. Terwijl de artsen hun best deden om Bedrettin te redden, kwam de politie er achter dat het jochie slachtoffer was geworden van andere straatkinderen. Ze hadden hem gestraft omdat hij de zakdoekjes in hun gebied aan de man bracht.
Bedrettin herstelt nu in een ziekenhuis. Als hij weer helemaal gezond is wordt hij naar een kinderopvangcentrum gebracht, want zijn ouders hebben geen voogdijschap meer over Bedrettin. Een relatief ’happy end’ dat het geweten van het Turkse publiek lest. Aan de situatie van de overige duizenden straatkinderen verandert niets. Ze blijven zoals altijd de omstandigheden van de straten trotseren.
’Koop niet van de straatkinderen’ luidt immer het advies van deskundigen. Want zolang de kinderen geld thuisbrengen worden ze door hun ouders nooit van de straten gehaald. Turkse kranten schrijven over ouders die huizen hebben gekocht met het geld van hun zakdoekjes verkopende kinderen. De kinderen worden zelfs door bendes uit andere steden naar Istanbul gehaald om de straten ingestuurd te worden. Maar niet kopen van zielige kinderen is blijkbaar een te grote last voor de Turkse burger met geweten.
Het haar van Meral is niet gekamd, ze heeft ook geen jas aan die dik genoeg is voor de kou van de laatste dagen. Haar schoenen zijn van zwart plastic, de goedkoopste schoenen die te vinden zijn. Met haar kleine handen heeft ze in vier uur minstens twaalf pakjes zakdoeken overhandigd aan kopers.
Waar haar ouders zijn? Ze haalt haar schouders op, veegt met de buitenkant van haar arm haar loopneus af en zegt: „Werken, werken. Weet jij niet wat werken is? Moet jij niet werken?” Hoe oud ze is? Ze vraagt of ze geld krijgt als ze antwoord geeft op de vraag. Ze krijgt haar muntje en zegt: „Ik ben zes jaar. Ik ben groot. Ik moet soms op mijn zusje passen.”
Als het bijna avond is wordt het opeens druk in het kleine park aan de rand van de grote weg. De kinderen dommelen samen onder een grote kastanjeboom. Een busje komt voorrijden. Een stuk of tien kinderen en twee vrouwen die met baby’s op hun schoot zaten te bedelen, stappen in de wagen. Een van de vrouwen is blijkbaar de moeder van Meral. Het kind wijkt niet uit de buurt van de vrouw die een gele drollenvanger aan heeft. De werkdag zit er op voor de kinderen, voor de moeders en voor de baby’s op schoot.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.