*

 

Heel veel rijtjes leren en dan blijven stampen

Reinildus van Ditzhuyzen historica en publiciste − 21/01/10, 00:00

Het vertalen van klassieke teksten levert nuttige vaardigheden op. Dat is nooit weg.

Is het vertalen van Grieks en Latijn een middel of een doel? Een middel, zeggen sommige classici. Een doel, zeggen anderen (Trouw 20 januari). Ik zou zeggen: allebei. Want door het leren vertalen van Latijnse en Griekse teksten leer je een hele rij nuttige vaardigheden én je verdiept je in de klassieken, bakermat van onze beschaving.

Ik ben weliswaar geen classica, maar geef vaak bijlessen Latijn en Grieks. Tot mijn grote genoegen zijn de eindexamenboeken heel wat aantrekkelijker en toegankelijker dan vroeger. Maar inderdaad, wat vertalen mijn leerlingen slecht. Les in, les uit stel ik de vraag: ’Wat zijn drie belangrijke regels?’ En dan herhaalt mijn leerling voor de zoveelste keer het antwoord: ’Regel 1: naamvallen. Regel 2: naamvallen. Regel: 3 naamvallen.’

Ja zeker: naamvallen. En de andere taalregels. Latijn en Grieks zijn zulke ingenieuze constructies, dat je zonder grondige kennis van de grammatica eigenlijk niets kunt beginnen. Bij het oppervlakkig lezen of horen van moderne talen als Engels, Frans of Duits ligt dit anders. Zonder veel weet te hebben van taalregels kun je met wat raden en gokken een heel eind komen. Bij de klassieke talen gaat dit niet. Daar moet je de structuur van de tekst ontdekken en ontrafelen.

Dat is een spannend en inspirerend proces, waarin nauwkeurigheid van het grootste belang is. Net als bij het tikken van mail- of websiteadressen kan het zich vergissen in één letter fataal zijn. Een tekst in Latijn en Grieks heeft dan ook iets weg van een wiskundig vraagstuk, waarbij je je hersens flink moet laten kraken. Analyserend, combinerend en deducerend kom je steeds dichterbij de oplossing. Maar dan heb je ook wat. „’t Lijkt wel een soap!”, riep een leerlinge van me opgetogen uit, toen ze na veel geworstel de Ilias-tekst snapte.

Het vertalen van Latijn en Grieks levert de leerling dus nuttige bekwaamheden op: nauwkeurig en zorgvuldig werken (wie doet dat nog tegenwoordig?), concentratie, geduld en discipline (gauwgauw vertalen is er niet bij), structureel analyseren en logisch denken. Nooit weg, zulke vaardigheden.

Ik geef het toe. Om deze vaardigheden te verkrijgen moet de gymnasiast een prijs betalen: heel veel ellendige rijtjes uit het hoofd leren en dan maar stampen. Verbuigingen, vervoegingen, stamtijden – ze moeten eindeloos herhaald worden. En juist daar zit ’m de kneep. Het aantal uren Latijn en Grieks is drastisch verminderd – en daarmee het noodzakelijke stampen. Dáárdoor kunnen mijn leerlingen niet vertalen: ze herkennen de woordvormen niet. De oplossing is dus niet het afschaffen van het vertalen, maar het herinvoeren – via meer lessen – van het herhalen.

mailIcon print |