Als men een paar kwalificaties zou moeten verzinnen voor het circus dat gisteren de gehele dag in beslag heeft genomen, zijn dat wel ongemak en gêne. Een gevoel dat door officier van justitie Birgit van Roessel het best werd belichaamd. Van Roessel vond het noodzakelijk om gelijk bij aanvang van het proces tegen Wilders de neutraliteit van de rechtbank te benadrukken. Ja, hoor eens: de rechtbank kiest geen partij en onthoudt zich van een politiek oordeel over de opvattingen van de PVV-leider. Kennelijk is dit in een proces over de uitspraken van een fractievoorzitter niet helemaal vanzelfsprekend. Hoe kan het Openbaar Ministerie zich onthouden van een politiek oordeel over Wilders’ standpunten terwijl zijn betwiste uitlatingen juist de kern van zijn politieke boodschap vormen? Een nog complicerender factor wordt door de aard zelf van die uitlatingen gevormd: ze zijn bijna allemaal gericht tegen een geloof en zijn essentie, althans gezien door de bril van de beklaagde. Kan het OM ons ook garanderen dat zijn uitspraak vrij van elk religieus oordeel zal zijn? Maar hoe kun je dan oordelen of de vergelijking van een religie met een totalitair en dictatoriaal systeem wel klopt? Nu zou ook ik een proces met het volgende kunnen uitlokken: in naam van de mensheid eis ik dat de Zwarte Steen wordt verpletterd zodat haar resten in de wind worden geworpen, dat men Mekka vernietigt en dat men het graf van de profeet Mohammed bevuilt. Dit zou het middel zijn om het Fanatisme te ontmoedigen. De eerlijkheid gebiedt te vermelden dat ik niet de auteur ben van deze filippica. Ik heb het ontleend aan een keur van islamonvriendelijke uitspraken die in de loop der eeuwen door vooraanstaande figuren zijn gedaan. Van Voltaire tot aan Winston Churchill. Het bovengenoemde citaat komt uit een gepubliceerde brief die Gustave Flaubert, de auteur van Madame Bovary, in 1878 schreef. Gemeten aan de normen die de rechter nu hanteert zou Flaubert zich ongetwijfeld voor discriminatie en haatzaaien moeten verantwoorden. Maar Wilders is geen Flaubert en ook dit gegeven maakt van dit proces dat van de gêne en het ongemak. Maar dan voor hen die paradoxaal genoeg de PVV-leider als een absolute martelaar van het vrije woord neerzetten. De man die vooral heel wat wil verbieden, te beginnen met een boek dat eeuwen geleden werd geschreven. Maar ik snap het dilemma wel. Bij gebrek aan een echte en zuivere kampioen van het vrije woord moet je het doen met een bankzitter. Het wordt dus, weliswaar tandenknarsend en met pijn in het hart, toch Wilders steunen in dit proces. Justitie laat met haar dwaling geen andere keus. Want als deze slechte en onbeholpen politicus schuldig wordt bevonden, wordt straks elke vorm van kritiek tegen een geloof of een cultuur, een daad van haat en discriminatie. Te gek voor woorden. Dat moeten die 300 PVV-aanhangers die gisteren voor het gerecht demonstreerden, misschien ook hebben gedacht. Ze leken in niets op het schorem dat doorgaans het gezicht van extreemrechts bepaalt. Het leek daar in Amsterdam meer een rustig openluchtsamenzijn van D66-kiezers.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.