Hij ziet het zo voor zich, apotheker Wim van der Pol: patiënt komt bij opname in het ziekenhuis binnenlopen met in de ene hand een tas met kleren en in de andere een piepklein koffertje. Daarin zitten alle medicijnen die hij of zij slikt.
De behandelend arts in het ziekenhuis bepaalt vervolgens welke pillen tijdens het ziekenhuisverblijf moeten worden ingenomen. De verpleging of de patiënt zelf regelt de rest. Simpeler kan het toch niet, volgens Van der Pol.
De praktijk gaat anders. De ziekenhuisapotheek voorziet patiënten van geneesmiddelen. Hun eigen pillen mogen ze in het ziekenhuis doorgaans niet gebruiken. En dat zijn vaak andere middelen.
Het ziekenhuis krijgt van farmaceutische bedrijven de nieuwste medicijnen tegen afbraakprijzen geleverd. De kortingen kunnen oplopen tot 99 procent. „We willen de drempel voor ziekenhuizen om onze middelen voor te schrijven, zo laag mogelijk houden”, zeggen pillenfabrikanten. De werkelijke reden: na ontslag uit het ziekenhuis blijven patiënten vaak de nieuwe, dure middelen slikken. Zo creëer je omzet.
Huisartsen voeren op dit moment actie tegen deze praktijk. Ze hebben van minister Klink te horen gekregen dat ze nog eens 127 miljoen euro moeten bezuinigen op geneesmiddelen. De huisartsen schuiven de hete aardappel door: naar medisch specialisten.
Van der Pol, apotheker bij de Parnassia Bavo Groep in Den Haag, een instelling voor geestelijke gezondheidszorg, ziet vooral een enorme kostenbesparing door zijn koffertjes-idee. „In ziekenhuizen moeten er steeds meer apothekersassistenten bij, onder meer voor de medicatie-overdrachtsgesprekken. Medicijnen worden overgepakt in speciale ziekenhuisverpakkingen.” Dat kan anders, denkt Van der Pol.
Volgens de apotheker leidt zijn systeem ook tot meer kwaliteit en veiligheid. De kans op fouten bij de medicijnoverdracht wordt er volgens hem veel kleiner door.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.