*

 

Ministers talmen met aanpak Q-koorts

Ingrid Weel redactie politiek − 21/01/10, 00:00

De ministers Verburg en Klink krijgen de Q-koorts maar niet op de knieën. „Ze lopen achter de feiten aan”, klaagt de oppositie.

Terwijl nog dagelijks duizenden geiten worden geruimd, staan de ministers Verburg (landbouw) en Klink (volksgezondheid) alweer voor het volgende dilemma: Wat te doen met besmette vleesschapen en hoe om te gaan met kinderboerderijdieren?

Ze hebben geen pasklare antwoorden. „Q-koorts is er en zal er ook altijd blijven, de Q-koorts zit immers in het milieu”, is een veelvuldig gebruikte zin van Verburg. De oppositiepartijen kunnen er niet zoveel mee. Niemand vraagt haar immers de bacterie te elimineren, maar wel om de epidemie te stoppen.

SP-Kamerlid Van Gerven schetste begin december hoe de cholera-epidemie in 1854 te Londen werd aangepakt. „Doctor John Snow ontdekte dat bijna alle doden water gebruikten van de publieke waterpomp. Hoewel Snow niet wist wat de oorzaak was, wist hij het gemeentebestuur te overtuigen de pomp te sluiten. De epidemie kwam hierna tot stilstand.”

Van Gerven vindt de overeenkomst met de Q-koortsepidemie treffend. In 2007 waren er meer dan zestig besmettingsgevallen in het Brabantse Herpen. In 2008 waren er al ruim duizend mensen ziek geworden en was het al zeer waarschijnlijk dat een geitenhouderij de oorzaak was. Maar er gebeurde weinig, met als gevolg een verder uitdijende epidemie.

De SP zou het liefst zien dat Verburg vandaag nog van het dossier wordt gehaald. Zij vindt het een volksgezondheidsaangelegenheid, waarbij de belangen van veehouders ondergeschikt moeten zijn. Uit door de NOS openbaar gemaakte verslagen van vergaderingen blijkt dat het ministerie van landbouw niet snel de noodzaak tot maatregelen ziet.

Zo dringen deskundigen in mei 2009 aan op het tegengaan van het verwaaien van de bacteriën uit open stallen. Maar de hoogste ambtenaar bij het ministerie van landbouw vindt dat er al genoeg ’forse veterinaire maatregelen’ zijn afgekondigd, zoals de verplichte vaccinatie in het risicogebied, een meldingsplicht voor besmette bedrijven en een streng mestbeleid. De directeur-generaal zegt dat ’een causaal verband tussen geitenhouderij en humane besmettingen nog niet is aangetoond’, en ze wil eerst betere onderbouwing.

Omdat er geen zekerheden zijn, antwoordt Verburg op vragen van Kamerleden naar toekomstverwachtingen standaard met: „Een risico van nul is bij Q-koorts uitgesloten.” En: „Q-koorts is een tegenstander die we niet 100 procent kennen”, of: „We wachten verder onderzoek af.”

Er passeert geen Kamerdebat waarin Verburg niet even aanhaalt dat ook honden en katten de Coxiella burnetii, de bacterie die Q-koorts veroorzaakt, bij zich dragen. Afgelopen dinsdag tijdens het wekelijkse vragenuurtje, irriteerde dat de Partij voor de Dieren zo dat Kamerlid Ouwehand de minister toesnauwde dat ze de kwestie bagatelliseerde.

Ouwehand: „In huiselijke kring wordt niet grootschalig met dieren gefokt, minister.” De Partij voor de Dieren is ervan overtuigd dat de intensieve veehouderij een rol speelt bij de buitensporige verspreiding van Q-koorts. Verburg denkt eerder aan een mutatie van de bacterie.

Binnenkort is er een spoeddebat omdat de Kamerleden meer duidelijkheid willen omtrent verdere aanpak van de ziekte. „De bewindslieden blijven achter de feiten aanlopen”, klagen zij. De Q-koorts maakte sinds 2007 bijna vierduizend mensen ziek, honderden belandden in het ziekenhuis, zes mensen zijn overleden.

mailIcon print |