*

 

Stemmen in een uithoek

Seije Slager − 21/01/10, 00:00

Trouw volgt de gemeenteraadsverkiezingen 2010 de komende weken vanuit Den Helder. Als de stad de afgelopen jaren in het landelijke nieuws kwam, was dat meestal vanwege een collegecrisis of een bestuurlijk schandaal. Maar het gaat voorzichtig de goede kant op, bezweren veel politici.

Op het station van Schagen stappen bijna alle passagiers uit. De lege treincoupé rijdt dan nog twintig minuten door de Kop van Noord-Holland, voor hij het station van Den Helder bereikt.

„Het is hier een uithoek”, had Jan Bremer, de officieuze stadshistoricus van Den Helder, al over de telefoon gewaarschuwd. „Ook als je met de auto komt. Dan moet je nog een heel stuk over zo’n lullig tachtig kilometer-weggetje.”

„Daar geniet ik juist iedere keer van”, werpt Ben Mooiman, commandeur b.d. en voormalig directeur van de rijkswerf Willemsoord, tegen. Hij heeft met Bremer afgesproken in een café met adembenemend uitzicht over het water, en kijkt tevreden naar buiten, naar het lege strand en de loodrechte horizon boven zee.

Mooiman geniet ervan om in Den Helder te wonen, en ergert zich als mensen afgeven op de stad. „Wij zijn er heel goed in om ’Weg met ons!’ te roepen. Terwijl het hier prachtig is. We hebben een rijke geschiedenis, maar er wordt te weinig gedaan om die zichtbaar te maken. En alles waarvoor toeristen naar Texel gaan, heb je hier ook. Maar hoe vaak zeggen mensen niet: ’Den Helder, daar ben ik wel eens geweest, op doorreis naar Texel’. Ik kan dat onderhand niet meer horen.”

Toch kent ook Mooiman de nadelen van de geografische ligging van Den Helder. „We liggen in een cul-de-sac. Aan drie kanten water, en die spoorlijn over de Afsluitdijk is er ook nooit gekomen. Voor vrachtwagens is het lastig dat er geen snelweg is. Dus is het moeilijk om werkgelegenheid aan te trekken. We staan al te juichen als zich hier één nieuw industrietje vestigt op het bedrijventerrein.”

Op zo’n geïsoleerde plek zou je misschien een hechte gemeenschap verwachten. Maar dat is niet zo, weet Bremer. „Het aantal échte Nieuwediepers, mensen uit families die hier al een paar generaties wonen, is hooguit tien procent. ’Klein Amerika’, wordt het hier wel eens genoemd. Aan de achternamen van de inwoners kun je zien waar ze eigenlijk vandaan komen: de Bremers komen van Texel, de Adriaansens uit Zeeland.”

Die Helderse ’melting pot’ is natuurlijk het gevolg van het feit dat Den Helder een marinestad is. „Als je hier kwam wonen, was je adelborst, of onderwijzer”, zegt Bremer. „En na hun tijd bij de marine vertrokken de meesten ook weer. Er is een hoge omloopsnelheid.”

Vroeg of laat begint iedereen in Den Helder over de invloed van de marine op de stedelijke cultuur. Waarin die zich precies manifesteert, daar is lastiger de vinger op te leggen. Wachten Nieuwediepers gezagsgetrouw bevelen af, en krijgen ze daarom zo weinig gedaan bij de provincie en de landelijke overheid? Het blijft speculeren.

Voor oud-marineman Mooiman was het in ieder geval een reden om niet actief in de politiek te gaan, ook al jeukten zijn handen de afgelopen jaren soms. Hij is nog wel een tijdje afdelingsvoorzitter van de VVD geweest. Maar eigenlijk is hij er te rechtlijnig voor. „Als politicus ben je succesvol als je zestig procent van je doelen bereikt. Bij de marine was ik gewend om een missie honderd procent uit te voeren.”

Hoe dan ook is het een feit dat de geschiedenis van Den Helder en die van de marine met elkaar verweven zijn. De stad begon te groeien toen stadhouder Willem IV in 1781, tijdens de Vierde Engelse Oorlog, Den Helder aanwees als de haven voor ’s lands vloot.

Tijdens de de Tweede Wereldoorlog kreeg de strategisch belangrijke plaats het zwaar te verduren. Maar liefst 117 keer werd de stad gebombardeerd, zowel door de Duitsers als door de geallieerden. Jan Bremer maakte het als jongetje mee.

Toen na het einde van de Koude Oorlog de vloot langzamerhand werd afgebouwd, merkte Den Helder dat ook. De economie van de stad kwam onder druk te staan, en daarmee het inwonertal. Sinds 2002 zijn er netto ruim 2000 mensen vertrokken uit de stad, die er nu nog ruim 57.000 heeft.

Bremer is daar een beetje verongelijkt over. „Wij krijgen niet de subsidies die ze in andere delen van het land met bevolkingskrimp wel krijgen. En toen de mijnen in Limburg gesloten werden, zorgde de overheid daar voor nieuwe werkgelegenheid. Maar wij hebben hier nog steeds een marine-monocultuur.”

Mooiman vraagt zich juist af of het hengelen naar subsidies wel de juiste instelling is. Hij wijst op de reputatie van Den Helder als een stad met een groot Antillianenprobleem. „Maar hoe groot is dat probleem nu echt? Volgens mij moet je de harde kern van enkele tientallen jongeren aanpakken. Maar omdat wij zo graag al die subsidies wilden hebben, hebben we het misschien een beetje uitvergroot, en zitten we nu ook opgescheept met het imago van een probleemstad. Doe niet zielig. Toon je sterke kanten.”

De discussie tussen de twee heren verloopt in grote amicaliteit. Maar in de periode sinds 1989 heeft Den Helder ook wel eens wat minder verheffende politieke gevechten mogen aanschouwen, waarbij flink met modder werd gegooid.

Het feit dat de stad geen hechte gemeenschap vormt, weerspiegelt zich namelijk bij uitstek in de gemeentelijke politiek. Niet minder dan zeven burgemeesters maakte Den Helder in minder dan twintig jaar mee. Twee sneuvelden na een politiek schandaal. Drie keer was er een collegecrisis.

De eenendertig zetels in de gemeenteraad worden bezet door twaalf partijen, waaronder een bont gezelschap lokale politieke splinterbewegingen. Op de internetforums van de lokale media vliegen ze elkaar regelmatig in de haren.

„Ik snap dat het voor een buitenstaander soms overkomt als een kippenhok”, reageert PvdA-lijsttrekker Theo Rijnten. „Maar in feite hebben we de afgelopen jaren meer rust dan ooit gekend. Met het college van CDA, VVD en PvdA hebben we afgesproken: deze stad heeft stabiliteit nodig, en dus houden wij onverkort vast aan het collegeprogramma.

Maar tijdens zo’n raadsvergadering zijn er nog negen partijen, die allemaal één of twee zetels hebben, die zich ook allemaal willen profileren. Dan krijg je dus eerst negen sprekers die hel en verdoemenis preken, en dat beeld blijft hangen.”

Hij wijst liever op de relatief gunstige economische situatie van Den Helder. Het blijft een arme stad, maar ondanks de crisis is de werkloosheid licht gedaald. En de aanpak van probleemwijk Nieuw Den Helder vordert. Gevraagd naar zijn verdere plannen met de stad, vertelt Rijnten over de inspanningen om Den Helder een mooier aanzicht te geven.

De stad geeft zijn charmes inderdaad niet direct prijs aan de bezoeker die nietsvermoedend op het station arriveert. Die belandt op een tochtige open vlakte, omgeven door een woestenij van haastige wederopbouwarchitectuur. „Maar we hebben deze periode in grote eendracht een plan aangenomen om het stadshart te vernieuwen”, zegt Rijnten. Over een paar jaar treft een bezoeker van de stad voor het station een mooi plein met een nieuw stadhuis en een bibliotheek, en een promenade die naar de oude marinewerf voert, droomt de lijsttrekker. „Toen dat plan erdoor kwam, heerste er echt een soort Obama-stemming hier. We kunnen het.”

Maar ja, toen werd dat feestje weer bedorven door burgemeester Hulman, die vorig jaar moest aftreden. En het kan de PvdA’er ook niet ontgaan zijn dat de onvrede stevig wortel heeft geschoten in de marinestad. Zijn partij is nu nog de grootste, maar bij de Europese verkiezingen haalde de PVV een monsterscore van ruim 26 procent.

De PVV doet alleen niet mee aan de verkiezingen. De PVV-stemmer heeft wel een verwarrende keuze aan andere opties. Zo doet Trots op Nederland mee in Den Helder, nadat er eerst sprake was van een lokale afdeling Trots op Den Helder, die inmiddels een stille dood gestorven is. Lijsttrekker van TON is politieke nieuwkomer Dannie Emmelkamp.

Is er dan behoefte aan nóg een partij in Den Helder? „Goede vraag. Ik hoop het wel”, lacht Emmelkamp. Hij is het optimisme zelve, als hij over de stad praat, en laat zich niet verleiden tot schelden op college of coalitie. „Wij gaan uit van het goede in mensen.” Hij wil het college ook nog wel het krediet gunnen dat het de afgelopen jaren eindelijk plannen in gang heeft gezet: „Het beweegt. Maar misschien niet helemaal in de goede richting.”

Emmelkamp vraagt zich af of er geen betere plannen kunnen worden gemaakt voor de Rijkswerf Willemsoord, de negentiende eeuwse voormalige marinewerf, die prachtig gerestaureerd is, maar waar de stad al jarenlang geen goede invulling voor bedacht krijgt. En hij snijdt enkele typische TON-thema’s aan: veiligheid, parkeerplaatsen. Met die positieve instelling wil hij ook zijn programma samenstellen. „Door goed naar mensen te luisteren. We hebben laatst geflyerd, en toen kregen we heel bruikbare suggesties.”

Maar de slogan van Trots op Nederland – ’niet links, niet rechts, maar recht door zee’ – is in Den Helder al sinds tien jaar geclaimd door de Stadspartij, die zich ooit van de PvdA afscheidde. Deze keer zette de partij bovendien Paul Jansen op de lijst. Die had zich eerder al opgeworpen als lokale kandidaat voor de PVV.

Laat het duidelijk zijn, de Stadspartij pleit niet voor een kopvoddentaks, zegt lijsttrekker Pieter Bakker. Maar hij voelt zich in Den Helder wel de échte erfgenaam van de ’nieuwe politiek’ in de traditie van Fortuyn, Verdonk en Wilders. „Mensen denken dat ze Rita krijgen, als ze op TON stemmen, maar ze krijgen iemand zonder ervaring.”

Bakker wil graag het bestuur van de stad teruggeven aan de inwoners. Voorbeelden genoeg. De vernieuwing van de binnenstad dreigt volgens hem uit te lopen op een door technocraten bedachte ’verweesde Manhattan-achtige’ toestand, met allemaal hoge glazen bouwsels. „Dat past helemaal niet bij het kleinschalige karakter van Den Helder.”

En hij maakt zich boos over de ’semi-dictatuur van de ambtenarij’. „Daar zit de hele kipsaus in. Er wordt hier van alles bedacht en uitgevoerd door allerlei stuurgroepen en semi-overheidsapparaten. Tussenzetsels, waar je als raad geen invloed op hebt, maar die wel allemaal worden bevolkt door gedetacheerde ambtenaren. Die willen wij ontbinden.”

PvdA’er Rijnten worstelt met het ontevreden electoraat. „Overal hoor je mensen klagen, in de trein, in winkels. Maar het zijn vaak mensen die alleen maar roepen: de politiek moet dit, de politiek moet dat. Zonder dat ze zichzelf ergens voor inzetten.

Ik heb niet de illusie dat ik hun wereldbeeld kan veranderen. Ik ga tijdens de campagne ook geen grote woorden gebruiken, maar gewoon benadrukken wat we bereikt hebben, en waar dat goed voor is. Het is lastig om dat kort en bondig te doen. We gaan binnenkort op cursus.”

Maar, en dat is anno 2010 misschien het verrassende van Den Helder, haast iedereen is het erover eens dat het inderdaad voorzichtig de goede kant op gaat met het voormalige politieke zwarte gat aan het Marsdiep. Of, zoals Ben Mooiman het formuleert: „Het gaat absoluut beter. Maar dat wil nog niet zeggen dat het goed gaat.”

mailIcon print |