We kunnen ons veel beter voorbereiden op rampen, zegt ’professor rampenbestrijding’ Eelco Dykstra. Maar dan moeten we wel leren van het verleden.
„Elke keer beginnen we weer vrolijk opnieuw. Het lijkt wel of de lessen van de vorige ramp in een zwart gat verdwijnen en we er geen enkele lering uit trekken”, zegt Eelco Dykstra.
Hij is gasthoogleraar International Emergency Management aan de George Washington Universiteit in Washington. Of zoals hij zich zelf betitelt „de enige professor in de rampenbestrijding ter wereld”.
Hij juicht alle donatiecampagnes toe. „Die behoefte aan geld geven is er nu eenmaal, en daaromheen zit een hele industrie.” Maar tegelijkertijd pleit hij voor een aanpak die zich niet richt op die eerste emotionele respons. „Op deze manier hobbelen we van ramp naar ramp. Wat er moet gebeuren is dat we die eerste respons, hoe begrijpelijk ook, verbinden aan beleid.”
Haïti is wat Dykstra betreft een treffend voorbeeld. „We weten dat het op een breukvlak ligt, en hadden voorbereidingen kunnen treffen. De hulporganisaties zaten daar al. Ze werken dan nu wel samen met het ophalen van geld, maar daarna doen ze ter plekke ieder hun eigen ding. Ze hadden al kunnen samenwerken, bijvoorbeeld bij de aanschaf van generatoren en de bouw van aardbevingbestendige gebouwen en het aanleggen van hulpvoorraden, zodat ze als het er op aan komt echt hulp kunnen verlenen.”
De professor stelt nu voor een deel van de donaties te gebruiken om een onafhankelijk instituut op te zetten, een Rampencentrum, waar je de mensen uit de praktijk en de academie bijeenbrengt om die brug te slaan van de lessen naar de praktijk. Zelf publiceerde hij enkele jaren geleden al een boekje over een fictieve natuurramp die Nederland treft om zo de gemoederen wakker te schudden.
„We hebben meer van die verhalen nodig, en betere verhalen om ons op de toekomst voor te bereiden. Ik heb zelf indertijd met het Rode Kruis in Nederland gebeld, om ze te vragen over hoeveel generatoren ze beschikken als we hier in een noodsituatie terechtkomen. Het waren er negen!” En dat terwijl zijn nu nog denkbeeldige rampenscenario voor Nederland huiveringwekkend is.
In Haïti ziet Dykstra een mogelijke proeftuin die wereldwijd kan dienen als voorbeeld voor de hulp bij rampen waar ook. De huidige opbouw van Haïti moet er op gericht zijn niet te herbouwen, maar beter te bouwen, zodat het land bestand wordt tegen volgende rampen. „Ze noemen een aardbeving een natuurramp, maar aan een aardbeving ga je niet dood, het zijn de gebouwen die instorten waar je dood aan gaat.”
Dykstra schrikt niet terug van het idee om het eiland de komende drie jaar in een soort internationaal protectoraat te veranderen en met vereende krachten op te bouwen. „Alles is er toch al kapot en veel erger kan het niet. Maar je moet het stadium van de emoties voorbij en eindelijk eens aan echte rampenbestrijding beginnen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.