EMBERT MESSELINK | DIRECTEUR VAN A ROCHA, CHRISTELIJKE BEWEGING VOOR BEHOUD VAN DE SCHEPPING −
06/09/11, 15:07
© afp
In een beschouwing over natuur kun je makkelijk in een te romantisch beeld vervallen. Dat lijkt te gebeuren in het verhaal van Tom Bade, consultant voor natuur en economie (Podium, 2 september). Onder de kop 'Juist met weinig geld kan de natuur bloeien', beweert hij dat de natuurbescherming in Nederland onnodig veel geld spendeert aan het in stand houden van 'knutsellandschapjes'.
Hij hing zijn verhaal op aan Corsica, waar de bossen kunnen groeien sinds de lokale economie in elkaar is gestort. Herders en olijfboeren vertrokken, er kwam bos voor in de plaats. Zijn stelling: waar de mens verdwijnt, kan de natuur echt tot bloei komen. Het is niet mijn ideaalbeeld.
Tot ongeveer 1850 gebeurde in ons land het tegendeel. Als de mens ten tonele verscheen, kwam de natuur tot bloei! De mens legde akkertjes en houtwallen aan, kapte, snoeide, tuinierde. Daardoor kwam er een veel grotere variatie aan planten, insecten en vogels. Meer natuur, meer biodiversiteit. De rijkste landschappen die we nu nog zien, zijn deze 'half-natuurlijke' cultuurgronden: hooilanden, kleinschalige cultuurlandschappen met houtwallen en heideveldjes.
Volgens mij is het belangrijk om dat principe vast te houden: als de mens gaat werken in het landschap, kan er veel moois tot bloei komen. Mens en natuur horen bij elkaar en vormen niet per definitie een bedreiging voor elkaar.
Inderdaad, na 1850 is het misge gaan. Zodanig mis, dat we dit oude principe bijna zijn vergeten. We zijn grootschalig, industrieel en vaak nietsontziend de aarde gaan bewerken. De natuur delft vaak het onderspit. Als we nog natuur willen beleven, trekken we naar het reservaat achter het hek.
Gelukkig hebben de natuurorganisaties het wel begrepen. Zij beheren prachtige natuurreservaten, waarin de mens een zo klein mogelijke rol speelt. Zij bewaren ook oude cultuurlandschappen, herstellen ze en staan agrarische activiteiten toe binnen ecologische randvoorwaarden. Daarbij zijn ze niet vies van beheer: er wordt gesnoeid, gekapt, gemaaid, geplant, geplagd, gegraven etcetera.
Onlangs werkte ik met vrijwilligers op Landgoed Eerde, een gebied van Natuurmonumenten. Typisch zo'n 'kneuterig' kleinschalig jarenvijftiglandschap, maar met fantastische natuurwaarden: vleermuizen rond het kasteel, adders op de heidevelden, grauwe vliegenvangers bij de boerderijen en wespendieven in het bos!
Ja, het kost een lieve duit om die natuur te onderhouden. Ik heb het er graag voor over. En vergeet die duizenden vrijwilligers niet die jaar in jaar uit een handje helpen. Oude cultuurgronden 'kneuterige knutsellandschapjes' noemen, getuigt van onkunde over de ecologische rijkdom in veel van deze gebieden. Koesteren dus!