*

 

Hoger onderwijs voor het blok

Ricus Dullaert − 09/02/11, 00:00

Minder eenheidsworst in het hoger onderwijs en hogere kwaliteit. Dat is wat staatssecretaris Zijlstra (VVD) wil met het plan dat hij gisteren naar de Tweede Kamer stuurde.

  • Staatssecretaris Halbe Zijlstra (Onderwijs)  (ANP)
    Staatssecretaris Halbe Zijlstra (Onderwijs) (ANP)

Om dat te bereiken, wil hij hogescholen en universiteiten de mogelijkheid geven studenten te weigeren. Ook moeten ze gebieden kiezen waarin ze willen uitblinken. Een universiteit of hogeschool moet niet meer álle opleidingen willen aanbieden die er zijn.

De vraag is: gaat dat lukken, nu er de komende jaren eerst een flinke bezuinigingsronde aankomt?

De voorstellen komen uit het advies van de commissie-Veerman, die vorig jaar april de toekomst van het hoger onderwijs onder de loep nam.

Op het oog omarmt het kabinet de plannen van Veerman. „Niet de vraag ’óf’ maar ’hóe’ het rapport moet worden uitgevoerd, is leidend voor dit kabinet”, schrijft Zijlstra.

Het is aan de universiteiten en hogescholen zelf om een eigen profiel op te stellen. Dat kiezen blijkt moeilijk voor de instellingen. Want als je investeert in de ene opleiding gaat dat ten koste van de andere. En geen enkele hogeschool of universiteit zal zeggen dat een deel van haar studies eigenlijk wel geschrapt kan worden.

Er is nog een reden dat het schrappen van studies gevoelig ligt: het raakt de instellingen rechtstreeks in hun portemonnee. Want een universiteit of hogeschool krijgt nog altijd betaald per student. Dus hoe meer studenten je binnenhaalt, hoe meer geld je hebt.

Om de kwaliteit van het onderwijs echt omhoog te krijgen, moet dat laatste veranderen, signaleerde de commissie-Veerman al. Dat is voorwaarde nummer één. Anders blijven universiteiten blootstaan aan de verleiding om zoveel mogelijk studenten te trekken.

Zijlstra is wel bezig te onderzoeken hoe een andere verdeling eruit kan zien. In een nieuw systeem zou het geld moeten gaan naar de hogeschool of universiteit die de meeste kwaliteit levert, niet die de meeste studenten heeft.

Zo’n nieuwe verdeling is er echter niet van vandaag op morgen. Want wat ís kwaliteit eigenlijk? Hoe meet je dat? En hoe voorkom je dat er in zo’n systeem ’afvoerputjes’ ontstaan, waar er per student nog minder geld beschikbaar is dan nu?

Een tweede voorwaarde die Veerman stelde, was extra investeren in het onderwijs. Die aanbeveling heeft Zijlstra niet opgevolgd. Integendeel: tot 2015 staat de universiteiten en hogescholen een flinke bezuiniging te wachten. Daarna komt er volgens het kabinet weer geld vrij.

Maar of Zijlstra het nu zo bedoeld heeft of niet, juist die bezuinigingen kunnen de instellingen dwingen om zich te gaan specialiseren, precies zoals Veerman wilde. Want er moet zo veel worden ingeleverd (15 tot 20 procent van het budget, volgens de vereniging van universiteiten), dat de kaasschaaf niet langer uitkomst biedt.

Bestuurders moeten de komende jaren harde keuzes gaan maken: opleidingen sluiten – en dus specialiseren – kon wel eens onvermijdelijk zijn.

Het kabinet voert de plannen van Veerman dus uit, maar zonder aan de gestelde voorwaarden te voldoen. Onder deze omstandigheden zal het hoger onderwijs zich slechts met tegenzin verbeteren – als het al gebeurt.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />