De nieuwbouw ligt bijna stil, kantoren staan leeg: de bouwwereld heeft het zwaar te verduren. Anke van Hal, hoogleraar duurzaam bouwen, ziet daarin vooral kansen. „Energie besparen en goed omgaan met grondstoffen is noodzaak geworden.”
De bouwwereld die bijzonder zwaar getroffen is door de economische crisis, kan, hoe paradoxaal dat ook klinkt, uiteindelijk goed garen spinnen bij deze moeilijke tijd. In haar duurzaam verbouwde oude doktershuis legt Anke van Hal (1965), hoogleraar duurzaam bouwen aan de TUDelft en Nyenrode, uit waarom ze daarvan overtuigd is. „De oude wegen lopen dood. De huidige onzekerheid over de toekomst in de bouw geeft de sector unieke mogelijkheden om de bakens te verzetten. Dat moet ook gebeuren, want de bouwwereld zal blijvend veranderen, ook na de crisis.”
De crisis heeft volgens Van Hal alles ter discussie gesteld. „De tijd dat het in de bouw enkel ging om goedkoper zijn dan de concurrent, is voorbij. Concurreren op kwaliteit doet nu op grote schaal zijn intrede. Het is niet meer zo dat de klant alles pikt. En er verandert meer. Vastgoed vermeerderde altijd in waarde. Ook dat is niet meer het geval. En ging het altijd om groei, nu treedt er ook krimp op. Er staan veel woningen leeg in onze grensgebieden. De nieuwbouw in Nederland staat vrijwel stil. Overal staan kantoren leeg. Er zijn gemeenten waar zelfs geen kantoren meer worden bijgebouwd, zolang er met bestaande, leegstaande gebouwen niets gebeurt.”
Door al deze ontwikkelingen wordt volgens de hoogleraar niet alleen kwaliteit veel belangrijker, maar ontstaat er ook een blijvende vraag naar een andere, duurzamer manier van werken. Om te kunnen meeveranderen met de tijdgeest moeten partijen in de bouw gaan nadenken, zegt ze, over een nieuw verdienmodel waarin duurzaamheid onlosmakelijk een plaats krijgt. „Duurzaamheid is geen overwaaiende hype, maar een pragmatische noodzaak geworden, nog los van andere, meer ideologische overwegingen over onderwerpen als klimaatverandering en verlies van biodiversiteit.”
Ze wijst in dit verband op de toenemende schaarste – onder meer door de bouwexplosie in China – aan materialen, grondstoffen en energie. „Die schaarste is een structureel probleem, dat zowel hergebruik van materialen als de inzet van andere dan de klassieke, fossiele energiebronnen nodig maakt.”
Ook de regelgeving, zowel in Nederland als in Europa en de rest van de wereld, wordt aangescherpt. „Zo wil de Nederlandse overheid alleen nog maar duurzaam inkopen. In Engeland zijn de eisen helemaal huizenhoog: daar mag nieuwbouw in de toekomst in het geheel geen energie meer verbruiken. En in sommige landen krijg je geen bouwvergunning meer als je niet met zonne-energie werkt.”
Behalve schaarste aan grondstoffen en energie, en aanscherping van de regelgeving, speelt ook nog de behoefte aan onafhankelijkheid op energiegebied een rol. „Iedereen herinnert zich nog wel de schrik toen Rusland ineens besloot de gaskraan dicht te draaien.”
De groep in de bouw die nog steeds alleen op de korte termijn denkt, doet niets, zegt Van Hal. „Maar de groep die inziet dat er een andere koers moet worden ingeslagen, groeit snel.” Als voorbeeld noemt ze de Dutch Green Building Council (DGBC), een in 2008 opgericht platform van – inmiddels 311 – partijen die met de bouw te maken hebben. Daaronder zijn architecten, aannemers, bouwbedrijven, vastgoedmaatschappijen, banken, producenten van bouwmaterialen, gemeenten, onderwijsinstellingen en bouwadviseurs. De DGBC houdt zich bezig met het verduurzamen van de bebouwde omgeving en ontwikkelt daarvoor onder andere keurmerken, waarmee producten en gebouwen op hun mate van duurzaamheid kunnen worden beoordeeld.
Partijen in de bouwsector, die zich zien uitgedaagd door het samenvallen van de economische en ecologische crisis en bewust kiezen voor een koerswijziging naar duurzaam ondernemen, kloppen bij Van Hal en haar collega’s aan voor ondersteuning. Mensen en bedrijven die wel zien dat ze in een overgangsfase zitten maar nog niet rigoureus kunnen breken met hun vertrouwde werkwijze, vragen ook om hulp. De traditionele vakman, die misschien wel ziet dat er iets gaat veranderen maar zelf geen initiatief neemt en wacht op wet- en regelgeving, doet dat niet. En de koplopers op het gebied van duurzaam bouwen, die altijd al hebben ingezien dat de gebruikelijke gang van zaken in de bouw bijdraagt aan een ecologische crisis, evenmin. Zij hebben helemaal geen advies nodig. Voor hen is duurzaam bouwen al vanzelfsprekend.
De switch maken naar duurzaam bouwen vraagt echt om een andere werkwijze, zegt Van Hal. „Niet iedereen is daar geschikt voor. Een traditionele vakman die goed is in het installeren van HR-ketels, installeert niet graag een systeem dat hij niet goed kent, zoals een warmtepomp of een ander innovatief verwarmingssysteem”. Ze snapt dat overigens goed, want „onze hersens zijn nu eenmaal gebouwd op doorgaan op de oude voet, niet op veranderen. Iedereen die wel eens heeft geprobeerd af te vallen of te stoppen met roken, zal beamen dat dat niet eenvoudig is.” Maar nu het gewone ritme in de bouwsector is verstoord, ontstaat er een gunstig klimaat voor verandering in de richting van duurzaamheid, benadrukt ze nog eens.
Wat verstaat zij eigenlijk onder duurzaam bouwen? Van Hal: „Bij ’gewoon’ bouwen gaat het vooral om de belangen van vraag en aanbod, de belangen van mensen hier en nu. Bij duurzaam bouwen tellen ook de belangen van mensen dáár en later. Duurzaam bouwen is goed voor het milieu, goed voor de generaties na ons en goed voor de mensen ver weg, in de tropische regenwouden en in de ontwikkelingslanden op wie wij onze luxe afwentelen. De aandacht gaat vaak vooral uit naar energiebronnen, maar bij duurzaam bouwen hoort ook het gebruik van water, de productie en verwerking van materialen en afval en de gezondheid van mens, dier en plant. Wil je een kozijn van hout maken? Kies dan niet voor illegaal gekapt hout.”
Om de overgang naar duurzaam bouwen tot een succes te maken, moet je volgens de hoogleraar eerst weten wat mensen werkelijk willen. Daarna is het de kunst op een milieuvriendelijke manier in die behoeften te voorzien. „Waarvan dromen mensen? Als iemand iets graag wil, zijn de kosten meestal minder belangrijk. Warmtepompen bijvoorbeeld zijn niet alleen energiezuinig maar bieden in combinatie met vloer- of wandverwarming ook heel goedkope koelmogelijkheden. Bovendien heb je geen radiatoren meer die in de weg staan. Dat trekt mensen vaak meer aan dan energiebesparing. En daar hebben ze dan best wel geld voor over.”
Het gaat erom, zegt Van Hal, te ontdekken welke basiswaarden ten grondslag liggen aan wat mensen zeggen te willen. „Henry Ford zei ooit: als ik had gevraagd wat mensen wilden, hadden ze om een sneller paard gevraagd. Hij heeft ze de auto gegeven. En wanneer je vraagt in wat voor huis mensen het liefst willen wonen, zullen velen zeggen: een huis met een tuin. Bij nader inzien blijkt het dan vaak niet om die tuin te gaan, alswel om bijvoorbeeld behoefte aan veiligheid en privacy, om uitzicht op groen of om een prettige omgeving waar de kinderen buiten kunnen spelen. Zulke waarden blijken vrijwel altijd belangrijker dan een lagere energierekening. Tenzij je je energierekening natuurlijk echt niet kunt betalen. Wil je een bestaande woning duurzaam verbeteren, bied dan een totaalpakket aan, dat aansluit op de wensen van de bewoners. Dat biedt meer kans op succes dan een technische aanpassing.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.